‘Ideeën van Warhol snappen ze niet’

Kunst was in de eeuwenoude Chinese traditie een middel waarmee een individu zichzelf kon verheffen en werd alleen al om die reden nooit verkocht. „Het is dan ook heel ironisch dat de hedendaagse kunst uit China zo in het teken van het geld staat”, zegt Pearl Lam. Lam, geboren in Hongkong en opgegroeid in Londen, geldt internationaal als een van de belangrijkste experts in Chinese kunst.

De markt voor hedendaagse kunst uit China is de afgelopen vijf jaar verviervoudigd. Het werk van sommige Chinese kunstenaars wordt voor miljoenen euro’s geveild. Lam is op deze markt een grote speler: verzamelaar, opdrachtgever voor design, eigenaar van galeries in Hongkong, Shanghai, Peking, Londen en New York.

Op haar permanente wereldreis doet Lam dinsdagavond even Nederland aan. Ze is het middelpunt van een groot diner, waar ook minister Ronald Plasterk (Cultuur) en zijn vrouw even aanschuiven. Na afloop zegt zij: „Westerse en Chinese kunst mogen nu soms op elkaar lijken, ze zijn fundamenteel anders. Westerse kunstenaars worden gedreven door ideeën en concepten, Chinese door esthetiek.”

Dit ontdekte Lam toen zij begin jaren negentig Chinese kunst begon te verzamelen – als een van de allereersten. De repressie van na de opstand op het Plein van de Hemelse Vrede was aan het verdampen en kunstenaars begonnen op grote schaal te experimenten. „Bij mijn atelierbezoeken verwachtte ik kunst van dit moment, maar ik zag alleen kunstenaars die bezig waren de traditie te heruitvinden.”

De Confuciaanse traditie, die werd vernietigd door de Culturele Revolutie, legt de nadruk op harmonie en samenhang. „De kleuren en vormen van daken en plafonds kwamen bijvoorbeeld terug in het traditionele porselein. De felle bijna schreeuwerige kleuren zie je nu ook weer in hedendaagse schilderijen”, vertelt Lam: „Westerlingen ervaren dat vaak als kitsch.”

Westerse kunstliefhebbers snappen volgens haar sowieso weinig van de Chinese kunst. „Zien ze een pop art-schilderij met een hoofd van Mao, dan noemen ze dat ‘political pop’. Maar het zijn geen politieke schilderijen”, zegt Lam. Chinese kunstenaars kopiëren gewoon Andy Warhol, die ook Mao portretteerde: „Dat het werk van Warhol een commentaar is op het consumentisme, weten ze niet. Ze vinden Warhol alleen maar mooi.”

Bovendien merkten de schilders dat hun pop art in de smaak viel bij westerlingen, die als eersten Chinese kunst kochten. „De gekte van de laatste jaren zal verdwijnen door de turbulentie op de financiële markten”, verwacht Lam. „De markt voor Chinese en andere Aziatische kunst zal op peil blijven doordat steeds meer lokale miljonairs kunst kopen.” De nadruk zal daarbij vermoedelijk verschuiven van pop art naar bijvoorbeeld ‘kitsch art’. Lam: „Eén ding blijft hetzelfde, het streven van Chinese kunstenaars naar traditionele en esthetische kunst.”