Bush als een porseleinen vaas in Liberia

Nergens is de liefde voor Amerika zo groot als in Liberia, de laatste stop van een Afrikaanse tournee van president Bush. Toch is de Liberiaan ‘ een beetje teleurgesteld’.

Middernacht in Monrovia. Onder het licht van een straatlantaarn gaat het leven nog even door. Een groep jonge vrouwen zit op een afgedankte taxi te kletsen en bier te drinken. Aan de overkant van de straat spelen kinderen met een leeg blikje tomatenpuree. Emily (23) hangt buiten in een plastic stoel, want binnen is het te benauwd om te slapen. Koelte is kostbaar in Liberia. Alleen rond de huizen van de rijken brommen generatoren.

Het is goed dat George Bush op bezoek komt, zegt Emily. „Er is geen werk in dit land. Ik hoop dat hij daar iets aan wil doen.” Na de middelbare school deed Emily een secretaresseopleiding. Sindsdien zoekt ze een baan. „Het maakt mij niet uit wat voor werk. Honderd dollar per maand is al goed, zolang ik maar niet met de baas naar bed hoef. Ik verveel me dood.”

Een paar uur eerder werd hier nog druk gepoetst. Emily wijst naar de stoeprand. Daar zit nu een laag witte verf overheen. Lachend: „Zelfs dát had ik wel willen doen.” Monrovia had haast de afgelopen dagen: alles moest netjes zijn voor het bezoek van de Amerikaanse president. Onder toezicht van een zwetende Chinees werden de laatste gaten in de hoofdweg volgestort met asfalt. Een pick-uptruck deelde vlaggetjes uit. Magere vrouwen in lendendoeken veegden het zand van de trottoirs.

Het was in Liberia dat George Bush gisteren zijn tweede Afrikaanse tournee afsloot. Vijf landen in zes dagen, met cadeaus voor iedereen: extra geld voor aidsbestrijding, miljoenen muggennetten voor Tanzania, herbevestiging van politieke en militaire steun aan Rwanda, geld voor onderwijs in Ghana, de loftrompet voor democratisch Benin, een miljoen schoolboeken voor Liberia.

Sinds de opkomst van het islamitische terrorisme en het aanboren van nieuwe oliebronnen in de Golf van Guinee heeft Afrika weer strategisch belang. Sinds het charmeoffensief van supermacht China heeft Afrika weer politiek belang. Zelf legde Bush de nadruk op de problemen op het continent: „Ik wil dat de bevolking in Afrika weet dat Amerika om haar geeft; dat als we mensen zien lijden, we daar iets aan willen doen.”

Nergens is de liefde voor Amerika zo groot als hier. Liberia werd gesticht door voormalige Amerikaanse slaven. De hoofdstad Monrovia werd genoemd naar de Amerikaanse president James Monroe. Het was de eerste republiek op het Afrikaanse continent, en het is het enige Afrikaanse land dat Amerika als moederland beschouwt. De Liberiaanse vlag is een kopie van de Amerikaanse vlag, de dollar het betaalmiddel.

Tot 1985 gaven de VS in Liberia meer hulp per hoofd van de bevolking dan aan elk ander Afrikaans land. Amerika gebruikte Liberia als basis voor militaire vluchten en zette er een seinmast neer om het scheepverkeer op de Atlantische Oceaan te bespioneren. Tijdens de Koude Oorlog koos Liberia steevast de kant van Amerika.

Aan de Amerikaanse gulheid kwam een einde toen zelfs Ronald Reagan niet meer wist hoe hij de miljoenenhulp aan de onberekenbare dictator Samuel Doe nog langer kon verantwoorden. „Wij eten als Amerikanen, we kleden ons als Amerikanen, we praten als Amerikanen”, zegt John Mulbah, directeur van een commercieel radiostation. „We willen allemaal in de stad wonen en een grote televisie kopen. Met onze eigen cultuur hebben we niet veel op.”

Maar Liberia houdt meer van Amerika dan andersom. Zoveel werd duidelijk uit een radiodebat dat daags voor de aankomst van Bush werd uitgezonden. Daarin probeerde een woordvoerster van de Amerikaanse ambassade het tomeloze enthousiasme van haar Liberiaanse gesprekspartners in te dammen. Hoho, riep ze toen iemand Liberia ‘Amerika’s baby’ noemde. „Wij vinden het belangrijk dat landen zelfstandig zijn. Wij willen dat Liberia het lot in eigen handen neemt.” De overeenkomsten tussen beide landen moesten niet overdreven worden, zei ze. „De taal is toch heel anders, en eh, de manier waarop mensen met elkaar omgaan ook.”

Vijf jaar geleden was Bush ook in Afrika op tournee. Toen beschoten rebellen Monrovia in wat het slotstuk van de burgeroorlog zou worden die 14 jaar had geduurd. Die lange, bloedige zomer keek Amerika de andere kant op: Bush greep niet in. Wel eiste hij dat schurkenpresident Charles Taylor zou opstappen. Niet omdat onruststoker Taylor honderdduizenden doden op zijn geweten had, maar omdat Taylor diamanten aan Al-Qaeda had verkocht. Niettemin zijn veel Liberianen Bush dankbaar dat hij Taylor dwong te vertrekken. Na de oorlog ging de hulpkraan weer open. Amerika pompt miljoenen in de heropbouw. Het heeft ruim 140 miljoen dollar gespendeerd aan het nieuwe leger, dat getraind wordt door defensiespecialist DynCorp.

Als Air Force One landt, zijn de straten van Monrovia zo hermetisch afgesloten voor verkeer dat de dag meer op een autoloze zondag lijkt. Het enige wat de Liberianen van Bush zien is een glimp van zijn langsrazende konvooi. Bush is als een kostbare porseleinen vaas die alleen bezichtigd mag worden door een selecte groep notabelen. Het bezoek van Bush, het eerste van een Amerikaanse president in dertig jaar, heeft vooral symbolische waarde, zegt Kenneth Best, hoofdredacteur van het dagblad Daily Observer. „Het geeft aan dat Liberia weer meetelt.”

Dankzij president Ellen Johson-Sirleaf, die elke schijn van corruptie weet te vermijden. Vorig jaar groeide de economie 9 procent. Liberia is een goed-nieuwsverhaal aan het worden. Maar Kenneth Best keek wel even op toen Bush zei dat de huidige hulp aan Liberia „nog maar het begin” was. Laten we het hopen, zegt hij. „Geen land was zo loyaal aan Amerika als wij, en wat hebben we ervoor teruggekregen? Kijk naar de straten, kijk naar het elektriciteitsnet! De oorlog is al vijf jaar afgelopen en nog zitten we zonder stroom. Maar nee, Bush komt schoolboeken geven. Ik moet zeggen, ik ben toch een beetje teleurgesteld.”