Mooie, overbodige anekdotes over Lennaert Nijgh

Peter Voskuil: Testament. Leven en werk van Lennaert Nijgh. Buitenspelers, 288 blz. € 29,50

De rockmusical Ik Jan Cremer uit 1985 was een onverbiddelijke bestseller, maar door te hoge productiekosten ging hij toch failliet. Hoe vaker ze voor uitverkochte zalen speelden, des te bankroeter ze gingen. In Testament, de biografie van schrijver Lennaert Nijgh, staat een legendarische vergadering geboekstaafd over de snor van de acteur die Cremer speelde. De echte Jan Cremer vond die snor niet kunnen, want hij had toch zeker ook geen snor. Hij schakelde zelfs een advocaat in om de snor weg te krijgen. De regisseur beriep zich op artistieke vrijheid. En librettist Lennaert Nijgh verzon de uitweg uit de impasse: ‘Ik heb de oplossing, Jan: jij moet je snor laten groeien’.

Ik Jan Cremer is een van de vele gedoemde projecten waarmee de schrijver Lennaert Nijgh (1945-2001) niet beroemd is geworden. Hij dankt zijn onsterfelijkheid aan de Nederlandstalige popklassiekers die hij in de jaren zestig en zeventig schreef, vooral voor zijn vriend Boudewijn de Groot, (Verdronken vlinder, Het land van Maas en Waal, Een meisje van 16, Testament), maar ook voor Rob de Nijs (Jan Klaassen de Trompetter, Malle Babbe), Liesbeth List en Ramses Shaffy (Pastorale) en zijn ex Astrid Nijgh (Ik doe wat ik doe). Lennaert Nijgh was de lieddichter die de literatuur de Nederlandse popmuziek binnenbracht, zonder de muziek te vergeten, met makkelijk meezingbare poëzie in strakke klassieke dichtvormen.

Schrijver Kester Freriks spreekt in het boek over het geloof in het ‘tragische kunstenaarschap’ dat Nijgh en diens drinkebroer Louis Ferron samen koesterden: ‘Als je vindt dat je kunstenaar bent, moet je dat volledig uitvoeren. Dat idee. Dus ook met drank erbij, alles. Ze vonden dat je echt ongelukkig moest zijn, radeloos in het leven moest staan’. Juist dat maakt Nijgh tot ideale figuur voor een biografie. Tussen de successen zitten diepe dalen vol drank, drugs, geldnood, ongelukkige liefde, scheidingen, verwaarlozing en eenzaamheid, dit alles tot op de bodem uitgeleefd in ‘Huize Herenleed’ te Heemstede. Daarachter zit de interessantere tragiek van de dromerige jongeling die weigert op te groeien, maar die wel langzaam de brille uit zijn jeugd ziet verdampen. Nooit meer komt hij over de toppen van zijn jeugdwerk heen.

De als biograaf debuterende Peter Voskuil (1972) kan niet zo goed schrijvenen en heeft een licht pathetische stijl. Ook het uitgangspunt van zijn boek is nogal clichématig: Nijgh is een ‘enigma’, niemand kende hem. Voskuil kan verder niet schrappen, hij heeft ongeveer alles opgeschreven wat hij gevonden heeft. Het is hem allemaal vergeven want hij heeft beveel werk verzet, en zijn drang tot volledigheid levert ook mooie overbodige anekdotes op. Zie bovenstaande snor. En uiteindelijk is het leven van Nijgh, en het daarbij geleverde tijdsbeeld van provinciestad Haarlem in de revolutionaire jaren zestig en zeventig, interessant genoeg om door te lezen. Terwijl op de achtergrond van de afgedrukte foto’s Haarlem onveranderd zichzelf blijft, zie je op de voorgrond Nijgh langzaam uit elkaar vallen. Van de 22-jarige arrogante dandy met glas sherry en roze streepjesoverhemd, tot de 56-jarige uitgemergelde speed-junk in de hoerenbuurt.