Laat consument niet verdrinken in nepdrankjes

Er moet één logo komen voor gezonde producten. Eén toezichthouder moet toezien op de claims van functional foods. Dat zeggen zeven voedingskundigen.

Fabrikanten overspoelen de consument met functional foods, voedingsmiddelen met exotische toevoegingen die zouden helpen beter te denken, beter te slapen, minder te eten en er mooier uit te zien.

Een van de eerste producenten van functional foods op de Nederlandse markt was Yakult. Yakult claimde dat de goedaardige bacteriën (probiotica) in zijn drankjes een positief effect hadden op de weerstand. Aanvankelijk maakten voedingsconcerns bezwaar tegen de suggestieve claims van Yakult. Maar Yakult was zo succesvol dat de zuivelindustrie niet achter wilde blijven. Er zijn nu legio drankjes met goedaardige bacteriën, met slogans als ‘Je darmflora blijft gemakkelijker in evenwicht’.

Andere functional foods worden gevormd door margarines met omega-3-vetzuren, die goed zijn voor de ontwikkeling van de hersenen van kinderen. Er zijn inmiddels producten met speciale vetbolletjes waardoor je minder gaat eten. En er zijn beauty foods voor een mooie huid van binnenuit. Voor de meeste van deze effecten is het bewijs flinterdun. De druk van de marketing binnen bedrijven is blijkbaar zo groot dat de onderzoeksafdelingen de claimzucht geen halt kunnen toeroepen.

Wij, zeven voedingsonderzoekers aan de Universiteit Wageningen, maken ons ernstig bezorgd over deze ontwikkeling. Wij ontkennen niet dat er allerlei nieuwe ontwikkelingen gaande zijn. Mogelijk zijn omega-3-vetzuren goed voor het geheugen, mogelijk zijn probiotica goed voor de darmgezondheid, mogelijk zou vitamine E werken tegen luchtweginfecties, misschien verlagen sommige aminozuren de bloeddruk en mogelijk verbeteren bepaalde eiwitten de nachtrust. Maar deze en vele andere hypothesen zijn nog lang niet bewezen.

Toch verschijnen er steeds meer functional foods op de markt. Om hoeveel producten het gaat blijkt uit cijfers van de Europese Voedsel- en Warenautoriteit EFSA, waar voedingsbedrijven tot eind 2007 voorstellen voor gezondheidsclaims mochten indienen. Alleen al vanuit Nederland kwamen 2.600 formuleringen binnen. De EFSA staat voor de taak om deze claims voor eind 2010 te beoordelen. Dan volgt een politiek traject voordat de EU claim-regulering effectief wordt.

Zoals het er nu uitziet zal het bedrijfsleven de markt de komende jaren overspoelen met producten met gezondheidclaims, claims die veelal niet waarmaken wat ze suggereren. De supermarkt dreigt een apotheek te worden vol met nep- en pepdrankjes met loze kreten.

Willen we dit? Vooralsnog zijn consumenten meer gebaat bij voedingsmiddelen met gezonder vet, met minder zout, met minder toegevoegde suiker en met meer vezels. De voedingswetenschap heeft laten zien dat deze voeding er wel degelijk toe doet. Als je gezond eet, leef je langer en vooral prettiger. Hoe we moeten eten staat in de Richtlijnen Goede Voeding, die de Gezondheidsraad eind 2006 naar buiten heeft gebracht: minder verzadigd vet en transvet, meer groente, fruit en volkorenbrood, meer vis en minder zout – en vooral minder calorieën.

Ook industrie en horeca hebben stappen gezet om het gehalte aan ongezonde ingrediënten in hun producten te verlagen. Zo is de meeste melk inmiddels halfvol en wordt er in steeds gezonder vet gefrituurd. Er is echter veel meer gezondheidswinst te behalen. Neem het zoutgehalte van voedingsmiddelen. Zeventig tot tachtig procent komt ons lichaam binnen via industrieel bewerkte producten. Door dit te beperken kunnen per jaar circa vijfduizend sterfgevallen als gevolg van hartinfarcten en beroertes worden voorkomen.

Om consumenten makkelijker voor gezond voedsel te laten kiezen bestaan er verschillende logo’s, zoals het Gezonde Keuze-klavertje en het Ik Kies Bewust-logo. Wij zijn voorstander van één uniform keuzevignet, mits daarvoor scherpe criteria gelden. Alleen voedingsmiddelen die rijk zijn aan belangrijke voedingsstoffen (hoge nutriëntendichtheid) zouden in aanmerking mogen komen voor een gezondheidslogo. Dit voorkomt het aanbrengen van logo’s op bijvoorbeeld drop, kroketten, en frikadellen zoals op dit moment in supermarkten gebeurt.

Er zijn grote economische belangen gemoeid met het wel of niet mogen voeren van een logo. Daarom hebben we een duidelijke regierol van de overheid nodig als we de betrouwbaarheid van deze informatie willen waarborgen. LNV-minister Gerda Verburg heeft tijdens een voordracht gepleit voor één logo. Het zou goed zijn als het kabinet hierop ook in de regelgeving aanstuurt.

Belangrijk is dat de consument wordt beschermd tegen de vloedgolf van functional foods met onvoldoende onderbouwde claims. Een gezaghebbende onafhankelijk toezichthouder moet eerlijkheid in de handel van gezondheidsvoedsel waarborgen. We kunnen niet wachten op Brussel.

Frans Kok, (hoogleraar Voeding en Gezondheid), Michael Müller (hoogleraar Moleculaire Voeding), Pieter van ’t Veer (hoogleraar Voedingsepidemiologie), Renger Witkamp (hoogleraar Voeding en farmacologie), Kees de Graaf (hoogleraar Eetgedrag), Edith Feskens (hoogleraar Voeding en Metabool Syndroom)en Ellen Kampman (hoogleraar Voeding en Kanker) zijn verbonden aan Wageningen Universiteit.