De Grote Wijze Johan

In voetbalopzicht heeft Nederland iets van een bananenrepubliek. Dat wisten we al langer, maar deze week werd het beeld nog eens extra bevestigd. De republiek verkeerde al tijden in verwarring, en juist dan volstaat een luttel strijkje met een lucifer om de harten te laten gloeien. De verlosser ’s avonds bij de slagboom: alleen al de foto daarvan maakte iedereen gelukkig. Eindelijk geen gedonderjaag meer, weg met al die nare tegenstellingen. De messias schrok nog even van de camera’s – hallo mannetje, mag dat zomaar? – maar toen reed hij door en nam de macht over.

Na afloop reden de stamhoofden langs de slagbomen weer naar buiten, zichtbaar nog overdonderd door de machtsgreep. Een van hen vertelde dat de dorpsoudsten zouden aftreden en dat Cruijff, bijgenaamd De Grote Wijze Johan, de boel zou redden. Breaking news op alle netten: Cruijff komt terug.

Niet dat iemand deze bewering checkte – het bericht dat Cruijff terugkwam was te zoet om niet door te vertellen. Websites boden onderdak voor de wild om zich heen grijpende emoties. Dat ging van ‘yessssssssss!!!!!!’ en ‘eieieieieindelijkkkk!!!!’. Na de machtsovername van De Grote Wijze Johan zou het gespartel bij Ajax uiteraard snel ophouden. Niemand die daar nog aan twijfelde.

De volgende avond zou de teruggekeerde leider het land toespreken. In de beste traditie van een bananenrepubliek toonde de staatstelevisie eerst nog wat beelden uit Cruijffs jeugd. Niet dat die beelden ertoe deden, maar nostalgie brengt de dolende zielen nu eenmaal effectief bij elkaar. Cruijff vertelde dat hij geen deel zou gaan uitmaken van Ajax. Hij zou geen trainer worden, geen directeur, geen bestuurder. Hij zou een nieuwe structuur ontwerpen en daarna terugkeren naar zijn ver afgelegen ballingsoord.

Later die avond en de volgende dag gebruikten de discipelen van De Grote Wijze Johan nog steeds het woord terugkeer. Dat sloeg inmiddels nergens op, maar de gloed van dat woord zorgde nog steeds voor zoveel gelukzaligheid dat niemand de discipelen tegensprak. Op straffe van uitsluiting riep niemand dat de leider slechts een soort consultant zou zijn. En dat nog wel aangaande een onderwerp – organisatie – waar hij geen verstand van had. Verzwegen werd het feit dat Cruijff zelf nooit meer was geweest dan voetballer en coach. En dat hij die rollen vaak had beëindigd in een wolk van vertwijfeling en nauwelijks te herleiden conflicten.

Ergens wel goed dat niemand daarop wees. In tijden van depressie moeten we niet flauw doen. We horen de leider angstig aan en we zijn dankbaar dat hij ons, stumperds en zielepoten, bereid is de weg te wijzen naar het eeuwig stralende licht.