De markt in ongenade

De invoering van marktwerking in Nederland heeft afgelopen vijftien jaar geleid tot meer keuzevrijheid voor de consument en een grotere doelmatigheid bij een gelijk gebleven toegankelijkheid. Het ministerie van Economische Zaken heeft dat deze week in een rapport opgetekend. Maar deze bevindingen hebben in het kabinet opmerkelijk genoeg niet geleid tot de conclusie dat de invoering van marktwerking in de (voormalige) publieke sector per saldo een zegen is geweest voor economie en samenleving. De opvatting dat het nu wel mooi is geweest met de markt staat fier overeind.

Al eerder formuleerde minister Bos (Financiën, PvdA) een variant van dat standpunt inzake privatiseringen: in het huidige kabinet overheerst het ‘publiek, tenzij’. Het onderzoek van Economische Zaken geeft daar echter nauwelijks aanleiding toe. In zeven van de elf onderzochte sectoren heeft het invoeren van vrije concurrentie per saldo positief gewerkt, concludeert het ministerie. In vier sectoren is het nog te vroeg om een conclusie te trekken.

Het invoeren van vrije concurrentie is lastig. Soms komt dat omdat er nu eenmaal moeilijk een markt te maken valt, zoals bij de spoorwegen waar het te complex is om verschillende concurrenten over één spoor personen te laten vervoeren. Het verloopt invoering van marktwerking stroef omdat deze onvolledig is. Als de overheid te veel beperkende voorwaarden stelt waaraan álle ‘concurrenten’ moeten voldoen, is de vrijheid om te concurreren zoek. In weer andere sectoren, zoals de postbezorging, verloopt de liberalisering niet gelijktijdig in de landen om ons heen.

Vast staat dat marktwerking een kwalijke geur gekregen heeft. De salarisstijgingen aan de top, bijvoorbeeld bij de energiebedrijven, hebben daar ongetwijfeld toe bijgedragen, evenals de chaos in het taxibedrijf van met name Amsterdam. In de zorg vindt een vergaande regionalisering plaats, waarbij Nederland dreigt te wordt opgedeeld in kalifaten waar één aanbieder dominant is. Dat geldt eveneens voor de energiemarkt. Maar daar staat het onbetwiste succes van de telecommunicatiesector tegenover, en het feit dat de zorgpremies vooralsnog minder zijn gestegen dan de kosten van de zorg zelf. Marktwerking is in dit opzicht te vergelijken met meer internationale vrijhandel. De nadelen zijn vaak geconcentreerd en zichtbaar, de veel grotere voordelen zijn minder goed te merken. Ontslagen die vallen door het invoeren van een grotere doelmatigheid zijn pijnlijk. Een lagere prijs voor de geleverde goederen of diensten wordt, als dat al opvalt, ter kennisgeving aangenomen. Zeker als de prijzen wel stijgen, maar minder dan zij zonder marktwerking zouden hebben gedaan.

Dat maakt marktwerking een makkelijke prooi. Na een langdurige golf van liberaliseringen in Nederland is het begrijpelijk dat er een terugslag aan de gang is. De zegeningen van een vrije concurrentie wennen snel. Maar wie op zondagmiddag vanuit de Albert Heijn belt of er nog genoeg melk in huis is, mag zich dat best wat vaker realiseren.