ChristenUnie: een kwestie van volhouden en doorgroeien

Het vierde kabinet-Balkenende bestaat vandaag precies één jaar. Hoe oordelen de coalitiepartijen over hun eigen rol? Deel 3 in een serie: de ChristenUnie.

Minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet maakte vorig jaar een bustoer om te horen wat er in het land leeft. Foto Roel Rozenburg Rotterdam:12.3.7 Minister Rouvoet start bustour 'op weg naar de kindertop' © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Sandra Heerma van Voss

Een staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat die te kijk staat door missers bij de ov-chipkaart en nieuwe meterkastjes in taxi’s; een minister van Jeugd en Gezin die meer aandacht trekt met zijn uitspraken in de media dan met concreet beleid; een minister van Defensie die ondanks een groter budget nog lang niet de statuur van zijn voorganger heeft.

Op het eerste gezicht is de deelname van de ChristenUnie aan het kabinet-Balkenende IV geen groot succes. Maar er is een andere kant. In de toon die het kabinet aanslaat, en in het imago waarmee het zich profileert, is de invloed van de kleinste regeringspartij duidelijk herkenbaar.

De ChristenUnie is de enige van de drie die er sinds vorig jaar in de peilingen op vooruit is gegaan: van zes naar acht zetels. Ze kreeg er ruim duizend leden bij, van 26.673 naar 27.683, en in de provincies ging de partij van nul naar zes gedeputeerden. Zowel intern als bij de achterban wordt dan ook trots en tevreden teruggekeken op het eerste regeringsjaar.

Aanvankelijk overheerste bij de achterban zelfs euforie over het feit dat de jonge en kleine CU voor het eerst kon meebesturen, vertelt voorzitter van het partijbestuur Peter Blokhuis. De partij ontstond in 2001 uit een fusie van de Reformatorische Politieke Federatie (RPF) en het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). Na een half jaar nam die gelukzalige stemming af, en werd men kritischer.

Blokhuis: „Mensen begrepen soms niet waarom onze bewindslieden bepaalde uitspraken deden. Ik legde dan uit dat het kabinet uit één mond spreekt, en dat ook onze ministers gebonden zijn aan het coalitieakkoord. Voor onze leden was dat even wennen. Maar ze bleven ons trouw. ”

Voordat in januari 2007 de onderhandelingen met PvdA en CDA begonnen, woog de CU de risico’s van kabinetsdeelname zorgvuldig af, zegt Leen van Dijke, oud-fractievoorzitter van de RPF. „We wisten: als we meedoen en onze achterban herkent zich straks niet meer, dan worden we genadeloos afgestraft.”

Voor partijleider André Rouvoet was D66 het grote voorbeeld van hoe het níét moest. „Een van mijn voornemens was: blijf jezelf, word niet gemangeld. Ik wilde met echte CU-resultaten uit de onderhandelingen komen.” Dat lukte, vindt de partij zelf.

Fractievoorzitter Arie Slob: „Ons verkiezingsprogramma uit 2006 had drie rode draden: duurzaamheid, meer aandacht voor het gezin en meer aandacht voor de zwakkeren in de samenleving. Alle drie zijn duidelijk terug te vinden in het coalitieakkoord.”

Van Dijke: „De bescherming van het ongeboren leven had er best wat explicieter ingekund. Maar de hoofdzaak is dat in medisch-ethische kwesties autonomie niet altijd meer het leidende principe is. Nederland is het ieder-voor-zich voorbij.”

Partijleider Rouvoet werd vicepremier en minister van het nieuwe programmaministerie voor Jeugd en Gezin: drie rollen, waar hij naar eigen zeggen „aan moest wennen”. Hij kwam met een ‘aanvalsplan kindermishandeling’, maar verraste vooral met duidelijke persoonlijke stellingen. Hij deed eind vorige maand een moreel appèl op omroep BNN om af te zien van het uitzenden van de pornofilm Deep Throat. Begin deze week zwengelde hij een landelijke discussie aan over het Nederlandse geboortecijfer. Twee keer regende het reacties op de opiniepagina’s, alsof Staphorst alsnog in Den Haag was neergedaald.

In de partij juicht men Rouvoets eigenzinnige optredens toe. Roel Kuiper, lid van de Eerste Kamerfractie van de CU: „De publieke omroep zendt voor het eerst een pornofilm uit, en daar zou André Rouvoet dan niets over zeggen? Dát zou pas idioot zijn.”

Ook een discussie over geboortepolitiek vindt Kuiper prima. „In andere EU-landen wordt daar gewoon over gepraat. Waarom reageert men hier zo krampachtig? Ons politieke stelsel is te gepolariseerd geraakt, men verzandt elke keer in provocaties over en weer. De rust is weg.”

Peter Blokhuis wijst op een verandering die samenhangt met de nieuwe positie van de CU: „Dingen die we vroeger onbekommerd konden zeggen, zorgen nu voor enorme deining.” De media-aandacht voor de partij is ongekend groot. Slob: „We staan in de schijnwerpers.” Leen van Dijke: „De kunst is om streetwise, maar ook integer over te komen, Arie Slob hoeft niet in Idols.” Rouvoet: „Ik loop al 22 jaar mee in Den Haag, maar ik blijf me verbazen over de manier waarop dingen nieuws worden. Nu las ik in de krant dat Ronald Plasterk [minister van OCW, PvdA] en ik elkaar naar de keel zouden vliegen. Onzin.”

Maar in het algemeen ziet Van Dijke dat de vijandigheid waarmee zijn RPF-fractie tien jaar geleden nog werd bejegend – „Wij waren de anti-abortuspartij” – langzaam verandert in respect. Het scherp christelijk-sociale profiel van de CU is niet meer iets om lacherig terzijde te schuiven.

Van Dijke: „Nederlanders hebben hun bekomst van de libertijnse maatschappij en de privatiseringsslag. Dit kabinet durft weer moreel leiderschap te tonen. Het voelt de tijdgeest goed aan.”

Rouvoet: „Ik heb in 1994 als Kamerlid voor de RPF al de publieke moraal ter sprake gebracht, en kreeg altijd nul op het rekest. Balkenende pakte dat later op met zijn normen en waarden, maar ik vond dat hij te abstract bleef. Nu zijn ook voor de kiezer de grenzen van de individuele vrijheid-blijheid bereikt. VVD en D66 missen de boot op dit punt. Dat zijn de conservatieven van deze tijd.”

Rouvoet presenteert dit najaar zijn Gezinsnota. „Het komt aan op ons, op dit kabinet”, zegt hij. „Wat coalities betreft is er geen alternatief. Op milieu-, integratie- en gezinsbeleid moet er echt wat gebeuren.” Politieke winst aan het eind van de rit zou Rouvoet „niet gek” vinden, maar het is „niet zijn primaire doel”.

Voor Van Dijke heeft de CU al „meer dan numeriek verondersteld kon worden” haar stempel op dit kabinet gedrukt. En met Eimert van Middelkoop op Defensie en Tineke Huizinga op VWS komt het ook nog wel goed, zegt men bij de CU. Bij hen is het een kwestie van volhouden en doorgroeien.

Deel drie van een korte serie over één jaar Balkenende IV. Eerdere afleveringen op nrc.nl/binnenland