Gemser geeft Romme gereedschap

Tien jaar geleden schreven Gianni Romme en Henk Gemser schaatshistorie in Nagano. Nu helpt de coach van toen zijn vroegere pupil bij het behalen van zijn trainersdiploma.

Henk Gemser maakt spontaan een vreugdesprongetje, op zomaar een trainingsochtend in een vrijwel leeg ijsstadion Thialf, waar de internationale schaatstop zich voorbereidt op de finale om de wereldbeker van dit weekeinde. Of de toptrainer in ruste nog weet wat er precies tien jaar geleden gebeurde? „Jazeker. Heerlijk gevoel!” In februari 1998 wonnen zijn schaatsers Ids Postma (1.000 meter) en Gianni Romme (vijf en tien kilometer) op een onvergetelijke manier goud op de Olympische Winterspelen van Nagano.

Tien jaar later kruisen de wegen van de toenmalige coach Gemser en zijn voormalig pupillen Romme en Postma elkaar opnieuw. Gemser, die in 2000 afscheid nam na een carrière van meer dan dertig jaar als coach, begeleidt de vorig jaar als schaatser gestopte Romme bij het behalen van zijn trainersdiploma. En intussen is de voormalige beste stayer van de wereld, die met zijn snelle start op de lange afstanden het schaatsen een nieuwe dimensie gaf, trainer van een groepje schaatsers rond de Duitse topper Anni Friesinger. De vriendin van zijn vriend en voormalig ploeggenoot Ids Postma.

„Ik ben in oktober begonnen met mijn opleiding Schaatstrainer 4”, vertelt Romme. „Op dat niveau moet je normaal gesproken eerst stage lopen. Maar ik werk al met internationale toppers. Waar moet ik dan stage lopen? Toen is de oplossing gekozen om met een mentor te gaan werken, ik mocht zelf uitzoeken wie. Mijn eerste gedachte was: er is maar één man die dat goed kan. Ik belde Henk en hij zei meteen ja. Wij hebben een relatie trainer-pupil gehad, en hij is al vanaf de jaren zeventig docent geweest bij het CIOS. Iemand die iets kan overbrengen, zo zag ik dat.”

Waarom Gemser direct positief reageerde? „Als je zo’n vraag krijgt van één van je zonen… Dan doe je dat. Het is heel aangenaam en gaf me ook de kans om weer eens van de tribune af te komen en aan de warme kant van de boarding te staan. Dat is toch jaren je ding geweest, daar ligt je gevoel.”

De samenwerking speelt zich niet zozeer af op het ijs. „Daar is Gianni het loslopen wel vertrouwd”, zegt Gemser. „Daar ben je als atleet ook al heel bewust mee bezig”, valt Romme bij. „Maar je krijgt als trainer ook te maken met de dingen eromheen: reglementen, organisatie, botsingen met een bond. Nou, die heeft Henk ook genoeg gehad in al die jaren. Hij weet hoe het werkt in een groep, hoe je als coach je positie moet bepalen ten opzichte van de schaatsers. Ik zie hem als iemand op wie ik kan terugvallen als ik het even niet weet.” Gemser: „Een buddy.”

Tijdens het seizoen praten de twee vooral rond wedstrijden in Nederland. En na het seizoen wordt Gemser weer even leermeester. „Dan pak ik het krijtje en schuift Gianni in het schoolbankje. Er mogen gerust meerdere ex-topschaatsers meedoen. Voor mij geen belasting, want alles ligt al klaar. Zelf had ik als autodidact eind jaren zestig helemaal geen literatuur op het gebied van trainingsleer. Dat heb ik zelf verzameld en ontwikkeld, en vanaf eind jaren tachtig vormt dat mijn basisgereedschap. Als je timmermanskoffer goed op orde is, kun je als coach snel op situaties reageren. Dat is een groot voordeel.”

Soms leidt het tot perfectie, zoals beiden meemaakten in februari 1998. Minutieus bereidde Gemser alles al een jaar van tevoren voor: van een trainingskamp in het bergdorp Kuomi tot de fietstrainingsroutes rond Nagano. „We keken niet meer om naar anderen, wisten dat we zelf de beste waren. Meneer Romme – toen was hij dat, nu is hij weer gewoon Gianni – ging gewoon fietsen op de dag voor de vijf kilometer. Iedereen was nieuwsgierig naar het olympisch ijs, hij niet.” Romme: „Ik ben nooit zo zeker geweest voor een wedstrijd als toen.”

Gemser kent tot in detail de rol van de trainer in het succes. „Het begon drie jaar ervoor, bij een World Cup in Berlijn. Gianni had altijd veel spanning. Toen heb ik hem geadviseerd om de wereld bij de rand van zijn schoenen te laten ophouden. Ik heb letterlijk gezegd: ‘je doet het niet voor je meisje, niet voor je ouders; je doet het alleen voor jezelf’. Dat was een niet-geplande didactische ingeving. Maar het hielp wel.” Romme: „Ik zie het halen van mijn diploma als een rijbewijs. Maar pas op de ijsvloer, en door dit soort dingen die Henk vertelt, word je echt een goede coach.”