À la minute zien waar troepen zijn

Politiek en militaire strategie kruisen elkaar in het Defensie Operatie Centrum. Uruzgan wordt van minuut tot minuut gevolgd. „Ze melden het ons zo snel mogelijk”.

„Beide bommen hebben hun doel op twintig meter gemist”, zegt overste Jean-Jacques Sassenus droog.

Het is vrijdagmorgen, negen uur, en de briefingruimte in het B-gebouw van het ministerie van Defensie zit vol militairen in hemdsmouwen, de blikken gericht op twee grote schermen. Een stafkaart toont de Afghaanse provincie Uruzgan. Sinds een week zijn daar honderden Nederlandse militairen, geholpen door Amerikaanse luchtlandingstroepen, de omgeving van Deh Rawood aan het zuiveren van Talibaanstrijders. „De battlegroup”, zegt Sassenus, „gaat door met de search”.

Dit is het DOC, het Defensie Operatie Centrum, het zenuwcentrum van waaruit de Nederlandse missies op de Balkan, in het Midden-Oosten en vooral in Afghanistan 24 uur per dag in de gaten worden gehouden. Om acht uur heeft de directeur Operatiën, generaal-majoor Lex Oostendorp, de commandant der strijdkrachten Dick Berlijn op de hoogte gebracht van de gebeurtenissen van het afgelopen etmaal. Nu zit Westendorp de grote vergadering voor. Honderd meter verderop, aan de voorkant van het statige ministerie aan het Haagse plein, brieft Berlijn minister Van Middelkoop (ChristenUnie).

In het DOC is de sfeer ontspannen. Operatie Patan Ghar (‘berg van de Pathanen’) is tot nu toe, op „enkele vuurgevechten” na, soepel verlopen, zo meldde Defensie donderdag al. Ook de afgelopen 24 uur waren relatief rustig, meldt overste Sassenus. Ten noorden van de provinciehoofdstad Tarin Kowt moesten Nederlanders te hulp schieten toen een patrouille van het Afghaanse regeringsleger werd aangevallen door de Talibaan. Twee F-16’s maakten een einde aan het gevecht. Directeur Oostendorp maakt snel zijn vaste rondje langs alle stafofficieren. Geen bijzonderheden? „Tot volgende week.”

De voorganger van het DOC, ‘de bunker’, zat tot eind jaren negentig diep onder de grond van het departement. Toenmalig minister Voorhoeve had er tijdens de val van Srebrenica in 1995 een veldbed staan. Door nieuwe arboregels is de bunker nu bovengronds. Tegelijkertijd steeg het aantal staffunctionarissen van een handjevol naar enkele tientallen – een weerslag van de voortdurende inzet van de krijgsmacht overzee.

Het DOC ziet er modern uit, maar is kleiner dan verwacht. In de controlekamer naast de briefingruimte zitten op woensdagmiddag drie militairen achter een rij computerschermen en beveiligde telefoons, een bord eten op het bureau. De rij daarachter wordt pas bemand bij calamiteiten, zoals bij het ‘eigen vuur’-incident in januari, waarbij twee Nederlandse en twee Afghaanse militairen omkwamen. Ook hier wordt een wand gedomineerd door metershoge projectieschermen.

Op het rechterscherm staat een kaart geprojecteerd van de omgeving rond Deh Rawood. Met een vertraging van tien minuten zien de officieren waar de Nederlandse eenheden zich bevinden. Het linkerscherm is ingeruimd voor nieuws van ANP, BBC en NOS. „Rechts gebruiken we voor vragen van de militaire staf. Links is voor de politiek”, zegt kolonel Leo Beulen, de stafofficier die verantwoordelijk voor operaties.

Politieke belangen en militaire realiteit kruisen elkaar dagelijks. Oostendorp en zijn staf zorgen dat bewindslieden en militaire top gedetailleerd weten wat er in Uruzgan gebeurt. En ze zien er op toe dat directieven uit Den Haag ‘op de grond’ worden nageleefd.

In theorie wordt de Nederlands-Australische Task Force Uruzgan aangestuurd door het regiocommando in Kandahar en het hoofdkwartier van de NAVO-stabilisatiemacht ISAF in Kabul. Maar Den Haag heeft niet alle verantwoordelijkheid overgedragen.

Operatie Patan Ghar kon pas beginnen nadat Van Middelkoop was geïnformeerd en Dick Berlijn groen licht had gegeven. Maar voor het zover was had Oostendorp de commandant in Uruzgan gevraagd een aantal punten in zijn operatieplan te verduidelijken. Hoe zat het bijvoorbeeld met de geweldsinstructies van de Amerikanen? Oostendorp: „Het kan niet zo zijn dat de VS een handgranaat in een huis gooien bij een huiszoeking, terwijl wij heel voorzichtig naar binnen gaan.”

In Uruzgan zit men niet altijd op de Haagse bemoeienis te wachten. Van de officieren wordt daarom tact en geduld gevraagd – vooral als de spanning oploopt. „We gaan niet op de stoel van de commandant zitten”, zegt kolonel Leo Beulen. „Je kunt wel vijf keer bellen”, zegt overste Sassenus, „maar dat helpt niet. Zodra ze iets weten, dan melden ze het je zo snel mogelijk.”

Het eerste alarmsignaal voor Den Haag is als er radiostilte optreedt in Uruzgan. Bij calamiteiten kondigt de Task Force Uruzgan een zogeheten ‘black hole’-procedure af. Alleen de essentiële telefoonlijnen blijven open, de rest – ook e-mailverkeer – gaat plat. Zo kan ‘verkeerde’ informatie niet naar buiten, en komt een familie niet via het journaal te weten dat hun dierbare is overleden.

Bij elke calamiteit worden de sleutelfunctionarissen meteen gebeld. Of ze via een beveiligde verbinding contact willen opnemen met het operatiecentrum. Tijdens een operatie, zoals nu met Patan Ghar, blijft iedereen paraat. „Ik ga naar bruiloften en partijen. Maar je blijft binnen een actieradius van drie uur. En meer dan twee à drie glaasjes zullen het niet worden.”