De kracht van krijt 2

`Tekeningen op het bord ondersteunen het denkproces` aldus Henk Barendregt (`De kracht van krijt`, W&O 16 februari). Dat geldt niet alleen op academisch niveau, in de bètafaculteiten. Ik herinner me het Lasproject Buitenlandse Jongeren, dat ik in 1984/`86 voor het Nederlands Instituut voor Lastechniek uitvoerde. Vaak laagopgeleide allochtonen wilden wel dolgraag lascursussen volgen, maar hadden o zo veel moeite met de lastheorie. De theoriestof was vaak op een onnodig academische leest geschoeid, met veel te `ingewikkelde` vaktaal. In het project ging het erom die vaktaal makkelijker, toegankelijker te maken. De praktische lasoefeningen gingen hen meestal heel makkelijk af. Het probleem was hoe die handvaardigheden (de praktijk ) met de theorie (het begrijpen) te verbinden. Met een Antilliaanse instructeur vonden we daarop het volgende: van elke lascabine was een wand met schoolbordverf beschilderd. De instructeur schreef de praktijkopdracht van de dag daar tevoren op. Eerst legde hij die klassikaal uit. Als de jongens - het waren merendeels jongens - dan in hun cabine met hun oefening bezig, of klaar, waren, schreven ze op dat `bord` wat ze moeilijk hadden gevonden, waarom (soms), en hoe ze iets wel of niet hadden opgelost. In steekwoorden. De instructeur ging dan individueel langs en ging op hun (schrijf-)werk in. Ook op hun schrijftaal! En dat illustreerde hij dan weer heel kort op dat bord, ook met tekeningen en formules. Soms riep hij de andere jongens erbij. In die tijd waren er geen white-boards. Ik vond het een prachtige didactiek, uit de praktijk geboren.