Het kantoor als museum

De afgelopen decennia groeiden de kunstcollecties van bedrijven flink. Beheerders zouden graag samenwerken met musea om kosten en aankopen te delen.

Sigarettenkoning Alexander Orlow had eind jaren vijftig een idee voor zijn Turmac-fabriek in Zevenaar: de arbeiders moesten kunst aan de muur krijgen. Orlow koos voor kleurig en abstract omdat zulke werken volgens hem het best uitkwamen in de productieomgeving. Meer dan dertig jaar hingen de Appels, Alechinksy’s, Kelley’s, Niki de Saint Phalle’s, Kippenbergers en Vasarely’s in de fabriek. Er stond zelfs een machine die beschilderd was door een Franse abstracte kunstenaar.

Turmac werd overgenomen door Rothmans, en Rothmans fuseerde met British American Tobacco Company (BAT). Eind dit jaar zal BAT de fabriek in het stadje Zevenaar, waar het zo lang de belangrijkste werkgever was, verlaten. Voor de kunst is geen plaats meer. Wat er met de collectie gaat gebeuren, is onduidelijk.

Bedrijfscollecties maken moeilijke tijden mee. De macht van investeerders bij bedrijven is gegroeid en zij staan anders tegenover kunstverzamelingen dan traditionele directies. Fusies en verhuizingen zorgen ook voor onzekerheid. Zo is nog niet bekend wat er gaat gebeuren met de 16.000 kunstwerken van de bedrijfscollectie van ABN Amro. Gaan ze naar één van de drie nieuwe eigenaren, wordt de boedel gesplitst of gaat de collectie in de verkoop?

In Nederland hebben zo’n zestig bedrijven een kunstcollectie van enige omvang. Belangrijk zijn onder meer de collecties van bedrijven als Caldic, Rabo, ING, KPN, BAT, Akzo Nobel, AEGON en NOG van het SNS REAAL Fonds. De verzamelingen zijn bijna allemaal vooral in de jaren tachtig en negentig flink gegroeid. Directies hadden er aardigheid in en de muren konden wel wat fraais gebruiken.

Decoratie is niet het hoofddoel van de kunstadviseurs die de collecties samenstellen en beheren bij de bedrijven. Ze streven meestal naar het verkrijgen van eigentijdse kunst die „iets losmaakt” bij het personeel in het kantoor. Hester Alberdingk Thijm, hoofd van de Akzo Nobel Art Foundation: „Ik zoek kunst die een ruimte een eigen identiteit kan geven, een blik kan sturen en soms zelfs een uitzicht op een lelijk gebouw kan compenseren. Dat kan alleen met goede autonome kunst. Soms dwars, soms humoristisch en prikkelend. Het stimuleert de creativiteit van de beschouwer.”

In Zevenaar wordt nagedacht

over de mogelijkheden voor de BAT-collectie. Burgemeester Jan de Ruiter zou van de fabriek in het centrum van Zevenaar graag een museum voor moderne kunst maken. Geen doorsnee museum, maar met de kunst in de vroegere industriële ruimtes, zoals Orlow het bedoeld had. De Ruiter voerde gesprekken met de Nederlandse leiding van BAT in Amstelveen en met het hoofdkantoor in Londen. „Het is Nederlands erfgoed, het zou zonde zijn als de verzameling uit elkaar valt.” Maar meer dan een jaar sinds de eerste contacten is er nog geen duidelijkheid.

„Het is onze opzet om mee te werken en de collectie niet verloren te laten gaan voor het Nederlandse publiek”, zegt Joost Keulen, die bij het sigarettenconcern verantwoordelijk is voor de collectie van BAT. „Maar wij zullen het wel over de prijs eens moeten worden.” Of er iets van een museum in Zevenaar komt, hangt volgens hem vooral af van wat een nieuwe eigenaar wil. Dat BAT de verzameling van de hand doet, staat vast. „Een collectie onderhouden en door laten groeien kost niet alleen veel tijd en geld; je moet er ook expositieruimte voor hebben.” Het beheren van een kunstcollectie past volgens Keulen niet meer bij de bedrijfscultuur en BAT wil zijn geld anders besteden.

Burgemeester De Ruiter sprak met Gijs van Tuyl van het Stedelijk Museum in Amsterdam, die volgens hem een jaar geleden nog wel mogelijkheden zag voor een satelliet van het Stedelijk in Zevenaar. „Want als gemeente kunnen we niet zelf een museum runnen.”

Van Tuyl kent de collectie goed. Voor hij drie jaar geleden directeur van het Stedelijk werd, was hij bezig met een expositie van werken uit de BAT-collectie. Op zijn kantoor heeft hij nog drie multomappen liggen waar alle kunstwerken in staan. Bladerend wijst hij keer op keer enthousiast op de geweldige aankopen die Orlow en de adviseurs Willem Sandberg, Renilde Hammacher-van den Brande, Wim Beeren en Martijn Sanders hebben gedaan. Heel wat zou zo aan de muren van het Stedelijk mogen hangen. Een museum in Zevenaar vindt hij nog steeds een leuk idee, waar helaas wel geen geld voor te vinden zal zijn.

De verhuizing van het hoofdkantoor van Akzo Nobel van Arnhem naar een tijdelijke locatie aan de Amsterdamse Zuidas leverde vorig jaar geen problemen op voor de kunstcollectie. Adviseur Alberdingk Thijm zorgde ervoor dat ze al vroeg bij de verhuisplannen werd betrokken. Dankzij haar kwamen er witte muren en grijze vloerbedekking, zodat de vierhonderd kunstwerken op de acht etages optimaal tot hun recht komen.

Het restaurant op de zestiende etage is, artistiek, een hoogtepunt in het bedrijf. Twee grote schilderijen van Robert Zandvliet hangen er naast de lunchtafeltjes. Hun abstracte vormen en krachtige kleuren domineren de ruimte. Een serie ingelijste monoprints, tekeningen en kleine schilderijtjes versterken de indruk van een aan Zandvliet gewijde museumzaal. Alberdingk Thijm volgt de kunstenaar al meer dan tien jaar en Akzo Nobel bezit inmiddels 26 van zijn werken. De bedrijfscollectie omvat in totaal 1330 werken van eigentijdse kunstenaars.

De gangen zijn het domein van Alberdingk Thijm, maar wat de medewerkers op hun kamer hangen, mogen ze zelf weten. Sommigen kiezen voor nep-Monetjes („Ik kreeg het van een dierbare oud-chef”) of een roze flamingo, maar anderen hebben iets genomen uit de bedrijfscollectie. CEO Hans Wijers heeft onder meer Green Man van beeldhouwer Nicolas Dings, een man uit wiens hoofd een boompje groeit. Directeur Corporate Control Martin Potter heeft een schilderij van Ryan McGinness. „Mooi hè”, zegt hij bijna teder. „Ik was hier zaterdag met mijn dochter. Ze doet een grafische opleiding in Londen en wilde bijna niet geloven dat ik een McGinness boven mijn bureau heb. Hij is volgens haar erg hip in Londen.”

Kunstenaar Rob Regeer is die morgen bij Alberdingk Thijm geweest om verder te werken aan zijn muurschilderij op de zevende etage. Het is een paarsig-blauw vlak van 5,5 meter breed en 2,6 meter hoog. Hij heeft er holletjes in gefreesd die opvallen als je er langsloopt. Het ziet er streelbaar uit. Alberdingk Thijm: „Hij gebruikt een nieuwe coating van Akzo, waardoor het als fluweel aanvoelt.”

Akzo Nobels expertise op verfgebied zorgt voor een extra band met de kunstenaars. „Er zijn bedrijven die met hun aankoopbeleid aansluiten bij wat ze maken of doen”, zegt kunstadviseur Corrie van der Veen, verantwoordelijk voor de collecties van NOG (500 werken) en Aegon (1900). „Ik vind dat je kunst vrijheid moet geven. Anders krijg je bij fusies of overnames een probleem. Dan past de kunst niet meer bij het veranderde bedrijf. Je kunt beter kwaliteit als criterium nemen. Koppel niet alles aan de brand.”

Het hoofdkantoor van Aegon

in Den Haag wordt op dit moment opgeknapt. Na de renovatie zal het nog weinig muren hebben. Bij de koffiecorners en op schermen in de vloer wil Van der Veen videokunst laten zien. Daar leent de ruimte zich voor en het spreekt volgens haar jonge werknemers aan. „Maar waar moeten we met de schilderijen en grafiek naartoe?”

Akzo Nobel wilde vorig jaar haar medische dochter Organon naar de beurs brengen. Wat moest er dan met de kunst van Organon gebeuren? Een deel, zoals Maria Roosens grote installatie van gekleurde glazen ‘spermacellen’ in de fabriek in Oss, was speciaal voor de locatie gemaakt. Hester Alberdingk Thijm zette de directie ertoe aan ook over dat aspect van de operatie na te denken. Juridisch werd geregeld dat de collectie eigendom zou blijven van de Akzo Nobel Art Foundation.

Op het laatste moment ging de beursgang niet door en werd Organon verkocht een Amerikaans bedrijf. De kunst hangt er nog, maar volgens het bruikleencontract mag de Art Foundation het weghalen als er niet goed voor wordt gezorgd.

Kunst aankopen is leuk, maar dan begint de verantwoordelijkheid. Alberdingk Thijm schat dat ze tachtig procent van haar tijd bezig is met logistiek, conservering, restauratie, administratie, verzekering, documentatie, inlijsten en publicaties. Musea hebben daarvoor een omvangrijke staf. Bij bedrijven is dat anders. „We moeten dringend nadenken over hoe we met de groei van de collecties omgaan”, zegt Corrie van der Veen. Net als haar collega van Akzo Nobel kijkt ze een beetje naar de musea voor hulp. De bedrijfscollecties worden niet alleen groter, maar ook ouder en dat betekent dat het onderhoud een groeiende kostenpost is.

„We moeten met de musea gaan praten”, zegt Van der Veen. „Zij hebben budgetproblemen door de stijgende prijzen op de kunstmarkt. We kunnen misschien helpen door samen als een joint venture werken aan te schaffen en die vervolgens langdurig in bruikleen te geven. We zouden kunstwerken eerst zelf kunnen laten zien en daarna overdragen. Het museum krijgt de collectie die het wil en bedrijven hebben minder zorgen over de conservering.”

Bij een bezoek een paar maanden geleden was Stedelijk-directeur Van Tuyl vol lof voor de kunst van Akzo Nobel. Maar het Stedelijk heeft niet de capaciteit om te helpen bij het conserveren van bedrijfscollecties. „Wij hebben een collectie van 90.000 voorwerpen en onze restauratoren hebben hun handen vol.” In gezamenlijke aankopen ziet hij evenmin veel. „Musea en bedrijven zijn twee verschillende werelden. Elke aanschaf doen we tegen de achtergrond van onze collectie. Ik kan tegen een kunstenaar zeggen dat een werk van hem me doet denken aan iets van een ander dat we al bezitten. Mark Grotjahn vond het prachtig dat we werk hebben van Brice Marden, iemand die hij erg bewondert. Zoiets is een verrijking en een goed onderhandelingspunt. Ik weet altijd precies welk werk ik wil hebben en neem nooit genoegen met een tweede keus.” Hij is huiverig voor samenwerking waarbij niet zeker is of een kunstwerk permanent tot de museumcollectie zal gaan behoren.

Sponsorgeld blijft bij musea natuurlijk welkom. Maar bedrijven willen meer dan geld geven. Wat precies, daar zouden de adviseurs het graag met de musea over hebben. Ze willen serieus genomen worden als artistieke partner. Zeker de grote musea zijn wat dat betreft afhoudend. Directeur Wim van Krimpen wekte in 2005 de wrevel van de kunstadviseurs door na de expositie van de Rabo-collectie in het Haags Gemeentemuseum te laten vallen dat hij het alleen maar deed omdat ze geld meebrachten. „We hebben het goedkeuringsstempel van musea niet meer nodig”, zegt Alberdingk Thijm. „We hebben de museale kwaliteit al. Wat we missen is een historische collectie en een publieke functie.” Dat laatste zal veranderen als over drie jaar de nieuwbouw van het hoofdkantoor klaar is. Dan krijgt Akzo Nobel aan de Zuidas een vrij toegankelijk expositieruimte van 800 vierkante meter. „Om werk uit onze eigen collectie te tonen en jonge kunstenaars de kans geven om onderzoek te doen.” Dan is de cirkel rond en is het bedrijf zelf museum geworden.

Informatie over bedrijfscollecties: vbcn.nl. Zie verder batart.com, artfoundation.akzonobel.com