In Azië heeft Google Yahoo nog niet verslagen

Een combinatie van MSN (van Microsoft) en Yahoo krijgt in Azië een sterke positie. Naast Google is vooral marktleider Baidu, dat als twee druppels water op Google lijkt, doelwit.

De Chinese internetmarkt met 200 miljoen potentiële klanten zal door een mogelijke, afgedwongen fusie van softwareproducent Microsoft en zoekmachine Yahoo ingrijpend worden gewijzigd.

Als MSN China, Yahoo China en het digitale veiling- en handelsbedrijf Alibaba, dat voor 39 procent eigendom is van Yahoo, samengaan, ontstaat er een nieuwe onderneming die het kan opnemen tegen de Chinese marktleider Baidu en het groeiende Google China. „Op dit moment is Yahoo China met een marktaandeel van 9,6 procent geen partij voor Baidu of Google, die respectievelijk 60,1 procent en 25,9 procent van de markt hebben veroverd. Maar samen kunnen MSN China, Yahoo China en Alibaba een serieuze concurrent worden van de grote twee”, denkt David Li van Iresearch, een onderzoeksbedrijf in Shanghai. Alibaba heeft al de controle over Yahoo China.

China heeft de snelst groeiende internetmarkt ter wereld, de opbrengsten uit de verkoop van onlineadvertenties en producten zullen tussen nu en 2010 verviervoudigen tot 20,5 miljard dollar (13,8 miljard euro), zegt Li. „Dat is ook een reden waarom Yahoo, dat 39 procent van Alibaba bezit, zo’n interessant doelwit voor Microsoft.”

Hij is het eens met Amerikaanse analisten die denken dat de overname „vrijwel zeker” zal doorgaan als Microsoft het bod verhoogt. Volgens de Chinese zakenpers zal Microsoft het bod verhogen naar 35 dollar per aandeel Yahoo.

Een columnist van persbureau Bloomberg constateerde dat de Chinese en Japanse groeimarkten „het geheime wapen” vormen van Yahoo om een hoger bod uit Microsoft te persen. Yahoo-topman Jerry Wang zei ook dat Microsoft de investeringen van Yahoo in Alibaba en in Yahoo Japan niet op de juiste waarde heeft geschat.

„Dat denk ik ook. De investeringen van Yahoo in Alibaba en in Japan zijn 13,8 miljard dollar waard. Dat bezit zal in waarde stijgen, want Alibaba blijft het zeer goed doen. Microsoft en Yahoo hebben in de Verenigde Staten de strijd tegen Google verloren, maar in Azië is Google aanzienlijk minder dominant en dat levert gunstige perspectieven op”, meent Li.

Microsoft zal, als een verhoging van het bod dat nu 40 miljard dollar waard is tot overname van Yahoo zal leiden, een aantal specifiek Chinese problemen op het gebied van zeggenschap, marketing, piraterij en censuur moeten oplossen.

Toen Alibaba in 2005 Yahoo als grote investeerder (à 1 miljard dollar) binnenhaalde, bedong oprichter Jack Ma, een voormalige leraar Engels, dat hij de volledige controle zou behouden over de zaken van Alibaba én over Yahoo China. Deze bijzondere constructie kwam tot stand onder druk van de Chinese overheid.

Alibaba, dat Yahoo China bestiert, is niet alleen een Chinees succesverhaal. De autoriteiten in Peking, die internet streng controleren, willen niet dat internetbedrijven in buitenlandse handen komen. Jack Ma van Alibaba heeft het afgelopen weekend de 8.000 werknemers van het digitale handelsbedrijf gezegd dat „het management van Alibaba altijd onafhankelijk zal blijven, ongeacht de identiteit van de aandeelhouders”.

Analisten en onderzoekers van Iresearch en Analysys International in Peking zijn overigens al een stap verder en denken na over de strategie van MSN China, Yahoo China en Alibaba om marktaandeel te veroveren. Marktleider Baidu is voor de meeste nieuwe gebruikers van internet in China de belangrijkste toegangsportal.

Het succes van het op de Nasdaq genoteerde Baidu, dat sprekend lijkt op Google, heeft te maken met het feit dat de site jongeren (70 procent van de Chinese internetgebruikers is jonger dan 30) de mogelijkheid biedt om gratis muziek zonder licentie te downloaden. De muziekzoekmachine met gratis mp3-muziekbestanden van Baidu is de grote attractie van het Chinese internet en een steens des aanstoots van de internationale muziekmaatschappijen.

Volgens Iresearch haalt 90 procent van de 210 miljoen internetgebruikers via Baidu muziek en films op. De kwaliteit is over het algemeen zeer behoorlijk en zeker beter dan het aanbod van straatverkopers. Baidu verdient geld met de verkoop van advertenties op de muzieksites. „De digitale muziekmarkt is de sleutel om de deur naar de Chinese internetmarkt te openen. Daarom gaat Google nu met Baidu vergelijkbare diensten aanbieden en zal straks het nieuwe bedrijf van MSN China, Yahoo en Alibaba daar ook niet aan ontkomen”, zegt Li.

Volgens de Chinese media heeft Google al een voorsprong genomen op de eventuele concurrentie van het gefuseerde MSN China en Yahoo China door met het Chinese Top100.cn een overeenkomst te sluiten over een gratis muziekdienst. Google China wil dat tot nu toe niet bevestigen, maar volgens The Wall Street Journal Asia is een overeenkomst tussen Google, Top100.cn en Universal Music van Vivendi bijna rond. De muziekmaatschappij zou in ruil voor het beschikbaar stellen van muziek een deel van de advertentieopbrengsten ontvangen. Ook EMI en Sony, die zich lang hebben verzet tegen wat beschouwd wordt als een vorm van piraterij, zijn nu volgens Iresearch en Chinese media bereid dergelijke overeenkomsten te sluiten.

Op de vraag hoe een verenigd Microsoft en Yahoo zullen omgaan met lastige kwesties als de vrijheid van meningsuiting en de censuur kan Iresearch geen antwoord geven. Marktleider Baidu, opgericht door de Chinees-Amerikaanse Robin Li die opgroeide in Sillicon Valley, werkt volledig mee met de Chinese overheid. De Chinese variant van Wikipedia, Baidupedia gedoopt, voldoet aan alle eisen van de censor.

Google en Microsoft leveren wel technologie voor het blokkeren van „gevoelige” sites, maar proberen een balans te vinden tussen de druk in het Westen en de voorwaarden van de Chinese universiteiten. Volgens Iresearch hebben de Chinese autoriteiten zich tegenover het management van Alibaba zeer bezorgd getoond over de overnameplannen van Microsoft. „Peking zal het hele proces van zeer dichtbij volgen. Dat staat vast. Dit wordt een goudmijn voor advocaten”, grijnst David Li.