Gedragscode patiënten is merkwaardig advies 1

In zijn jongste advies wijst de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) op het belang van goed patiëntschap (NRC Handelsblad, 13 februari). Omdat de kosten van de zorg snel oplopen en de burgers een prudent en doelmatig gebruik van de voorzieningen mogen verwachten, zouden bij de patiënten meer verantwoordelijkheden gelegd moeten worden. Goed patiëntschap (respectvolle bejegening van de hulpverlener, meewerken aan de behandeling etc.) zou daarom geëist kunnen worden. Het adviesorgaan bepleit daarom verruiming van de mogelijkheid tot het opzeggen van de behandelrelatie door de dokter.

Een merkwaardig advies. De wet stelt reeds de eis van goed patiëntschap. Zo ook het recht van de dokter eenzijdig de behandelingsovereenkomst op te zeggen indien patiënten zich geen goed patiënt betonen. Wel is het zo dat een arts niet lichtvaardig hiertoe mag overgaan. Daarnaast geeft de wet niet precies aan wanneer een dokter naar deze maatregel mag grijpen. Vaststaat dat het altijd is toegestaan wanneer de geneeskundige zin aan de relatie ontvallen is. De omstandigheden die deze zin kunnen wegnemen zijn legio en door een wetgever nimmer allemaal te voorzien. Een limitatieve lijst van omstandigheden is op voorhand niet te geven, ook niet wanneer de patiënt zelf een behandelrelatie zinloos doet zijn.

Het naleven van verplichtingen door patiënten is nooit vanzelfsprekend. Maar het overheidsorgaan dat meent hier gedragsvoorschriften over de burgers te kunnen uitstorten, slaat de plank mis. De wetgever vertrouwt op de prudentie van de individuele hulpverlener. De medische professional trekt heus wel de juiste conclusie ten aanzien van het al dan niet eenzijdig beëindigen van een behandelrelatie. Prudent gebruik van gezondheidszorg vergt eerst en vooral prudente hulpverleners.

Geneeskundig onderwijs dient in deze vaardigheid te voorzien, niet de zoveelste gedragscode.