Balkenende IV: verkeerd management van verwachtingen

Het vierde kabinet Balkenende bestaat één jaar. Maar het vertrouwen in de regeerploeg is laag, de ambities lijken te hoog en de verhoudingen fragiel. Slot van een korte serie.

Balkenende, Bos en Rouvoet presenteren het Beleidsprogramma tijdens een persconferentie in een partytent bij het Catshuis in Den Haag, 14 juni 2007. Foto Roel Rozenburg Den Haag:14.6.7 Kabinet presenteerd plannen 'samen werken samen leven', Balkenende, Bos en Rouvoet. Persconferentie vanuit een partytent. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

De sfeer was opgetogen, die donderdagavond in het Catshuis, de ambtswoning van de premier. Hoe vaak gebeurt het dat je wordt beëdigd tot dienaar van de Kroon? Ontspannen gingen de vers geïnstalleerde bewindslieden van het kabinet Balkenende IV aan het diner, dat het sluitstuk vormde van deze historische 22 februari 2007. Iedereen moest in twee minuten vertellen wat de belangrijkste beleidsvoornemens voor de komende periode waren. De één deed het keurig van papier en hield een tot op de seconde uitgerekend formalistisch praatje, opgesteld door ambtenaren van het departement. De ander was meer ongedwongen. Ernst Hirsch Ballin (CDA), opnieuw benoemd als minister van Justitie, noemde zichzelf grappend „een recidivist” op het departement. En Gerda Verburg (Landbouw, CDA) had een grote boodschappentas meegenomen waar ze pakjes allesbinder uithaalde om rond te delen. „Die zullen we hard nodig hebben”, werd er gelachen.

Precies een jaar later lijkt het er inderdaad op alsof wat allesbinder niet zou misstaan. Het imago van het kabinet is er een van gebrek aan cohesie, van interne verdeeldheid en te weinig daadkracht, terwijl ‘Samen werken, samen leven’ nou juist de slogan van de regeerploeg is. De oppositie droeg Balkenende IV het afgelopen jaar dan ook meerdere malen ten grave. Het was, volgens VVD-leider Rutte „een kabinet in ontbinding”. GroenLinks oordeelde zelfs dat de ploeg al was „uitgeregeerd”.

De werkelijkheid ligt genuanceerder. Er werden besluiten genomen zoals over de verlenging van de militaire missie in Uruzgan, over het Europees referendum, over een pardonregeling voor asielzoekers of over beperking van de huurstijgingen. Er is extra geld uitgetrokken voor sociale zekerheid, onderwijs- en milieuplannen. Maar veel lukte ook niet of strandde in mooie woorden. Dat gebeurde juist bij grote vraagstukken in het publieke domein, precies daar waar het kabinet, gelardeerd met de kreet ‘investeren in de samenhang van de samenleving’ de meest ambitieuze doelstellingen heeft. De plannen om van probleemwijken prachtwijken te maken escaleerden in ruzie met de woningcorporaties. Het speciale ‘programmaministerie’ van Jeugd en Gezin kreeg nog maar weinig concreets gedaan. Een meningsverschil over versoepeling van het ontslagrecht liet de spanning intern hoog oplopen. En bij de discussies over islam en integratie zit het kabinet vaak in de verdediging.

„Het heeft iets tragisch”, constateert Ruud Koole, politicoloog aan de Leidse universiteit en tussen april en oktober vorig jaar interim-voorzitter van de PvdA. „Juist op de thema’s waar CDA, PvdA en ChristenUnie elkaar kunnen vinden, lijkt het allemaal niet doordacht. De doelen zijn goed, maar het proces verloopt traag, is niet altijd consistent en je blijft toch een beetje zitten met een gevoel van ‘Goh, is dit het nou’?” .

Met een groot pr-offensief en een honderddagentour, de soms wat pompeus aandoende ambities („een brug slaan tussen waarden en idealen en de praktijk van alledag”) en het in full colour uitgevoerde 'Beleidsprogramma’, ontwikkelde het kabinet een wat Koole noemt „verkeerd management van verwachtingen”. En ook sommige bewindslieden vinden nu dat het achteraf verstandiger was geweest om bescheiden te beginnen en eerst maar eens rustig te kijken wat je aan elkaar hebt. Zo’n start had eigenlijk ook meer voor de hand gelegen. Dit kabinet sloot immers een verstandshuwelijk, andere coalities bleken simpelweg onmogelijk. Binnen de nieuwe ploeg moesten de wonden van Balkenende en Bos uit de verkiezingscampagne nog helen, de samenstelling van het kabinet was uniek en met een linkse meerderheid in de Kamer en een centrum-rechts CDA in het kabinet is er per definitie een natuurlijke politieke spanning. Bovendien heeft de regering te maken met scherpe oppositie van rechts (PVV en VVD) en links (SP) waardoor profilering – en het dus tegen elkaar afzetten – voor de hand ligt. Zo vanzelfsprekend is succes dan ook niet, waarschuwt Koole. „Dit is een gewoon kabinet waarbij, net als tijdens alle andere kabinetten in de afgelopen decennia, het grootste risico ligt in interne verdeeldheid. Ze moeten elkaar wat gunnen. Zodra een gebrek aan vertrouwen de boventoon gaat voeren, wordt het moeilijk.”

Naast de resultaten is er nog een niet te onderschatten factor waar het kabinet mee te maken heeft: de vertrouwenscrisis met de burger in combinatie met de rol van de media, vindt professor Kees Brants, die veel onderzoek doetnaar politieke communicatie. Ook hij heeft „een beeld voorgeschoteld gekregen van slechte regie en een kabinet dat rollebollend over straat gaat met het maatschappelijk middenveld”. Maar of dat klopt? Eigenlijk kan hij dat niet beoordelen, zegt Brants, omdat de pers „significant anders opereert” dan tien jaar geleden: „Men richt zich minder op wat bereikt wordt, en meer op wat niet lukt en waar het conflict ligt. Dát is de boodschap die de mensen krijgen. Vanuit Hilversum wordt aan de Haagse verslaggever gevraagd: ‘Wat hebben ‘ze’ nou weer voor ons bedacht?’ Die sfeer van wantrouwen zit heel diep”. Het is, analyseert Brants, een curieuze paradox. „Sinds de Fortuyn-revolte, waarbij zowel politici als media vonden dat ze het contact met de burgers verloren hadden, probeert men die kloof te dichten. Maar het resultaat is dat diezelfde burger, vooral omdat de media meer ruimte geven aan de onderbuik van de samenleving, alleen maar cynischer over de politiek is gaan denken”. Onderzoek van de universiteit Twente, dat eerder deze week bekend werd, lijkt Brants gelijk te geven: slechts dertien procent is tevreden over het kabinetsbeleid, een laagterecord sinds 1971.

Zo is de balans van één jaar kabinet ingewikkelder op te maken dan het lijkt. Te hoge ambities, verstoorde verhoudingen en beleidsplannen die niet goed uitpakken zijn ijkpunten. Maar de dynamiek tussen media en politiek, tussen beleving van het beleid en de realiteit, speelt een minstens zo belangrijke rol. Is er in die sfeer überhaupt nog wel plaats voor nuance en kan welk kabinet dan ook nog wel goed doen? En hoe moet het verder als er minimale cohesie blijft bestaan tussen kiezers en gekozenen? Dát zal de komende jaren het leidende thema blijven in een blijvend roerig politiek spectrum. De pakjes allesbinder uit de boodschappentas van minister Gerda Verburg waren misschien nog wel veel symbolischer dan zij zelf ooit had gedacht.

Laatste deel van een serie over één jaar kabinet Balkenende IV. Eerdere delen op nrc.nl/binnenland