Hallo, kan de fractie niet wat zichtbaarder worden?

Het CDA wilde alleen met de PvdA regeren als het echt niet anders kon.

Na een jaar is het CDA niet ontevreden. Sprankelend is het kabinet echter niet.

Illustratie Bas van der Schot Schot, Bas van der

Toen was het: We run this country. Nu is het: Het land is bij ons in goede handen. Het is een belangrijk nuanceverschil, vinden CDA’ers. Tot begin jaren negentig was het CDA nog de bestuurderspartij die in 1994 een harde afstraffing kreeg van de kiezer. Nu zit het CDA alweer bijna zes jaar in het centrum van de macht en is de mantra van de partijtop net iets anders.

Balkenende IV heeft het eerste jaar achter de rug. Het CDA nam vorig jaar op 22 februari afscheid van de geliefde coalitiepartner VVD – en stapte in een centrumlinks kabinet met PvdA en ChristenUnie. Hoe verliep volgens de partij zelf de overstap van hervormingskabinet naar wat een investeringskabinet wordt genoemd?

CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel erkent dat het CDA tot nu toe niet een heel opvallende rol vervult. En dat is prima. „Ik vind het niet erg dat wij als een saaie partij worden betiteld. Wij zijn een degelijke partij.” Zijn fractie zal het komende jaar echt nog wel „accenten zetten”, kondigt hij aan, vooral op het terrein van normen en waarden.

Voor het CDA was na de verkiezingen ‘de uiterste noodzaak-doctrine’ uit het begin van de vorige eeuw weer actueel: we gaan pas met de sociaal-democraten regeren als het echt niet anders kan. De partijtop legde zich hier snel bij neer. Daarom verloopt de samenwerking met de PvdA vrij soepel. Ook speelt mee dat er weinig heimwee is naar de VVD: daar is het afgelopen jaar zoveel interne strijd geweest dat deze partij als ideale coalitiegenoot even heeft afgedaan.

Van Geel denkt dat de overgang óók goed ging doordat het CDA met het verkiezingsprogramma al een omslag maakte naar meer investeren in de samenleving. „Onze achterban wilde graag meer aan onderwijs en zorg doen.” Maar een euforisch gevoel heeft Van Geel niet bij dit kabinet. Ook nooit gehad, zegt hij. Van Geel: „Kabinet-Balkenende IV is een goed, maar ook een gewoon kabinet.”

De punten die het CDA bij de coalitievorming moest inleveren, verwerkte de partij, anders dan de PvdA, soepel. Het generaal pardon voor 27.500 asielzoekers bijvoorbeeld. Het CDA was tegen, na 22 februari vorig jaar werd er zonder morren mee ingestemd. Wim van de Camp, als Kamerlid verantwoordelijk voor het asieldossier: „Intern is er behoorlijk over gediscussieerd. Wij discussiëren altijd heel goed in de fractie.” Naar buiten toe bleef het rustig, eigenlijk op alle terreinen. „We hebben veel teamspelers.”

Een regionale CDA-avond in Dronten, eerder deze week. Zeventig CDA-leden, vooral vijftigplussers, luisteren naar partijvoorzitter Peter van Heeswijk. Als hij de goede resultaten van dit kabinet heeft opgesomd, staat een man op. Kan de fractie niet wat zichtbaarder worden? De partijvoorzitter antwoordt: „We zijn een partij waar je op kunt bouwen, waar je het land aan kunt overlaten. Dat haalt niet de krantenkoppen, maar de kiezer ziet dat echt wel.”

De politieke spanning liep in 2007 het meest op bij de plannen voor het versoepelen van het ontslagrecht. CNV-voorzitter René Paas, tevens prominent CDA-lid, begrijpt de handelwijze van zijn partij nog steeds niet. Soepeler ontslagrecht stond niet in het verkiezingsprogramma en niet in het regeerakkoord, toch werd er in de loop van 2007 hard aan vastgehouden tegenover de coalitiepartners. „Het CDA heeft heel erg een partijpolitieke vechthouding aangenomen.”

Uiteindelijk werd deze kwestie geschikt door haar in de tijd vooruit te schuiven, met de instelling van een commissie. Voor Paas is het goede gevoel weg. „Aanvankelijk was het voor mij het best denkbare kabinet. En dat is het nog steeds.” Maar vooral door de harde houding van zijn eigen partij is Balkenende IV er niet in geslaagd te schitteren. „Het kabinet wil de participatie bevorderen, maar met het ontslagrecht is een jaar verprutst. Als dit kabinet niet snel tot daden komt, heeft het niet weten te profiteren van de hoogconjunctuur.”

Bij deze kwestie zocht ook Balkenende onnodig de confrontatie met de PvdA, vindt Paas. „Er wordt te veel met lange tanden gegeten. Ik hoor dat dat ook op andere terreinen gebeurt. Dat zit me niet lekker.” De premierbonus – de extra zetels die een partij doorgaans wint omdat ze de minister-president levert – verdien je volgens hem alleen als de premier echt boven de partijen staat. „Dus niet bekvechten met coalitiepartijen.”

Het is ook iets dat voorzichtig te beluisteren valt bij andere CDA’ers, al wordt het niet openlijk gezegd: de premier ontpopt zich nog niet als groot voorman van dit kabinet. Hij is na zes jaar gegroeid, heeft allang niet meer minister Donner als souffleur nodig, is ontspannen bij publieke optredens, maar echte passie voor zijn vierde kabinet straalt hij niet uit.