Carmen is sensuele oudere zakenvrouw in vlammende robe

Opera Een Carmen, door Het Zuidelijk Toneel. Regie: Matthijs Rümke. Libretto: Carel Alphenaar. Muziek: Bob Zimmerman/Georges Bizet. Gezien: 17/2 Parktheater, Eindhoven. Tournee t/m 30/3. Info: 040-2460656.

Ze zingt: „Ik ben vrij, wild als een poema.” Het is een zin die je algauw aan een jonge meid toeschrijft, zoals al wat erotisch is aan jong wordt gekoppeld. Maar zangeres Lucia Meeuwsen is zo jong niet meer. Ze loopt al tegen de zestig en door de jaren heen heeft haar lichaam z’n meisjesstrakheid verloren. Des te spannender dat deze oudere dame in de sensuele opera Een Carmen van Het Zuidelijk Toneel de hoofdrol zingt en speelt.

In een vlammend rode robe daagt Meeuwsens Carmen de mannen uit. Een van hen komt door haar meteen in de problemen. José krijgt een arrestatiebevel omdat hij Carmen uit het politiebureau heeft laten ontsnappen. Dat lijkt op de plot van de echte Carmen, de opera van Georges Bizet. Alleen is Carmen in de bewerking Een Carmen geen randfiguur en geen zigeunerin. Librettist Carel Alphenaar maakte van haar een machtige zakenvrouw, zo een die met aandelen zwendelt omdat dat bij het spelletje hoort.

En José (tenor Bassem Alkhouri) is hier geen militair die uit liefde voor Carmen in haar smokkelaarsbende komt werken, nee, hij is haar advocaat, een man in maatpak met een koffertje. De rollen staan keurig op een tekstbalk – en toch slaat de verwarring soms toe. Want de zangers zingen ook over het zingen zelf, en dan is Carmen ineens geen zakenvrouw meer maar een operazangeres die al heel vaak de Carmen heeft gezongen.

Al die vervreemdende effecten zijn nu eens melig en dan weer raak en mooi. Zo zingt mezzo Meeuwsen een heerlijk melancholieke aria over haar rimpelige huid, waarbij ze ver de zaal in loopt, opdat wij allen die rimpels kunnen aanschouwen. Het is een van de zestien speciaal voor Een Carmen gecomponeerde aria’s, want naast de Habanera en andere hits van Bizet laat componist Bob Zimmerman ook eigen melodieën horen, prettig in het gehoor liggend, begeleid door drie bevlogen musici, met klanken die aan Stravinsky refereren maar ook aan Fauré en Mozart.

De zangers opereren op een halvemaanvormig toneel dat vaak aan een arena doet denken – Carmens jongste vlam Lucas Danco (de bariton Wiebe-Pier Cnossen) moet, hoe flauw, een heldenrol in een stierenvechtersopera vertolken en liefde is sowieso een gevecht, in deze versie dan.

Regisseur Matthijs Rümke biedt veel verrassingen. Bedden vallen uit de hemel naar beneden, sopraan Caroline Erkelens mag zich even als paaldanseres uitleven en de muurtjes die het toneel begrenzen doen dienst voor halsbrekende acrobatische toeren. Een Carmen verveelt geen moment, dat is alvast een verdienste. Een Carmen bevat ook meer dan voldoende passie. Nu nog iets minder flauwe grappen en deze opera is af.