Ik neem zijstraten en laat me verrassen

Victoria Koblenko (27) is presentator en actrice, maar ook verkiezingswaarnemer.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

Actrice en presentatrice Victoria Koblenko – geboren in 1980 in Oekraïne, destijds een Sovjetrepubliek – was twaalf toen zij in 1993 met haar ouders naar Nederland verhuisde. Ze streken neer in Krimpen aan den IJssel en na een zomer blokken op het Nederlands kon Victoria in het najaar van 1994 probleemloos instromen in de tweede klas van het gymnasium. Vanaf haar vijftiende verdiende ze haar geld met rollen in reclames voor bedrijven als Ben, Libertel en Stella Artois. Een regisseur vertrouwde haar toe dat ze zo’n ‘soaphoofd’ had. In 2000 bood Goede Tijden Slechte Tijden (GTST) Victoria een rol aan in de serie – een half jaar nadat ze was begonnen met haar studie politicologie. Vijf jaar lang speelde ze het roodharige meisje Isabella Kortenaer. Toen was het tijd om te ‘ontsoapen’. Tijdens haar GTST-jaren had ze al in een speelfilm gespeeld (Stille Nacht, 2004) en in Moskou stage gelopen bij het bedrijf Independent Media van tycoon Derk Sauer. Nu, bijna drie jaar na haar afscheid van de soap, zijn haar werkzaamheden in twee woorden samen te vatten: zeer divers. Ze probeert met het ministerie van Onderwijs de ‘glazen muur’ tussen mannen- en vrouwenberoepen en -opleidingen te doorbreken. Ze presenteert een talkshow over vmbo-jongeren op RTV Noord, de regionale televisiezender in haar woonplaats Groningen. Ze werkt mee aan ‘bewustwording’ over ontwikkelingssamenwerking als ambassadeur van de Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO). Ze speelt in de nieuwe afleveringenreeks van de serie Vuurzee (VARA), presenteert het VPRO-programma Landroof en de Nationale Wetenschapsquiz Junior, leest Russische sprookjes voor in het Groninger museum en was in 2006 verkiezingswaarnemer in Oekraïne en Oeganda. Onder andere.

Wat wilde jij vroeger eigenlijk worden?

„Ik wist nooit wat ik wilde worden. Op mijn achttiende ben ik gaan studeren omdat ik nog niet toe was aan een voltijdbaan. Ik koos politicologie omdat dat me een goede studie leek voor mijn algemene ontwikkeling – ik had er geen bepaald doel mee. Ik kan me ook helemaal niet goed focussen. Voor mij betekent dat: blind staren. Door zijstraten te nemen kom ik bij verrassende uitkomsten. Ik wil die zijstraten ook spotten. GTST bijvoorbeeld was echt een zijstraat. Het was zo ongepland, maar ik heb er wel een nieuw pad door kunnen inslaan. Als er morgen weer een gekke kans voorbijkomt, of een onlogische, dan pak ik hem misschien ook wel.”

Is dat niet verwarrend?

„Ik probeer mezelf zo juist te vinden. Sommige mensen maken tienjarenplannen. Dat vind ik een te grote last. Dan stellen mensen hun geluk uit totdat ze een bepaald doel hebben bereikt, alsof ze alleen daarvan gelukkig kunnen worden. Als mens kun je veranderen: evolueren, groeien, krimpen, weet ik veel. Het doel en jijzelf zijn beide variabelen. Het is een misvatting dat het om twee constanten gaat. Door mijzelf niet vast te leggen, blijf ik juist dicht bij mijzelf.”

Maar hoe kom je dan aan opdrachten?

„Ik probeer assertief te zijn. Dan leer je mensen kennen die weer mensen kennen, met wie je in zee kunt. Daarnaast ken ik nauwelijks consistentie: ik ben heel impulsief. Voor mij is het de kunst het aantal opdrachten zo veel mogelijk te beperken. Op een gegeven moment moet ik wel knopen gaan doorhakken, want ik kan niet alles tegelijk. Aan de andere kant: ik neem geen projecten aan waar ik geen zin in heb. Als ik iets doe dat tegen mijn gevoel ingaat, krijg ik er spijt van. Zodra ik ga bedenken of ik iets wel moet doen, is het antwoord eigenlijk al nee. Anders had ik me het niet afgevraagd.”

Twijfel speelt geen rol?

„Nee, eigenlijk niet. Men zegt wel eens ‘zonder twijfel geen vooruitgang’. Nou, voor mij gaat dat niet op. Ik ben ook nooit zenuwachtig. Ja, laatst, toen ik werd geïnterviewd in mijn favoriete radioprogramma Kunststof van de NPS. Maar zoiets overkomt me zelden. Zenuwen zijn ook een soort twijfel. Dan heb je voor iets gekozen, terwijl je lichaam ergens anders heen wil. Volgens mij moet je iets of wél doen, of níet. Je moet niet iets gaan doen, en dan gaan twijfelen. Een kwestie van concentratie, lijkt me.”

Klinkt ontspannen.

„Ik put mezelf niet constant uit, nee. Maar soms ben ik wel aan inspiratie toe. Dan wil ik geprikkeld worden door dingen die ik nog niet ken. Door nieuwe belevingswerelden. Ik ga dan bijvoorbeeld met vakantie naar Iran. Of ik maak een programma over een gebied waar ik al langer heen wilde. Sowieso vind ik het ontspannend om in het buitenland te zijn. Dat je merkt: ik kan hier gelukkig zijn, los van alles wat ik heb bereikt in Nederland. Dat is een fijn gevoel. Daarom vind ik het ook zo verschrikkelijk om in het buitenland Nederlanders tegen te komen. Zij herinneren mij dan weer aan thuis, aan wie ik daar ben. Alsof dat mijn enige identiteit is. In het buitenland probeer ik me daar juist los van te maken.”

Je wordt nu eenmaal herkend.

„Daar probeer ik niet op te letten. Ik vind niet dat het mijn taak is om aan iedereen aandacht te geven. Als je op die aandacht ingaat, laat je je meevoeren op de energiestromen van iemand anders. Ik heb me een paar keer uit het veld laten slaan door de reacties van andere mensen. Mensen die ongeloofwaardig positief waren, of juist heel agressief. Daar kon ik ’s nachts dan echt van wakker liggen. In de tijd dat ik bijvoorbeeld Isabella speelde in Goede Tijden Slechte Tijden, ging een allochtone moeder me een keer bijna te lijf. Ze vond dat ik het slechte voorbeeld gaf aan haar dochter, omdat ik in de serie gevoelens had voor een oudere man. Ik probeerde die vrouw zinnig te woord te staan, maar dat heeft helemaal geen nut op zo’n moment. Dan ga je meepraten met mensen vanuit het beeld dat zij over jou hebben opgepikt. Dat kost enorm veel energie. Net als toen met het weblog mokkels.nl. Daarop stond een still uit GTST, waarop je mijn decolleté kon zien, omdat ik me voorover boog om mijn veters te strikken. Twintig pagina’s discussie over de vraag: zijn die borsten nou echt of niet? Daar kan ik me dan wel druk over gaan maken, maar daar heb ik tegenwoordig helemaal geen zin meer in.”

Die tijd is voorbij?

„Nee, dat bedoel ik niet. Ik kan alleen geen controle uitoefenen op hoe anderen mij zien. Het is een vrij bewuste keuze: maak ik mij er druk om of niet? Ik kan alleen proberen mijzelf niet te laten vormen door die ander. Mensen proberen mij te maken – en daar verzet ik mij tegen. Als ik op zaterdagmorgen naar de bakker ga, maak ik me niet op. Op straat roepen mensen me dan soms na: ‘Op tv ben je veel knapper.’ Je kunt vervolgens een half uur langer voor de spiegel gaan staan, maar dan laat je je maken door hoe zij vinden dat je eruit moet zien. Nou ja, ik ga op een zaterdagmorgen graag zonder make-up naar de bakker. Ik wil gewoon de regie houden over de dingen die ik doe.”