DNA-gegevens reizen heel Europa door

Britse ambtenaren lieten een Nederlandse cd-rom met DNA-gegevens rondslingeren.

De Britse databank is de grootste ter wereld. Maar ook andere landen hebben er een.

Het was de eerste keer dat het Nederlandse ministerie van Justitie een cd-rom met DNA-gegevens naar een Europees land stuurde. Regeringen wisselen steeds vaker DNA-gegevens uit die bij misdrijven zijn verzameld.

Zo hadden ook de Britten vorig jaar 5.100 DNA-profielen naar Nederland gestuurd. Vergelijking met Nederlandse bestanden leverde twee zogeheten ‘matches’ op (wel een overeenkomstig spoor, maar geen te identificeren dader) en twee ‘hits’, waarbij de sporen wel te herleiden waren tot een persoon.

De Britse databank met DNA-materiaal is in 2003 opgezet om te kunnen controleren of veroordeelden na hun vrijlating recidiveren. De databank is intussen uitgegroeid tot de grootste ter wereld. Ze bevat gegevens van ten minste 3,6 miljoen personen, vaak van mensen die slechts door de politie zijn ondervraagd zonder dat het tot een vervolging kwam.

Ook andere landen beschikken over dergelijke databanken. De Nederlandse DNA-bestanden zijn echter veel kleiner van omvang dan de Britse – nog geen 0,2 procent van de Nederlanders komt voor in de databank van het Nederlands Forensisch Instituut, tegen meer dan 4 procent van de Britten in hun databank.

In Nederland kan de politie alleen DNA-materiaal afnemen bij verdachten en veroordeelden van een delict waarvoor iemand in voorlopige hechtenis kan worden genomen.

In 2005 sloten zes Europese landen, waaronder Nederland, het verdrag van Prüm. Dat verdrag verleent lidstaten geautomatiseerde toegang tot bestanden van DNA-profielen, vingerafdrukken en verdachte kentekens. Tot dusverre was daar altijd een tijdrovend rechtshulpverzoek voor nodig. Onlangs heeft de Eerste Kamer het verdrag geratificeerd, komend voorjaar treedt het in werking.

Vooralsnog hebben alleen de Beneluxlanden, Frankrijk, Spanje en Oostenrijk het verdrag ondertekend. Italië, Finland, Portugal en Slovenië hebben zich er echter inmiddels bij aangesloten. De Europese Commissie wil het verdrag omzetten in EU-regelgeving, waardoor alle lidstaten op dezelfde wijze kunnen opereren. Ook de Britten, nog geen partij bij het verdrag, zijn hiervoor.

Vergelijking van dergelijke databestanden in Oostenrijk en Duitsland heeft intussen tientallen tot dan toe onopgeloste zaken opnieuw in beweging gebracht. Overigens is inzage in elkaars bestanden niet onbeperkt. Een lidstaat die DNA-gegevens opvraagt, krijgt alleen te horen of daar inderdaad corresponderende gegevens voorhanden zijn. Daarna moet alsnog de reguliere procedure van internationale rechtshulpverzoeken bewandeld worden.

Toch wordt het zo mogelijk vast te stellen of een onbekend spoor in het ene land, een link heeft met een spoor in een ander land. „Het zoeken naar de bekende speld in de hooiberg is straks voorbij, want de hooibergen worden met elkaar vergeleken”, zei minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) vorig jaar in Dresden, waar de Europese ministers van Justitie overeenstemming bereikten over deze vorm van data-uitwisseling.

Dat het Nederlandse schijfje met DNA-gegevens ruim een jaar op de plank bleef liggen, is pijnlijk voor de Britse overheid. Vorig najaar bleek dat twee cd’s met de gegevens van miljoenen Britse ouders en hun kinderen, bankgegevens incluis, in de post waren verdwenen. Bovendien bleken de cd’s met de gegevens van 600.000 militairen te zijn ontvreemd en de gegevens van drie miljoen mensen die zich hadden aangemeld voor het rij-examen zoek te zijn.

De Britse oppositieleider David Cameron noemde de nieuwe blunder gisteren bij een felle woordenwisseling met premier Gordon Brown „rampzalig”. „Waarom is deze regering toch zo incompetent als het er om gaat informatie te beschermen tegen misdadigers”, vroeg hij in het Lagerhuis. Browns enige verweer was dat de Tories zelf indertijd tegen het aanleggen van een DNA-databank waren en dat de Nederlanders dus niet eens bij de Britten hadden hoeven aan te kloppen als zij hun zin hadden gekregen.