Big Brother blijft meekijken in Cuba

Fidel Castro gaf dinsdag niet het partijleiderschap op. Het is de vraag welke invloed hij in die functie nog blijft uitoefenen op de nieuwe leiders van Cuba.

In zijn dinsdag gepubliceerde ontslagbrief sloot Fidel Castro maar een deel van een tijdperk af. „Ik zal de functie van voorzitter van de staatsraad en opperbevelhebber niet nastreven en haar ook niet accepteren”, schreef de Cubaanse leider in zijn column in partijorgaan Granma. Maar wat Castro niet deed was terugtreden als secretaris-generaal van communistische partij.

In andere socialistische landen lag de werkelijke macht nimmer bij de president, maar bij de partijleiding. En ook in Cuba is de partij „de belangrijkste leidende kracht voor de staat en de samenleving”.

Feitelijk legde Castro dus maar twee van de drie functies neer waarop zijn positie als líder máximo 49 jaar is gebaseerd. Wat dat in de praktijk voor de machtsverdeling in Cuba betekent, blijft afwachten. De functies van partijleider, regeringsleider en legerleider behoorden de afgelopen decennia alle drie aan Castro toe. Ze waren zo versmolten dat – nu ze uiteengetrokken worden – onduidelijk is waar precies welke macht berust.

Als eerste secretaris van het politburo – het hoogste partijorgaan – zou Castro zijn ontslag moeten indienen bij het Centraal Comité. Dit circa 150 leden tellende partijbestuur stelt het politburo samen. Zelf wordt het Comité ‘gekozen’ door het partijcongres, dat meestal elke vijf jaar bijeenkomt en dan de besluiten goedkeurt die de top heeft voorgekookt. Sinds 1997 is geen congres meer gehouden.

Wat Castro dinsdag óók niet deed, was zijn zetel opgeven in de Nationale Vergadering, Cuba’s ‘volksvertegenwoordiging’ die geheel onder controle van de partij staat. Elke vijf jaar ‘kiezen’ haar 614 leden uit hun midden een 31 leden tellende Staatsraad. Aanstaande zondag komt het parlement hiervoor weer bijeen.

De voorzitter van de Staatsraad is in Cuba zowel president (staatshoofd) als regeringsleider. Castro bekleedt de functie sinds 1976 (voor die tijd was hij officieel premier). Omdat hij zijn parlementszetel aanhoudt, zou het kunnen dat Castro in de Staatsraad blijft zitten, alleen niet als voorzitter.

Een andere belangrijke functie binnen de raad, waarover zondag ook wordt besloten, is die van eerste vicepresident. Momenteel bekleedt Fidels broer Raúl Castro deze functie, al neemt hij sinds eind juli 2006 als interim ook alle taken van zijn broer waar. Algemeen wordt verwacht dat Raúl zondag ‘definitief’ voorzitter wordt. Het wordt vooral interessant wie zijn eerste vicepresident en de vijf ‘gewone’ vicepresidenten worden.

Het machtsspel dat hieraan in de partij vooraf is gegaan, is in ondoorzichtigheid vergelijkbaar met een pauselijk conclaaf. In zijn brief van dinsdag gaf Fidel evenwel enkele aanwijzingen. Hij schreef bijvoorbeeld dat de partij „nog steeds kan rekenen op de kaders van de oude garde en anderen die erg jong waren in de eerste fases van de Revolutie. Zij hebben de autoriteit en de ervaring om de vervanging te garanderen”. Dit laatste kon uitgelegd worden als een duidelijke verwijzing naar Los Talibanes, een groep van jonge, maar orthodoxe partijleiders, van wie minister van Buitenlandse Zaken Felipe Pérez Roque de machtigste is.

In dezelfde alinea echter haalt Fidel ook de „tussengeneratie” aan. Deze groep van raulistas wordt vaak tegenover Los Talibanes gepositioneerd, omdat het partijleden zijn die meer zien in de hervormingsgerichte lijn van Raúl.

Belangrijkste raulista is vicepresident Carlos Lage. Op zijn advies ging Cuba jaren negentig experimenteren met marktwerking nadat door het wegvallen van de miljardensteun uit Moskou economische crisis was uitgebroken. Het leger, waar Raúl als minister van Defensie (sinds 1959) een nauwe band mee heeft, verwierf grote belangen. Het invoeren van meer kapitalisme sleepte Cuba door de crisisjaren. Bedrijven die nu in handen van militairen zijn, zijn relatief efficiënt en minder corrupt.

Maar met het voorzichtige kapitalisme nam ook de inkomensongelijkheid in Cuba toe. Volgens Fidel ondergroef dat de Revolutie en de hervormingen werd op Fidels bevel deels teruggedraaid, vooral nadat de Venezolaanse president Hugo Chávez zich in 2003 aandiende als nieuwe suikeroom.

In zijn stuk oefende Fidel dinsdag indirecte kritiek uit op Raúls recente pogingen een debat over „structurele hervormingen” te entameren. „Ik wantrouw het ogenschijnlijk makkelijke pad van de verontschuldigingen of haar tegenhanger, zelfkastijding.”

Dat Chávez eind vorig jaar een belangrijk referendum verloor en binnenlands sterk aan invloed inboette, zal vooral de raulistas echter gesterkt hebben in hun idee dat hervorming nodig is. Om ook op de lange termijn aan de macht te blijven, is het een risico eindeloos van Caracas afhankelijk te blijven. De groep rond Pérez Roque denkt hier anders over. Hun band met Chávez is dan ook erg nauw.

Wie er zondag ook tot nieuwe president en vicepresidenten worden gekozen, allen zullen ze te maken krijgen met een Fidel die via zijn columns en in zijn functie van partijleider als een ‘Big Brother’ meekijkt. Dit beperkt enerzijds hun bewegingsvrijheid. Anderzijds als ze de (stilzwijgende) goedkeuring van Fidel hebben, straalt ook een deel van zijn historisch bepaalde gezag op hen af.