De familie Meijer

Of het nu een ongeloofwaardig soapkarakter als Ludo Sanders in GTST is, of Sally Spectra in TB&TB, of liever misschien Lisa Grimaldi in ATWT, of een literair karakter als Chanele uit Het lot van de familie Meijer (HLvdFM) maakt in feite weinig uit. Fantasiekarakters wier levens uitgesponnen worden in een dagelijkse soap of een vuistdikke familiesageroman worden vanzelf iets wat lijkt op levensecht, maar dan met alle voordelen van het fictieve. En bieden de kijker, respectievelijk lezer de mogelijkheid deelgenoot te worden van hun familie-intriges zonder daar concreet aan deel te nemen. Puur op de toeschouwerstand dus, en wat is dat heerlijk passief.

Op den duur worden de families met hun bijbehorende avonturen vanzelf een onderdeel van ons eigen leven. Want niet alleen op het actieve kijk-, of leesmoment kunnen we ons verplaatsten in hun wereld. De in korte fragmenten aangeboden vertelling is een parallelle nevenwereld die op elk willekeurig moment stopgezet kan worden en weer hervat. Ook op momenten dat we tijdens ons drukke bestaan stiekem eventjes wegglijden in een schemerige halfdroomstand, daar waar – al naar gelang de belangstelling – Ludo of Chanele zich nestelen en hun minutieus uitgesponnen verhaallijnen gedijen.

Het is zo simpel. Familie is voor iedereen herkenbaar. Het is een continue stabiliteit. Het evalueert kabbelend als geheel en is opgesplitst in alle mogelijk denkbare levensfasen en individuen, voor elk wat wils. Om aan te ergeren, over te verbazen, verliefd op te worden of mee te vereenzelvigen. Ze zijn er als we ze nodig hebben en hoe minder ze zich met ons bemoeien, hoe beter. Zie: het addictieve concept van de familiesage.

Charles Lewinskys Het lot van de familie Meijer is zo’n boek. Een boek over de lotgevallen van vijf generaties Meijers. Waar we ondanks nuchterheid, gezond verstand, emotionele onafhankelijkheid toch onwillekeurig helemaal volstrekt onvoorwaardelijk in meegenomen worden. Een boek waarvan we hopen dat het nooit afloopt. Dat we nooit over de helft raken en de resterende pagina’s zien slinken tot de laatste letter is bereikt, alle geadopteerde familieleden een literaire dood sterven en het rouwproces van de lezer inzet.

We willen geen afscheid nemen van Chanele met de doorlopende wenkbrauwen, van Mimi die met haar wijsvinger eeuwig rondjes op haar slaap tekent en bijpassende hevige hoofdpijnen voorwendt, van Janki en Pinchas met hun feilloze neus voor zaken. En van François die zich tot christen laat dopen omdat hij dan wel grond mag kopen (totdat blijkt dat je als bekeerde jood ook nergens recht op hebt.) We willen niet dat het verhaal, dat begint in 1871 en abrupt eindigt in 1945, als de familienaam uitsterft omdat alle erfgenamen zijn omgekomen in vernietigingskampen.