EU nu verantwoordelijk voor nieuw protectoraat

Koloniën, protectoraten, mandaatgebieden – het zijn volkenrechtelijke begrippen uit vorige eeuwen. Zij ontstonden uit het streven naar handelsmonopolies en invloedsferen. Soms speelde een vleugje idealisme mee. Het verschijnsel stak vooral de kop op in de nadagen van de koloniale imperia. Verlening van onafhankelijkheid werd zo lang mogelijk, desnoods gewapenderhand, uitgesteld onder het voorwendsel dat de gekoloniseerde volken nog wat langer op zelfbeschikking moesten worden voorbereid. Dit alles is geschiedenis. Of niet?

Om maar een voorbeeld te vissen uit de tombola van interventies van de laatste jaren: Kosovo dat zich afgelopen zondag afscheidde van de voormalige Joegoslavische republiek Servië. Op het oog geen goed voorbeeld, want Kosovo noemt zich onafhankelijk. Enkele landen, waaronder invloedrijke, hebben zich gehaast die nieuwe status te erkennen.

Maar het is een afhankelijke en omstreden onafhankelijkheid. Afhankelijk: zonder politieke en economische bemoeienis van de EU en veiligheidsgaranties van de NAVO is er geen toekomst voor een soeverein Kosovo. Omstreden: de VN die sinds de NAVO-inval in 1999 het gebied bestuurden, zijn verdeeld waar het gaat om erkenning van Kosovo’s nieuwe status – evenals de EU, de nieuwe toezichthouder.

De imperia uit het verleden zijn er niet meer. Daarvoor in de plaats is een internationale gemeenschap gekomen, een gemeenschap die steeds meer in de rol van die vroegere imperia dreigt vast te lopen. Soms heet die gemeenschap ‘het Westen’, maar sinds de val van de Muur en de implosie van de Sovjet-Unie is dat nauwelijks meer een hanteerbaar begrip. De NAVO, de krachtigste uitdrukking van westerse saamhorigheid in het verleden, leidt een onbestemd bestaan, in Kosovo als politiemacht, in Afghanistan juist als een oorlogvoerende partij. Er zijn deskundigen die een dergelijke multifunctionele opdracht een kans voor NAVO’s ‘finest hour’ vinden.

Het valt niet mee om optimistisch te zijn over Kosovo’s toekomst. De reportages van de correspondent van deze krant in het gebied, Tijn Sadée, schilderen een beeld van stagnatie, corruptie en regelrechte criminaliteit. Dat is het resultaat van negen jaar bestuur door de internationale gemeenschap. Aanvankelijk was er het idealisme van Frankrijks tegenwoordige minister van Buitenlandse Zaken, Kouchner, oprichter van Artsen zonder Grenzen en Kosovo’s eerste bestuurder namens de VN. Maar de vloed van duurbetaalde internationale functionarissen, die het gebied op de been moesten helpen, heeft vooral de teloorgang van de innerlijke samenhang onder de bevolking bewerkstelligd. Het is een ervaring die zich niet tot Kosovo beperkt.

Kosovo legt diepgewortelde tegenstellingen bloot in de internationale gemeenschap. Nogal wat natiestaten zijn in werkelijkheid bundelingen van verscheiden etnische en religieuze minderheden. Spanje, dat zich geconfronteerd weet met een gewelddadige Baskische afscheidingsbeweging, heeft goede redenen om zich zorgen te maken over het separatistische virus waar dat de kop opsteekt. Het is geen verrassing dat de ETA in Kosovo een voorbeeld ziet voor de inrichting van een eigen Baskische staat. Hetzelfde geldt voor afscheidingsbewegingen in Georgië en Moldavië. Hoe lang is het geleden dat devolution een serieus politiek onderwerp was in het Verenigd Koninkrijk en in Frankrijk? Roemenië en Slowakije hebben met hun activistische Hongaarse minderheden dit vraagstuk opnieuw op de agenda van het Europese proces van eenwording gezet.

Het is verleidelijk te geloven dat de Europese magneet uiteindelijk voldoende aantrekkingskracht zal uitoefenen om aan de versplintering der nationaliteiten een einde te maken. Gedeelde welvaart en economische vooruitgang over de nationale grenzen heen zou het nationalistische vuur der minderheden moeten doven.

Maar juist op het punt van het nationalisme geeft de EU het verkeerde voorbeeld. Ook nu weer met betrekking tot de erkenning van Kosovo waar de Unie niet verder kwam dan eensgezind te verklaren dat over de erkenning geen eenheid kon worden bereikt.

Zet de onafhankelijkheid van Kosovo een streep onder de desintegratie die de Balkan heeft gedegradeerd tot een verzameling hulpeloze entiteiten? Waar eens Joegoslavië uit de erfenis van de Eerste Wereldoorlog ontstond, een land dat gedurende de Koude Oorlog de zogenoemde grijze zone vormde tussen Oost en West, is een veelheid ontstaan waarin goede bedoelingen snel zoekraken. Wat doen bijvoorbeeld de Servische enclaves in Kosovo? In ieder geval is dat nu een Europese verantwoordelijkheid. En de reactie van de bevolking daar geeft geen reden tot gerustheid.

Kosovo is een protectoraat-nieuwe-stijl, een Europees mandaat. In strijd met het volkenrecht zegt de ene geleerde, product van een volkenrecht in beweging, zegt de ander. Maar in de eerste plaats is het een vraagstuk voortkomend uit gelegenheidspolitiek, een logisch gevolg van de NAVO-interventie in 1999.

Jan Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.Reageren kan op nrc.nl/sampiemon (Bijdragen worden pas openbaar na beoordeling door de redactie.)