Het handdruktaboe

De Amsterdamse straatcoach die weigert vrouwen een hand te geven bezondigt zich aan de seksualisering van vrouwen. Zoals de wethouder die porno downloadt op een gemeentecomputer, zichzelf niet kan vrijpleiten door te stellen dat hij een liefhebber van vrouwen is, zo kan het gedrag van de straatcoach niet worden goedgepraat met het argument dat zijn weigering voortkomt uit respect voor vrouwen.

In haar boek De vrouw als mens (2007) veegt Jolande Withuis de vloer aan met politici en publicisten die vinden dat het mogelijk moet zijn om een dergelijk onderscheid tussen de seksen te maken. Zou ook maar één van hen in het Zuid-Afrika van de apartheid tegen een zwarte die het verbod op omgang tussen blank en zwart als racisme beschouwde, hebben gezegd dat hij er maar begrip voor moest hebben dat blanken het nou eenmaal onaangenaam vinden om een zwarte aan te raken, vraagt Withuis zich verwonderd af. Zou de straatcoach, denk ik dan, zijn baan bij de gemeente Amsterdam nog steeds hebben gehad als hij categorisch had geweigerd alle joodse inwoners van de stad een hand te geven?

Ian Buruma, de Brits-Nederlandse schrijver die vorige maand de Erasmusprijs won, vond het getuigen van de typisch Nederlandse clubgeest dat iedereen viel over de Tilburgse imam die de toenmalige minister voor Integratie, Rita Verdonk, geen hand wilde geven. „Als een ouderwetse imam, een minderheid binnen zijn minderheid, vrouwen geen hand wil geven, laat die man”, zei Buruma daarover twee jaar geleden in een vraaggesprek met deze krant. Ik ben het met hem eens als de kwestie zich zou beperken tot een enkele zonderlinge imam.

Maar bij de kwestie van De Hand gaat het inmiddels om een geheel nieuwe lichting moslims, die veelal in Nederland zijn geboren en getogen en die zich opeens wensen te houden aan een strikte scheiding tussen de seksen. Zoals de docente aan het Vader Rijn College in Utrecht die na de zomervakantie plotsklaps haar mannelijke collega’s op school geen hand meer wilde geven uit religieuze overwegingen. Ze werd door de school ontslagen.

In de uitzending van Pauw & Witteman vorige week donderdag refereerde burgemeester Cohen aan het standpunt van de Commissie Gelijke Behandeling die de vrouw in het gelijk had gesteld. Maar hij verzuimde erbij te vermelden dat de rechtbank dat oordeel had verworpen en juist de school gelijk had gegeven.

Het handdruktaboe is geen onschuldig, betekenisloos gebruik. Het hoort bij verboden op zwemmen, werken, over straat gaan en zelfstandig leven, aldus Jolande Withuis. Verboden voor vrouwen welteverstaan.

Op de voorpagina van de New York Times stond afgelopen zondag een verhaal over jonge moslims die in Egypte en de rest van het Midden-Oosten voor een wederopbloei van de islam zorgen. Uit teleurstelling en frustratie hebben vele jongeren zich tot het geloof bekeerd voor troost en zingeving.

Een generatie geleden bedekten weinig vrouwen hun hoofd, en waren er weinig mannen die vijf keer per dag naar de moskee gingen om te bidden. Tegenwoordig wordt de hijab, een sjaal die het haar en de hals bedekt, door vrijwel alle Egyptische vrouwen gedragen en zijn de moskeeën de hele dag gevuld met jonge mannen, vaak vergezeld door hun vaders. Was er in 1986 slechts 1 moskee voor elke 6.031 Egyptenaren, in 2005 was de moskeedichtheid verachtvoudigd tot 1 per 745 Egyptenaren.

Het benedenmaatse onderwijs en de slechte economische vooruitzichten zijn volgens de New York Times de belangrijkste oorzaken van de islamitische revival in het Midden-Oosten. De focus op de islam vervreemdt jonge Egyptenaren van het Westen en verhevigt hun grieven over het buitenlands beleid dat het Westen in de regio voert. Door de steeds striktere scheiding tussen de seksen worden volgens Egyptische sociologen de seksuele frustraties van de jongeren verder aangewakkerd.

In een essay in The Guardian van 25 februari 2006 vraagt Buruma zich hardop af of masturbatie tot zelfmoordaanslagen kan leiden. Je zou denken van niet (of althans dat er dan meer vrouwelijke zelfmoordenaars zouden zijn), maar volgens Buruma is het heel goed mogelijk dat er een verband bestaat tussen seksuele frustratie en de aantrekkingskracht van het gewelddadig extremisme. Buruma illustreert dit op overtuigende wijze aan de hand van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. Die weigerde in de loop van 2003 ook vrouwen nog langer een hand te geven.

Waar Ayaan Hirsi Ali in het Westen vrijheid zag – bovenal seksuele vrijheid – zag Mohammed oneer, decadentie, vuiligheid en verwarring. Terwijl het hem niet lukte de ‘makkelijke’ Nederlandse meisjes te versieren, kreeg zijn zusje Wardia op haar zeventiende wel een vriendje. Waar de vrijheid van het leven in Nederland Hirsi Ali de kans bood om te bloeien, maakte diezelfde vrijheid Mohammed klein en vervulde die hem met haat. De moord op Van Gogh was de wraak van een radicale loser.

Buruma’s analyse sluit naadloos aan bij de these van de socioloog Abram de Swaan, winnaar van de P.C. Hooftprijs 2008, die stelt dat de botsing der beschavingen in feite een strijd der seksen is. Voor veel jongens die opgroeien in de patriarchale traditie moet het een onverteerbare vernedering zijn om braaf en nijver op school de meisjes te moeten bijhouden. Volgens De Swaan is veel religieus geïnspireerd radicalisme in deze tijd ingegeven door de angst van mannen om hun meerderwaardigheid boven vrouwen te verliezen. De zuivere islam wordt er slechts bijgesleept in een poging om de traditionele mannenmacht te handhaven.

De scheiding der seksen is niet de oplossing voor de onmacht die veel migranten voelen. Als Egypte een indicatie is, dan voedt zij slechts het probleem.

Reageren kan op nrc.nl/mees (Reacties worden pas openbaar na beoordeling door de redactie.)