Vergeten

‘Weet je wat voor dag het vandaag is?’

Mijn vrouw stelde de vraag op verheugde toon, terwijl ik naast haar in bed nog probeerde te wennen aan het vuilgrijze winterlicht dat door de luxaflex sijpelde.

„Geen idee.”

„Echt niet?”

,,…”(geeuw).

„Er schiet je niks te binnen?”

„Niks bijzonders.”

„Het is onze trouwdag!”

Op zo’n moment voel ik me als een schaker die in wurgende tijdnood een reddende strategie moet bedenken. Je kunt het over de boeg van de niet-begrepen grap gooien en grijnzend zeggen: „Stel je nou eens voor dat ik het écht vergeten was.”

Je zaait er verwarring mee en het voordeel daarvan is weer dat je tijdwinst afdwingt voor het bedenken van andere manoeuvres. Maar er kan ook grote ergernis ontstaan als de ander deze opzet meteen doorziet.

Kon ik niet beter voor de eerlijkheid kiezen? Een mens mocht toch wel zijn trouwdag een keertje vergeten? Ik ken mensen die het met opzet doen.

„Moet je luisteren...”

„Zeg maar niks meer. Je bent het gewoon vergeten.”

Als columnist ben je niet geneigd ‘correcties en aanvullingen’ zomaar, zonder slag of stoot, te accepteren, dus zei ik met een begin van weerbaarheid: „Het ligt ingewikkelder.”

„Hoe dan?”

„Eigenlijk heb ik er de hele vorige week aan gedacht. Ik heb het zelfs in mijn agenda gezet. Dat had ik misschien beter niet kunnen doen, want daardoor kan het geheugen zich als het ware aan zijn verantwoordelijkheid onttrekken.”

„Klets jij maar lekker door, ik pak even je cadeautje.”

De situatie werd ronduit bedreigend. Wie zijn trouwdag heeft vergeten, kan geen cadeautje hebben gekocht. Ik hoop dat dit een natuurwet is die ik verder niet hoef uit te leggen. Koortsachtig vroeg ik me af of ik nog ergens ongebruikte boeken- of cd-bonnen had liggen, maar het was al te laat, veel te laat.

„Asjeblieft.” Ze gaf me een klein pakje dat ze uit het nachtkastje had gehaald. „Een aardigheidje.”

Het was verpakt met prachtige strikken die mijn schuldgevoel zo ongeveer in lichterlaaie zetten. Er kwam zo’n elegant, maar toch praktisch notitieboekje van Moleskine te voorschijn, het merk dat volgens de reclame ook al door Hemingway, Picasso en Chatwin werd gebruikt. Handige reclame. Wie wil niet met dat rijtje geassocieerd worden?

Ik keek het boekje in en was inmiddels klaarwakker genoeg om meteen te zien dat er iets mis mee was. De blaadjes bevatten ruitjes, terwijl ik alleen maar lijntjes wil om op te schrijven.

Zij zag het ook. „O jee. Heb ik toch niet goed opgelet.”

Ik moest me nu grootmoedig tonen, op het heroïsche af. „Geeft niets. Het is zelfs beter zo. Ik schrijf tegenwoordig veel liever op ruitjes.”

„Echt?”

Ik knikte vastberaden. „Lijntjes leiden me te veel af. Ik weet ook niet waar het aan ligt.”

„Oké. Bel ik die winkel straks even op, ze hadden er nog maar een paar met ruitjes, dan koop ik die ook alvast.”

Ik knikte dankbaar. Het komende huwelijksjaar zal ik geen aantekeningen meer kunnen maken, maar dat kan ook zijn voordelen hebben.