Head & shoulders

Afgelopen september gaf zoon een visfeest. Weer eens wat anders dan de bekende speurtocht, piratenpartij of poppenkast. We leenden wat extra hengels, kochten een feestelijk doosje maden en verzonnen nevenactiviteiten, zoals het geblinddoekt happen naar uit ontbijtkoek geboetseerde visjes.

Werkelijk enthousiast werden de genodigden natuurlijk pas toen we écht gingen vissen. De voorntjes in de sloot voor de deur waren zo sympathiek om flink toe te happen. Man en buurman zorgden ervoor dat de visjes redelijk pijnloos van de haak werden gehaald en teruggeworpen in de nieuwbouwgracht.

Ook de uitnodiging was in de vorm van een vis, wat een klasgenootje op een origineel cadeau idee bracht. Ze kwam trots aanzetten met twee goudvissen en een sliert wier in een plastic zak en de klassieke, ronde kom. „Gaaf”, zei zoon om er vervolgens nooit meer één seconde naar om te kijken. Ik zette de kom naast het espressoapparaat en gaf de duf bluppende beesten elke dag een beetje stinkend visvoer. Zo nu en dan schepte man met een soeplepel de dieren eruit, verschoonde het water en knipte de welig tierende waterplant een beetje bij.

Toen ik vorige week in de krant had gelezen dat ik een dierenmishandelaar was, verkeerde ik in een dilemma. Wat nu? Voor die niet aaibare beesten een nieuw (duur!), achthoekig aquarium kopen? Ze naar het asiel brengen? Maar voor ik de knoop door kon hakken, ging nummer 1 dood. „O”, zei zoon toen ik het vertelde. „Wat eten we vanavond?”.

Nummer 2 volgde een paar dagen later. Terwijl ik keek naar het dode beest in de vuilnisbak, herinnerde ik me hoe mijn jeugdvriendin haar twee goudvissen elke zondag ter recreatie liet rondzwemmen in het ligbad. Deze goed bedoelde change of scenery moet buitengewoon stresserend voor hen zijn geweest, begrijp ik uit de krantenberichten van afgelopen week. Toch was dit niet de oorzaak van hun te vroege dood. Dat was een doploze fles Head & Shoulders, die op een onbewaakt ogenblik in het badwater donderde. Sjonnie en Anita werden zeer gemist, kregen een waardige begrafenis en stierven in ieder geval niet als nummers.

Roos Ouwehand