Zoenoffers bestaan niet in de politiek

Ministers moeten niet als privépersonen, maar als ambtsdragers beoordeeld worden, meent Jan Vis.

Volgens Frank Ankersmit moeten als gevolg van de bevindingen van de commissie-Dijsselbloem de verantwoordelijke bewindslieden van Onderwijs hun publieke functies neerleggen (Opiniepagina, 20 februari). Al was het maar als zoenoffer voor de tallozen die in het onderwijs hun baan voortijdig moesten beëindigen. Zijn conclusie is ondeugdelijk. Afgezien van praktische bezwaren (wat zijn publieke functies?) is er een principieel bezwaar. In parlementaire democratieën leggen ministers ten overstaan van de volksvertegenwoordiging verantwoording af. Letterlijk genomen is dat ‘antwoord geven op vragen’ maar daar zijn allengs andere elementen aan toegevoegd zoals rekening afleggen en zich onderwerpen aan het parlementaire oordeel ook als dat zo negatief is dat verdere samenwerking met de volksvertegenwoordiging (die altijd nodig is al was het maar vanwege het budgetrecht) niet goed meer mogelijk is. Wezenlijk daarbij is dat de ministers als bewindspersonen worden beoordeeld en niet als particuliere individuen. Thorbecke heeft vaak duidelijk moeten maken dat men ministers als ambtsdragers moest beoordelen en niet als privépersonen van wie men een zoenoffer zou kunnen eisen. Dat is gelukkig de heersende opvatting geworden. Als het publiekrechtelijk mogelijk zou worden om voormalige bewindspersonen lang na hun aftreden met enige sanctie te treffen zou het eind zoek zijn. Er zou een uitzichtloze discussie ontstaan waarbij volstrekt onduidelijk zou zijn hoe en door wie beslissingen inzake sancties moeten worden genomen. Het gaat in de visie van Ankersmit niet om zoiets als vorderingen inzake onrechtmatigheid of strafbare feiten; nee hij bedoelt een gebaar, aftreden, dat desnoods publiekrechtelijk moet worden afgedwongen. Toegegeven: het beeld dat uit het rapport Dijsselbloem oprijst is van een intense treurigheid. Met zoenoffers achteraf wordt het beleid niet gecorrigeerd maar wordt wel inbreuk gemaakt op het parlementair democratische principe dat eenmaal afgelegde en geaccepteerde verantwoording beslissend is en niet alsnog kan worden gevolgd door andere publiekrechtelijke sancties en beoordelingen.

Mr. J.J.Vis is oud-hoogleraar staatsrecht in Groningen, oud-lid van de Eerste Kamer (D66) en oud-lid Raad van State.