De tijd van je leven

Daags te voren gluren de glazenwassers weer naar de meisjes in de klaslokalen. Restjes plakband worden van de ramen gepeuterd. De trappen worden opgeglansd. Gerafelde posters verdwijnen in de papierbak, in de lokalen verschijnen Ikeaplanten. De docenten ontvangen een briefing met instructies.

“Weet je? Ik geloof dat dit de eerste open dag was waarop het gevoel heb dat we de ouders niet systematisch hebben voorgelogen.”

Ik kijk op. Mijn gewoonlijk zeer bedachtzame collega knikt me toe.

“Ben je een tikje eufoor?”, vraag ik.

Nee, mijn collega is niet eufoor. Wel jolig van een ochtend lang enthousiast zijn. Grote groepen ouders zwierven met nostalgische gevoelens door het schoolgebouw, terwijl hij hun schuchter grut met proeflesjes over de tragiek van Ajax en het Hippopotamus overtuigde van het belang van een gymnasiale opleiding. Zieltjes werven heet dat, een soort profane viskunde. Het aas? Een gezonde veilige uitdagende sportieve kwaliteitsschool met een cultuurprofiel, prima examenresultaten en een netwerk van erkende instanties.

Ik werkte ooit op een scholengemeenschap die haar nood aan vwo-leerlingen trachtte te lenigen met de oprichting van een gymnasiumdependance. Ik was jong en deed alles. Op de zwevende vloer van een noodlokaaltje in een voorstad verleidde ik een groep amorfe bakvissen met een opdracht over het labyrint en de Minotaurus. Basisschooladvies? Niet van toepassing. Zeggen wat je doet en doen wat je zegt was het credo van het toenmalig management, dus de vis werd duur betaald. Een miniklasje werd het. Ik heb de diplomering niet afgewacht.

“Bedoel je dat we alle vorige jaren uit ons nek hebben zitten kletsen?”, vraag ik mijn collega.

Hij leunt op de verzamelde werken van Plato. De box stond tijdens de proeflessen op zijn bureau. Dat bedoelde hij niet. Een verwachting wekken is niet slecht, vindt hij. Maar je moet het ook waarmaken.

Leo, een vierdejaars ambassadeur, komt bij ons staan. Hij heeft ons gesprek gehoord en heeft een zegje. Hij vraagt: “Denkt u dat die nieuwe bruggers een school kiezen omdat u ze goed les belooft? Denkt u dat echt?”

Er valt een korte stilte.

“Wij willen gewoon een chille school met aardige leraren”, gaat hij verder. “Dat zei ik ook tegen die nieuwe kinderen. Kijk naar mij, zei ik. Ik heb vrienden op veel scholen. Leren kun je overal, geloof me. Maar ik heb hier de tijd van mijn leven. Je wilt toch een gave tijd? Snapt u? Heb ik het goed gezegd? Heb ik gelijk?”

marijn@marijnbacker.nl