Fotograaf NRC mishandeld in Belgrado

„Wat doe je, klootzak?” vroeg een Servische jongen donderdagavond in Belgrado aan de Nederlandse fotograaf Dirk-Jan Visser, die onder meer werkt voor NRC Handelsblad. Een uur later lag Visser in een ziekenhuis in Belgrado. „Drie ribben gebroken”, zei Visser gisteravond vanuit het ziekenhuis. Op de gang zag hij gewonden worden binnengedragen. „Veel agenten en een vijftal andere westerse journalisten. Ik geloof dat ik er nog goed van af ben gekomen. Andere gewonden lagen volledig buiten bewustzijn op de brancards.”

Na de massale demonstratie in Belgrado tegen de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo ging Visser rond zeven uur gisteravond naar de Amerikaanse ambassade in Belgrado. Afgelopen zondag, op Kosovo’s ‘onafhankelijkheidsdag’, was de ambassade al doelwit van Servische relschoppers.

De VS, die Kosovo’s onafhankelijkheid hebben erkend, zijn het mikpunt van de agressie onder Serviërs die Kosovo’s onafhankelijkheid als een ‘illegale daad’ zien. De EU, waarvan de meeste lidstaten de onafhankelijkheid ook zullen erkennen, is al net zo gehaat. Europese ambassades in Belgrado hebben hun werknemers gewaarschuwd.

De politie in Belgrado beloofde voor de demonstratie van gisteren de Amerikaanse ambassade extra te beveiligen. Maar toen fotograaf Visser en andere westerse journalisten arriveerden was er geen politie te bekennen. Wel waren ruim duizend jongeren brand aan het stichten. Ze forceerden de ingang. Al snel stond een deel van de gevel in brand.

In de chaos richtte één van de jongens zich agressief tot Visser. „Weg met die camera!” Visser probeerde te sussen, maar zijn belager begon te schreeuwen. Visser: „Binnen een paar seconden liggen er tien man boven op me. Ik val op de grond, terwijl zij flink door blijven trappen. Een paar oudere mannen komen me te hulp. Dat is mijn geluk geweest.”

Op straat lag zijn apparatuur volledig in stukken. Een ambulance arriveerde snel. Eén van zijn belagers „stak zijn kop de ziekenwagen in en hield één van mijn kapotte lenzen omhoog. ‘Hé, je vergeet je apparatuur’.” Ze waren er nooit op uit om mij te bestelen, het was pure woede, zegt Visser.