Bewerkingen toneel

Overzichtsartikelen als van Kester Freriks (CS, 15 februari) zijn zeldzaam en ik las ze met plezier. Toch – of juist daarom – miste ik een belangrijke schakel in de analyse van de Nederlandse omgang met klassieken: het toneelbeeld als drager van het concept van een voorstelling.

Wat me opvalt is dat die beelden op conto worden geschreven van de regisseur. En dat is vreemd. Veel van de concepten van Ivo van Hove zijn het werk van zijn vormgever Jan Versweyveld. Zoals we weten dat de Proust-cyclus van Guy Cassiers nooit zo indringend had kunnen worden zonder de beelden van Marc Warning, die er ook voor zorgde dat Gerardjan Rijnders zijn kippen kreeg.

Waar het mij om gaat is dat deze praktijk zo’n totaal verouderd idee in leven houdt, namelijk die van de regisseurs als alpha en omega van de voorstelling. Nadat de schrijver van zijn troon werd gestoten, werd de regisseur erop gezet. Maar dat gaat voorbij aan de werkelijke verandering die is opgetreden: de democratisering van het maakproces,ook in de grote zaal.

En daarin kan een vormgever net zo goed de sleutel tot een voorstelling aandragen als een regisseur. Een uitvoerder van de ideeën van de regisseur, zoals de huidige recensiepraktijk lijkt te veronderstellen, is hij in elk geval al sinds de teloorgang van de Nederlandse Comedie niet meer.

Amsterdam

Programmeur Nes-theaters