Is Cruijff niet veel te goed voor een voetbalclub?

Het al jaren sluimerende nationale verlangen naar een Sterke Man is eindelijk vervuld. Het woord (‘voordat ik een fout maak, maak ik die fout niet’) is vlees geworden.

Cruijff is ook meteen de ideale sterke man.

Wat wordt hij bijvoorbeeld bij Ajax? ‘Niets’, zei hij. De krukken van de ledenraad die dachten dat ze hem tot ‘vormgever van het voetbalbeleid’ hadden benoemd, gaven aan het eind van hun gewichtige vergadering een persbericht uit waar dat in stond. Toen een (sport)verslaggever het communiqué aan hem voorlas haalde Johan zijn schouders op. Hij zou niet weten waar de stumpers het vandaan hadden.

Maar wat werd hij dan?, hield de verslaggever vol. Voorzitter? Directeur? Bewindvoerder? Chef? Stuk voor stuk woof Cruijff de droomfuncties van tafel. ‘Ik word niks’, herhaalde hij. De koekenbakkers hadden hem raad gevraagd en hij had ze raad gegeven.

De Ideale Sterke Man presenteert zichzelf altijd in eenvoud.

De ISM beveelt niet, hij adviseert. Hij neemt nooit plaats aan een vergadertafel, hij heeft wel wat beters te doen. Als hij merkt dat iemand zijn woorden notuleert, is het meteen uit; dan kliederen ze hun wanbeleid voortaan maar weer zelf bij elkaar. Naar Barcelona kunnen ze altijd mailen of desnoods bellen voor het geval er iets aan de hand is. Nee, hij kan niet zeggen of er vaste dagen in de maand zijn waarop hij mogelijk in de Arena langs zal komen. Dat merken ze vanzelf.

Maar aan wie was hij verantwoording schuldig?, vervolgde de verslaggever zijn zoektocht naar het naadje van de kous. Waarop kon hij straks worden afgerekend? Die jongen had dus nog steeds niet in de gaten dat hij oog in oog stond met een ISM; hij bleef vragen stellen alsof hij Tijs van den Brink was tegenover de minister-president.

Terwijl Ajax in beraad was, Balkenende verzekerde dat je zonder geloof en gebed nooit een vormgever van beleid kunt worden, Rouvoet zich op een andere manier belachelijk maakte, Erik van Muiswinkel met vier collega-amateurs bij Pauw en Witteman een zelfbedacht deuntje tegen China instudeerde, en Jet Bussemaker in Peking om een paar extra toegangskaartjes voor de Olympische Spelen bedelde – worstelde Wouter Bos met de tekst van een brief aan de Volkskrant.

Op de basisschool was hij vanaf de eerste groep een bolleboos geweest op het gebied van hoofdrekenen en redeneersommetjes. Maar de meester had al gauw gezien dat Wout voor een opstel waarschijnlijk nooit meer dan een mager vijfje zou verdienen. Toch wilde hij nu in de Volkskrant uitleggen dat sinds februari vorig jaar de ‘bestuurlijke filosofie’ van Den Haag was veranderd, en dat er ‘vanuit de politiek’ inmiddels heel anders ‘naar de samenleving’ werd gekeken, en met oplossingen werd gekomen. Hij had vijf voorbeelden bedacht van ‘schuivende paradigma’s en kantelende denkramen’, en hij verzekerde dat elk voorbeeld meer zei ‘over het verschil tussen dit kabinet en het vorige, dan welk lijstje concrete maatregelen dan ook’.

Als iemand zo begint, weet je dat het nooit meer wat zal worden. Maar Wouter wist van niks, koesterde zijn schuivende paradigmata en zijn kantelende denkvensters, en zwoegde nog 1.200 woorden door tot hij toe was aan zijn ‘laatste, zeer actuele kanteling’: de nieuwe bestuurlijke filosofie over het onderwijs.

Heremijntijd!

Hoe zou ’t straks worden op school? Welke kant zou het onderwijs uitschuiven of opkantelen? Werden Kemenade, Ritzen, Wallage en Netelenbos binnenkort als lid van de PvdA geroyeerd? Wanneer zouden trouwens de salarisverhogingen voor de leraar ingaan?

Helaas had Wouter Bos op dat moment z’n opinievormende ruimte opgebruikt. Maar als je hoort wat hij in een jaar tijd politiek allemaal heeft omgewenteld, dan mag hij van mij morgen bij Ajax beginnen.