Vaarwel... vecht machine

Sylvester Stallone en Bruce Willis zijn krachtpatsers op leeftijd. Hun type actieheld verdwijnt langzaamaan. De nieuwe actieheld is een gevoelige man.

Waar zijn ze gebleven, de spierbundels? De populairste actiehelden in Hollywood waren 25 jaar geleden dappere kerels als Sylvester Stallone, Bruce Willis en de iets minder uit de kluiten gewassen Harrison Ford. De grootste actiehelden van dit moment zijn: Sylvester Stallone, Bruce Willis en Harison Ford...

Echte opvolgers hebben filmsterren als Willis en Stallone niet gekregen. Acteurs die het vooral van een sterke lichamelijke présence en een stoere uitstraling moeten hebben, zijn een uitstervende soort in Hollywood.

Willis (52) stapte vorig jaar opnieuw in de rol van de laconieke, maar onverwoestbare politieman John McClane in Live Free or Die Hard, de vierde film in de succesvolle Die Hard-reeks. Hij speelde de rol voor het eerst in 1988, toen hij begin dertig was. Sylvester Stallone (61) maakte vorig jaar zijn zesde en laatste film als de bokser Rocky. Hij trad voor het eerst als Rocky op in 1976. Vanaf deze week is hij opnieuw in de bioscoop te zien als eenzame vechtmachine in John Rambo. Later dit jaar zal Harrison Ford (65) zijn come back maken als de avontuurlijke archeoloog Indiana Jones in het langverwachte Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull.

Dat Hollywood bewezen succesformules uit het verleden graag herhaalt, is geen verrassing. Maar er is meer aan de hand. Acteurs als Willis, Stallone en Ford kunnen ook zo gemakkelijk de draad weer oppakken, omdat ze weinig concurrentie hebben van jongere sterren.

Zowel Stallone als Ford zijn in het gelukkige bezit van kleinkinderen. Dat een actieheld tegenwoordig grootvader kan zijn, zegt veel over de veranderde betekenis van ouder worden en ouderdom. Dankzij de hedendaagse cultus van gezond eten en fanatiek in beweging blijven, worden mensen weliswaar nog steeds ouder, maar niemand wordt meer oud. Bijna tot de laatste zucht kan de ouderdom worden ontkend – al dan niet met behulp van cosmetische operaties en kunstmatige middelen. Stallone is een overtuigd gebruiker van het groeihormoon Jintropin, dat hij iedereen boven de veertig aanraadt: „Het bevordert de kwaliteit van leven. Ik voorspel dat het over tien jaar legaal verkrijgbaar zal zijn.”

Op leeftijd of niet – de actieheld moet laten zien dat hij in fysieke krachtmetingen zijn mannetje staat. Hij moet een fikse dreun uit kunnen delen en – minstens zo belangrijk – kunnen incasseren. Daarom is in de publiciteit rond films als Die Hard en John Rambo een prominente rol weggelegd voor het feit dat de ster de stunts voor de film zélf heeft gedaan. Stallone deed ze voor John Rambo allemaal zelf, op één ingewikkelde explosie na. Stallone zei tegen movies.online: „Bekijk straks de ‘making of’ maar als de dvd uitkomt. Er waren zoveel verwondingen tijdens de opnamen. Slangebeten, sneeën.”

Bruce Willis verklaarde

bij het uitkomen van de vierde Die Hard: „Ik ken veel politiemannen van mijn leeftijd. Als je hard traint kun je een film zoals deze doen en het overleven, ik ben daar het levende bewijs van.”

Indiana Jones is weliswaar een slimmere actieheld dan de andere twee, maar ook hij moet straks weer halsbrekende toeren uithalen. Harrison Ford kijkt er alleen veel benauwder bij dan Stallone of Willis. Ford verklaarde: „Ik voel me fysiek nog goed in staat om te doen alsof, zoals ik dat al dertig jaar doe. Ik kijk ernaar uit.” Een producent van Indiana Jones zei over de ster van de film: „Hij gaat het allemaal zelf doen. Hij heeft alleen wat meer ijscompressen en massages nodig.”

Een ander belangrijk element in de marketing van deze films is: onderstrepen hoe old school de aanpak van de makers is. Zoveel mogelijk écht gevaarlijke capriolen – die dus niet getekend zijn op de computer, zoals in de meeste actiefilms tegenwoordig. Dat neemt niet weg dat Stallone voor John Rambo meer Computer Generated Imagery (CGI) dan ooit heeft gebruikt, om de lichamen van Rambo’s slachtoffers zo geloofwaardig mogelijk uit elkaar te kunnen laten spatten.

Willis over de jongste Die Hard: „Die auto die in de helikopter wordt geschoten? Dat was een echte helikopter, een echte auto. Ikzelf terwijl ik uit een auto spring met veertig kilometer per uur? Dat is echt gebeurd.”

Daar zit de crux. Digitale techniek domineert de meeste hedendaagse blockbusters. De acteurs leveren hun bijdrage voor een blauwe wand en de rest van de film wordt later ingetekend op computers. In het tijdperk van CGI is de fysieke acteur verworden tot een anachronisme. Voor de nieuwe technieken zijn de fantasiehelden veel geschikter die tegenwoordig het actiegenre domineren: Batman en Spiderman, Hellboy en Transformers. Dat zijn de ware opvolgers zijn van Stallone, Schwarzenegger en Willis. Daarbij gaat het niet meer in de eerste plaats om de acteurs, maar om de personages, in getekende werelden.

De jongens en mannen voor wie deze blockbusters zijn bedoeld, hebben kennelijk de behoefte niet meer om hun filmhelden écht te zien zweten en échte blauwe plekken te zien oplopen. De meestn van hen brengen een groot deel van hun leven achter de computer door. Om een avatar een stoer en imposant uiterlijk te geven in Second Life heb je alleen wat handigheid nodig met de software. Daar komt geen sportschool aan te pas.

In Live Free or Die Hard is die generatiekloof zelf het onderwerp van de film. John McClane trekt ten strijde tegen een bende computerterroristen en neemt de jonge nerd Thomas onder zijn hoede. Die is weliswaar briljant achter zijn computerscherm, maar als het erop aankomt, is hij toch afhankelijk van de ouderwetse spierkracht en het lef van McClane. „Heb je weleens gehoord van een sportschool? Je zou eens wat meer moeten trainen,” raadt McClane hem vaderlijk aan.

Arnold Schwarzenegger belichaamt

de overgang van het oude naar het nieuwe filmtijdperk. Hij combineert de elementen van zowel de oude, fysieke actieheld als de nieuwe fantasieheld. In zijn grote rollen is Schwarzenegger altijd half werkelijk en half onwerkelijk. Voor zijn extreem opgepompte lichaam heeft hij lang en hard getraind, maar hij speelt bij voorkeur een robot (in The Terminator), een futuristisch personage zonder geheugen (Total Recall), of – toen al – een fantasiefiguur (in Conan the Barbarian). Schwarzenegger is ook een van de eerste (en weinige) actiehelden van de oude stempel, die de overstap maakte naar het fantasietijdperk, als de slechterik Mr. Freeze in Batman & Robin. Schwarzenegger was zijn tijd vooruit, maar hij is toch op het juiste moment gestopt met films maken. Zijn tijd was voorbij.

Ook Stallone is het niet ontgaan dat hij inmiddels een nogal eenzame figuur is. „Ik denk dat veel aankomende acteurs tegenwoordig naar mij kijken als een archaïsche, bijna prehistorische figuur, die hoort bij een filmgenre dat voorbij is”, verklaarde hij tijdens een persdag in Los Angeles voor John Rambo. „De meesten van mijn naaste collega’s waren erg fysiek. Arnold (Schwarzenegger) en Bruce (Willis) zaten er bovenop in hun films. De meeste acteurs van nu zijn veel afstandelijker en intellectueler. Onze films zijn als een bezoek aan het Natural Museum of History, om te kijken naar de pterodactylus.”

De fysieke actieheld beleefde

zijn (bijna komische) hoogtepunt in de jaren tachtig: met de pronklichamen van Schwarzenegger en Stalone. Maar dit type acteur heeft in de geschiedenis van Hollywood altijd een rol gespeeld – van zwemkampioen Johnny Weismuller in de Tarzan-films, tot Burt Lancaster die zijn loopbaan begon als circusacrobaat en de oerkracht van oud-bokser Anthony Quinn, die Fellini grandioos gebruik inzette in La Strada. De oer-oerman van Hollywood, John Wayne, werd door regisseur Raoul Walsh ontdekt toen Wayne als klusjesman op een filmset werkte. Het was Walsh was opgevallen hoe krachtig en toch elegant Wayne een stoel boven zijn hoofd droeg. Zoiets is nu nauwelijks meer voorstelbaar.

Niet alleen de digitale techniek en het steeds respectabeler (en burgerlijker) worden van het acteursvak, spelen acteurs als Stallone parten. Zwijgzame macho’s zoals hij hebben concurrentie gekregen van de Nieuwe Man, die je in de media overigens vaker tegenkomt dan in werkelijkheid. De Nieuwe Man durft onzeker te zijn, praat over zijn gevoelens en is niet te beroerd een handje te helpen in het huishouden. De ontwikkeling van de populaire film lijkt de diagnose te bevestigen van de neoconservatieve filosoof Harvey Mansfield, die zich in zijn veelbesproken boek Manliness zorgen maakt over het in de verdrukking komen van mannelijke waarden als kracht, moed en doorzettingsvermogen.

Een van de populairste actiehelden van dit moment, Spiderman, is zo’n Nieuwe Man in het kwadraat. Daar hoeft hij niet eens zijn zelfgebreide spinnenpak voor aan te trekken; zie de eerste Spiderman-film. Zoals Tobey Maguire hem gestalte geeft, is Spiderman in elk opzicht het tegendeel van de klassieke actieheld: hij is meer een jongen dan een man, iel van gestalte, met een aandoenlijke oogopslag; kwetsbaar, emotioneel en hij praat graag en veel.

Bovendien is niet zozeer de acteur de held, maar de figuur Spiderman. Dat is ook een grote verandering ten opzichte van de klassieke actieheld. Het duidelijkst is dat verschil te zien in de Batmanreeks. Batman is al door een hele stoet van Hollywoodsterren gespeeld, maar Batman blijft Batman. Hij heeft in de films weliswaar een veel imposantere borstkas dan in de oorspronkelijke stripverhalen, maar die spierbundels zitten allemaal aan de buitenkant, op zijn Batman-pak. De vraag of Batman of Spiderman hun eigen stunts doen – ooit zo cruciaal voor de geloofwaardigheid van de actieheld– is absurd. Welke stunts? De films doen helemaal geen poging om de suggestie te wekken dat de wereld van deze film werkelijk zou kunnen bestaan.

Toch is de huidige Batman, Christian Bale, een van de weinige jonge acteurs met een reputatie voor zijn fysieke prestaties. Voor Rescue Dawn van Werner Herzog liet hij zich voortslepen door een op hol geslagen koe en haalde hij ook andere halsbrekende toeren uit in de jungle van Laos. Voor The Machinist viel hij dertig kilo af, terwijl hij voor American Psycho zijn lichaam juist oppompte. Maar Bale speelde ook een homoseksuele journalist in Velvet Goldmine, wat we Stallone of Willis nog niet zo snel zien doen. Zijn lichaam kan er stoer uit zien, maar ook smal als bij een anorexiapatiënt. Bale’s voorbeeld lijkt Robert DeNiro, die tientallen kilo’s aankwam voor zijn legendarische rol als de bokser Jake LaMotta in Raging Bull.

Tom Cruise is te mooi

om een klassieke actieheld te kunnen zijn; die moet immers een indrukwekkend lichaam combineren met een harde kop. Cruise deed wel de nodige stunts zelf in de verschillende delen van Mission: Impossible, maar hij oogt niet overdreven gespierd. Zijn profiel als acteur omvat bovendien veel meer dan het actiegenre. Dat geldt ook voor Matt Damon als Jason Bourne, in de succesvolle reeks naar de thrillers van Ludlum. Bourne is weliswaar snel en dodelijk goed getraind, maar een indrukwekkende fysieke verschijning is hij niet. De films moeten het juist hebben van zijn inwisselbaarheid en ‘gewone’ uitstraling. Jason Bourne heeft geen identiteit, het plot van de films draait om zijn geheugenverlies.

Wat verder nog een rol speelt bij de crisis van de actieheld, is het bekende mechanisme dat de status van maatschappelijke posities en beroepen daalt als ook vrouwen mee mogen doen. Vanaf het moment dat ook actrices een actiefilm konden dragen – Sigourney Weaver in de Aliens-films, Linda Hamilton in de Terminator en Angelina Jolie als Laura Croft in Tomb Raider – is het tobben geblazen met de mannelijke actieheld.

Is er dan geen enkele hoop, voor wie weleens genoeg heeft van fantasy, sciencefiction en andere computergestuurde filmgenres? Toch wel. Een sterk actiemerk dat lijnrecht tegen de trends ingaat, is de heruitgevonden James Bond. Daniel Craig geeft juist een sterkere en méér fysieke invulling aan Bond dan zijn voorganger Pierce Brosnan. Zowel sexy als geestig is de scène in Casino Royale waarin Craig met zijn gebeeldhouwde torso oprijst uit de branding, op dezelfde manier als ooit de klassieke bond-girl Ursula Andress in Dr. No. uit het water stapte. Hier is de actieheld geen macho die de touwtjes in handen heeft, maar een pin up.

We gaan Rambo nog missen.

‘John Rambo’ draait nu in de bioscopen.