De Lange betaalt campagne De Hond via bedrijf

De Haagse parkeerexploitant Jan de Lange stopt honderdduizenden euro’s in de campagne van Maurice de Hond rondom de Deventer moordzaak. Hij betaalt het geld niet privé, maar via zijn bv’s.

In een overeenkomst die Jan de Lange en Maurice de Hond op 1 maart vorig jaar sloten staat dat voor de financiering „de fiscaal meest gunstige structurering” is gekozen. Als De Hond geld nodig had, zou zijn bedrijf, marktonderzoekbureau View/Ture, een factuur sturen naar Pink and Nelson, het bedrijf van De Lange.

Op 9 maart had De Hond geld nodig voor advertenties over de rol van het Openbaar Ministerie in de moordzaak. View/Ture stuurde een factuur van 119.000 euro onder vermelding van ‘Verzorging mediacampagne’ naar Pink and Nelson.

Een maand later, op 25 april, had De Hond weer geld nodig, omdat hij veroordeeld was tot betaling van een schadevergoeding van 120.000 euro aan de klusjesman van de weduwe. Uit een e-mailwisseling tussen De Lange en De Hond, in het bezit van deze krant, blijkt dat View/Ture hiervoor een factuur zou sturen, opnieuw onder vermelding van ‘Verzorging mediacampagne’.

Met zo’n factuur was het betaalde bedrag als bedrijfskosten fiscaal aftrekbaar voor Pink and Nelson. Maar de factuur betrof dan wel een dienst die feitelijk niet geleverd was.

Desgevraagd zei De Hond hierover vorige week: „Die factuur is abusievelijk gestuurd. Daar is later een creditnota overheen gegaan. Het bedrag is omgezet in een lening.” Een paar dagen later herhaalde De Hond dit tijdens een interview met hem en De Lange.

Toen beiden werd voorgehouden dat de schadevergoeding waartoe De Hond is veroordeeld geen zakelijke activiteit van Pink and Nelson betreft, en al helemaal geen ‘verzorging mediacampagne’, zei De Lange: „Dit lijkt me dan iets voor de belastingrechter.”

Beiden nemen nu afstand van hun eerdere lezing. Er is nooit een factuur en creditnota verstuurd, zeggen ze. Het was volgens beiden vanaf het begin een lening.

Pink and Nelson informeerde gister de Belastingdienst om „de indruk weg te nemen dat hier sprake zou zijn van frauduleus handelen”.