Ze kon toch goed rijden?

Germaine C. wilde gisteren helemaal niet aanwezig zijn in de rechtszaal. Drie jaar geleden reed zij een tasjesdief van 19 jaar dood. „Het lijkt nu alsof ik de crimineel ben.”

Ze wilde alleen maar haar tasje terug. En dus reed Germaine C. (46) op 17 januari 2005 achteruit achter twee jongens op een scooter aan. Een van hen had net de tas uit haar auto gegrist. Tien jaar eerder was ze ook al eens achter een dief aangereden. Die had haar telefoon uit de auto gejat. Ze reed achter hem aan en toen ze dichtbij was, gooide hij haar telefoon op de auto.

Maar nu ging het anders. Na ongeveer veertig meter raakte ze de scooter. De jongens vlogen van de scooter af. Een kwam in een portiek terecht. De ander, de 19-jarige Ali el B. kwam klem te zitten tussen de auto en de boom. Hij overleed ter plekke. De tas lag op de grond.

Gisteren stond Germaine C. voor de rechtbank in Amsterdam. De officier van justitie eiste dertig maanden gevangenisstraf tegen haar, voor poging tot doodslag door gevaarlijk rijgedrag. Ze had „levengevaarlijke toeren” uitgehaald om haar tasje terug te krijgen. En, zei de officier, daarbij bewust de kans genomen dat de jongen zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen of overlijden.

Maar dat verwijt hoorde Germaine C. al niet meer. Zij had de rechtszaal na drie kwartier weer verlaten. Ze wilde helemaal niet aanwezig zijn. Dat had haar advocaat een paar weken geleden al gezegd, toen de zaak ook behandeld zou worden. De vrouw leed aan grote angsten, zei de advocaat, was getraumatiseerd, voelde zich bedreigd en was niet in staat vragen te beantwoorden.

Toen gaf de rechtbank het Openbaar Ministerie (OM) de opdracht er voor te zorgen dat de vrouw toch zou verschijnen, een bevel tot medebrenging. De rechters wilden haar zelf zien en haar vragen kunnen stellen. Woensdag werd ze daarom aangehouden.

De zittingsdag begon gisteren om half tien met een aantal pogingen van advocaat Cees Korvinus alsnog te voorkomen dat ze in de rechtszaal moest verschijnen. Hij bestempelde de aanhouding als onrechtmatig, vroeg om behandeling achter gesloten deuren en probeerde ten slotte via een wrakingsverzoek de rechters te laten vervangen. Zonder succes. En dus zat Germaine C. om half drie eindelijk in de zaal. Roze sjaal om haar hoofd, tegen herkenning. Af en toe zette ze een zonnebril op, die haar advocaat nog snel van een RTL-journalist had kunnen lenen.

Ze snikte, huilde en depte haar gezicht. Na twee vragen van de rechtbank vroeg ze of ze weer weg mocht. Na nog een vraag vroeg haar advocaat of ze weg mocht. Dat mocht niet. Toen zakte ze ineens tegen de schouder van Korvinus. Flauwgevallen, meende hij. De rechter dacht van niet. „Mevrouw, wilt u uw bril even afzetten. En kunt u even naar mij kijken”, zei ze streng.

Daarna wist Germaine toch wat vragen te beantwoorden. Ze was achter de jongens aangereden, had zich verder omgedraaid en daarbij per ongeluk een rukje aan het stuur gegeven. Dus week de auto uit en raakte ze de scooter. Een fataal ongeluk, zei haar advocaat.

Een ongeluk? Nee hoor, stelde de officier van justitie. In een verhoor had ze gezegd dat ze de scooter wilde „aantikken”. Heeft u niet ooit lessen gevolgd om rij-instructrice te worden? Ze bedoelde maar; de vrouw kon goed rijden en de gevaren inschatten. Een half jaar eerder had de politie haar ook al eens gewaarschuwd voor gevaarlijk achteruitrijden. Dat was op de snelweg. Ze was geflitst. Over de vluchtstrook reed ze vervolgens bijna vierhonderd meter achteruit, om verhaal te halen.

Dat bracht de officier ook bij haar karakter. Volgens een rapportage van een psycholoog lijdt de vrouw aan een „gebrekkige frustratietolerantie”, een „gebrekkige impulscontrole” en is ze sociaal onverstoorbaar.

Advocaat Korvinus vroeg vrijspraak. Er was geen sprake van opzet. Ze wilde de tas terug, ja. Ze had ook het recht haar goederen te beschermen. En dus reed ze achteruit, in „schrik, paniek, ontsteltenis en wellicht ook angst”. Daarbij maakte ze een niet gewilde stuurbeweging. Zo raakte ze de scooter. Noodweer en psychische overmacht, zei Korvinus.

Ook stipte hij nog even de achtergrond van de overleden tasjesdief aan. De dader van Marokkaanse origine had een strafblad. De ochtend van zijn dood stond hij nog terecht voor een overval. Alsof hij nog wilde zeggen; laten we niet vergeten dat het slachtoffer ook gewoon dader was. Dat was ook de kreet die de vrouw zelf tussen haar snikken sloeg. Ze wilde alleen haar tasje terug. „Het lijkt nu alsof ik de crimineel ben.”

Uitspraak over twee weken.