Elke Afrikaan wil toch naar Europa

De Senegalees Amadou verbleef en werkte vijf jaar illegaal in Nederland.

Hij keerde rijk terug naar zijn vaderland, maar dat liep uit op een teleurstelling.

In Senegal kent iedereen wel een succesverhaal van iemand die in Europa is geweest en veel geld heeft verdiend. Maar Europa betekent meer dan alleen rijkdom. Films, mode en tv-programma’s: alles wat van belang is, komt uit Europa. Als je iets wilt maken van je leven, moet je daar naartoe.

En dus gáát Amadou, een Senegalese student politicologie, als hij in 2000 het aanbod krijgt om als roadie met een band te gaan toeren door Europa. Zijn familie steekt zich in de schulden om een vliegticket naar Amsterdam te betalen. Na vijf jaar keert hij, als rijk man, terug naar Senegal. Journalist Marcel van Engelen is jarenlang bevriend geweest met Amadou en heeft een boek over hem geschreven: De Gelukzoeker, hoe een illegaal rijk werd.

Het boek biedt een zeldzaam inkijkje in het leven van een illegaal in Nederland. Waar woont hij? Hoe verdient hij zijn geld? En hoe vergaat het hem als hij terugkeert naar zijn vaderland?

Voor economische vluchtelingen, gelukzoekers zoals Amadou, is een asielprocedure bij voorbaat kansloos. Om toch een verblijfsvergunning te krijgen, is er maar één mogelijkheid: trouwen met een Nederlandse vrouw. Als dat niet lukt, ben je veroordeeld tot de illegaliteit.

„Veel illegalen belanden in het circuit van kerkelijke instanties en hulpverlening”, zegt Van Engelen. „Zo worden ze afhankelijk. Om als illegaal geld te kunnen verdienen, moet je mensen leren kennen die je kunnen helpen aan werk of aan woonruimte.”

Amadou heeft wat dat betreft geluk gehad. Hij kwam in Amsterdam terecht bij Henry, de zoon van rijke Gooise ouders die zich over geld geen zorgen hoefde te maken. „Henry kon Amadou goed gebruiken voor allerlei klusjes en gaf hem de sleutel van het souterrain van zijn huis.” Amadou kon redelijk rondkomen van wat hij met de klusjes verdiende of wat Henry hem toestopte. Maar toen Henry voor een paar maanden naar Australië ging, vereenzaamde Amadou. Hij raakte door zijn geld heen en leefde op een dieet van crackers en goedkope bruine rum. „Het was zijn ergste tijd”, zegt Van Engelen. „Hij was 24 uur per dag, zeven dagen per week op zijn hoede. Bang om opgepakt en teruggestuurd te worden.”

Want Amadou móest slagen. „Als hij zonder geld zou terugkeren naar Senegal, zou hij voor de rest van zijn leven zijn gebrandmerkt als loser. Daarom durven veel illegalen ook helemaal niet terug te keren.”

Henry regelt na zijn terugkeer uit Australië voor Amadou een baantje als afwasser in een restaurant. „Het komt geregeld voor dat illegalen in de horeca werken”, zegt Van Engelen. „Maar dat wordt minder door de strenge aanpak. De politie doet de laatste tijd veel invallen in restaurants. Vroeger waren veel krantenbezorgers illegaal, maar ook dat wordt minder.”

Na twee jaar ploeteren komt Amadou via de schoonmaakster van Henry in een netwerk van illegale Brazilianen terecht. Hij krijgt een relatie met een van hen en gaat bij hen in huis wonen. Via de Brazilianen krijgt hij een baantje bij een illegale wietkwekerij. De laatste drie jaar werkt hij zes dagen per week en verdient hij tussen de 100.000 en 150.000 euro. Veel geld, zeker in Senegal.

In Nederland heeft Amadou zijn ziel verloren, zegt Van Engelen. „Hij is een gevoelige, slimme jongen. Hij had hoge verwachtingen van het leven en van zichzelf, maar hij is hier zijn zelfrespect kwijtgeraakt. In de eerste jaren heeft hij uit wanhoop en winstbejag bijna zijn lichaam verkocht. Twee vrienden van Henry, een vrouw en een homoseksuele man, wilden hem betalen voor seks. Hij werd een drugscrimineel in een wietkwekerij. Hij dacht in Europa de zin van het leven te ontdekken, maar het werd een grote deceptie.”

Na vijf jaar keerde Amadou terug naar Senegal, maar ook dat liep uiteindelijk op een teleurstelling uit. „Zijn moeder was niet onverdeeld blij met zijn terugkeer, want het betekende dat de geldstroom uit Europa was opgedroogd. En zijn neef en zijn broer waren allebei op zijn geld uit.”

Volgens Van Engelen is het verhaal van Amadou persoonlijk, maar ook universeel. „De terugkeer van illegalen is vaak erg moeilijk. Of ze hebben niet genoeg geld verdiend en worden door de samenleving gezien als een mislukkeling. Of ze keren relatief welvarend terug, en dan proberen vrienden en familieleden daar vruchten van te plukken. Maar als ze hun geld niet met iedereen delen, worden ze met de nek aangekeken.”

Amadou heeft langzamerhand zijn draai gevonden in Senegal. Van Engelen: „Hij belde me voor het offerfeest. Hij heeft meer rust aan zijn kop, staat op betere voet met zijn familie en heeft een vaste relatie. Maar hij heeft blijvende littekens opgelopen van zijn Europese avontuur.”

De namen Amadou en Henry zijn door Marcel van Engelen gefingeerd.

Het boek De Gelukzoeker: hoe een illegaal rijk werd is gisteren verschenen bij De Bezige Bij

De Portugese journaliste Maria do Céu Neves won vorig jaar een Europese prijs met een verhaal over werken als emigrant in Nederland. Het verscheen in De Groene Amsterdammer. Lees het via: nrcnext.nl/links