De zwakste schakel

Hoewel zijn eigen positie formeel niet in het geding was, heeft president Musharraf van Pakistan de parlementsverkiezingen van maandag toch verloren. De regerende islamitische partij PML(Q), die zijn beleid uitdroeg, is namelijk zozeer vernederd dat zelfs ministers zijn weggestemd. Dat zegt in een land, waar patronage en cliëntelisme de politiek bepalen, meer dan welke percentage ook. Musharraf is niet alleen gestraft voor zijn onvermogen het extremisme in Pakistan in te dammen of voor zijn onwil het land te democratiseren. De kiezers hebben zich ook om sociale redenen van hem afgewend. De stijgende graanprijzen hebben ook in Pakistan geleid tot een serieus voedselprobleem. Op straat demonstreren rechters en advocaten weer tegen de gevangenschap van de opperrechter, in de hoop Musharraf het laatste duwtje te geven. Maar de president ziet geen reden tot aftreden en dreigt subtiel met het leger.

Machtspolitiek gezien is die houding begrijpelijk. De partijen, die wél hebben gewonnen, kunnen namelijk alleen samen een meerderheid vormen, maar ze wantrouwen elkaar tot op het bot. De seculiere Pakistaanse Volkspartij (PPP) van de vermoorde Benazir Bhutto, die nu wordt geleid door haar weduwnaar, heeft onvoldoende gewonnen. De confessionele Moslim Liga (N) van Sharif, de premier die in 1999 door Musharraf terzijde werd geschoven, is juist verrassend goed uit de bus gekomen. Dat alleen al biedt Musharraf aanknopingspunten om hen tegen elkaar uit te spelen. Bovendien weet hij zich impliciet gesteund door de belangrijke Amerikaanse senatoren Biden, Kerry en Hagel die dinsdag in Pakistan opriepen tot brede coalitiesamenwerking.

De VS hebben sinds 2001 in Musharraf een bondgenoot gezien tegen Talibaan en Al-Qaeda. Maar de generaal bleek machteloos. Of onbetrouwbaar. De Pakistaanse geheime dienst is verrot en speelt al decennia dubbelspel.

De Talibaan zijn nu niet alleen in Afghanistan in opmars, maar ook in het noordwesten van Pakistan. Het enige lichtpuntje is dat in deze grensdistricten de twee lokale partijen die zich tegen het moslimextremisme durven te keren, bij de parlementsverkiezingen opvallend succesvol zijn geweest. Al moet daar ook weer niet te veel betekenis aan worden toegedicht, omdat de opkomst er nog lager was dan in de rest van Pakistan. De vrouwen voelden zich in het noordwesten zo geïntimideerd door de Talibaanachtigen dat daar maar tien procent naar de stembus durfde te gaan.

Deze angst illustreert dat de militaire middelen waarop VS en Musharraf gokten, kennelijk onvoldoende soelaas bieden. Als het aan de winnende PPP ligt, moet de strijd tegen het moslimextremisme daarom veel meer met politieke middelen worden uitgevochten. Alleen een brede coalitie moet daartoe in staat worden geacht.

Die moet er komen, ook al is de politieke prijs hoog. Pakistan blijft in de war on terror namelijk een van de belangrijkste landen ter wereld. En ook een van de zwakste schakels. De verkiezingen hebben daaraan helaas weinig veranderd.