Snel ingegrepen maar verkeerd

De zwakke dollar duidt erop dat nu lijkt te gaan gebeuren wat vroeg of laat wel moest gebeuren: een correctie van het grote importoverschot op de Amerikaanse handelsbalans. De VS kunnen niet almaar meer schulden maken om steeds hogere importoverschotten te financieren. Ze moeten meer exporteren. Omgekeerd moet de Europese en Aziatische export naar de VS wat minder. Een structureel lagere dollar kan dit mogelijk maken.

Het terugdringen van het Amerikaanse handelstekort betekent dat de VS niet langer hoge spaaroverschotten van landen als China, Japan, Nederland of Duitsland kunnen absorberen. Amerikanen moeten minder consumeren en meer sparen. Aziaten en Europeanen moeten het omgekeerde doen: de dalende export naar de VS moet worden gecompenseerd met meer binnenlandse bestedingen.

Bij dit scenario had goed gepast als de Amerikaanse Centrale Bank de rente niet had verlaagd, maar juist verhoogd. Een hogere rente had sparen aangemoedigd. Een hoge rente had ook goed gepast bij de noodzaak van inflatiebestrijding. De Amerikaanse inflatie ligt nu al boven de 4 procent op jaarbasis. Dat komt mede door de stijgende grondstofprijzen.

Een zwakke dollar zal de inflatie in de VS extra aanwakkeren. Dat gaat via meerdere kanalen. Zo zorgt de zwakke dollar voor extra exportvraag en minder aanbod van importgoederen. Maar het Amerikaanse importpakket wordt door de zwakkere dollar ook duurder. Zo ‘importeren’ de VS extra inflatie.

Daar komt bij dat de lonen in China snel stijgen waardoor een einde komt aan een periode van goedkope Chinese importgoederen die de Amerikaanse inflatie dempten. Een hogere rente had ook kunnen helpen om roekeloos speculatief gedrag af te straffen.

Bernanke en zijn medewerkers zijn goed geschoolde economen. Zij kennen bovenstaande argumenten. Waarom hebben ze er dan niet naar gehandeld? De enige verklaring die ik kan bedenken is dat in kringen van de Amerikaanse Centrale Bank enige paniek heerste. Kennelijk hadden zij informatie die erop duidt dat de situatie op de financiële markten veel ernstiger is dan velen denken.

De Amerikaanse economie heeft een lange periode van schuldenopbouw achter de rug. Het is aannemelijk dat bij veel spelers in de Amerikaanse economie het water tot de lippen staat. Hun schulden zijn zo hoog dat ze er geen tegenvallers meer bij kunnen hebben. Na de koersval op de Aziatische en Europese beurzen tijdens die beroemde maandag in januari (toen de beurs van New York gesloten was) vreesden velen voor een bloedbad bij opening van New York op dinsdag. Mogelijk moest Bernanke er serieus rekening mee houden dat enkele grote spelers het loodje zouden leggen.

Centrale Banken moeten geen beurskoersen willen manipuleren, maar het is wel hun verantwoordelijkheid om de continuïteit van het betalingsverkeer overeind te houden. Faillissementen van grote spelers kunnen deze continuïteit in gevaar brengen. Vandaar dat Bernanke met zijn renteverlaging geen week wilde wachten tot de volgende reguliere vergadering. De renteverlaging moest tot iedere prijs een feit zijn voordat op dinsdag de beurs open ging.

Bernanke heeft zich gedragen als een arts die een alcoholist met deliriumverschijnselen een fles wijn toestopt. En maar hopen dat die straks weer een beetje normaal doet. Het zal ongetwijfeld helpen – op de korte termijn. Maar het structurele probleem van overconsumptie en te veel import wordt er niet mee opgelost maar eerder verergerd. Van het Keynesiaanse stimuleringsprogramma van Bush kan hetzelfde worden gezegd.

De Europese Centrale Bank doet het overigens ook verkeerd. Die houdt de rente hoog en propageert strikte begrotingsdiscipline. En dit terwijl Europa juist nu minder besparingen nodig heeft. Niet de Amerikanen maar Europeanen zijn toe aan een portie frivool Keynesianisme. Leuk, economie nou eens niet als dismal science: U mag (nee: u moet) spenderen en genieten! Maar bankpresident Trichet predikt juist austérité. De reputatie van de euro als niet-inflatoire munt gaat boven alles.

Aan beide kanten van de oceaan doet men dus precies de verkeerde dingen. Dit is niet bevorderlijk voor het terugdringen van het Amerikaanse importoverschot. En daar was het om begonnen. Het Amerikaanse importoverschot en de schuldenlast zijn de belangrijkste oorzaken achter de nervositeit op de financiële markten.

Zo als het nu loopt, dragen de twee Centrale Banken juist bij aan de verergering van het probleem.

Dr. Alfred Kleinknecht is hoogleraar economie van innovatie aan de TU Delft.