Beroepsmisdaad en terreur samen in Marokko

Het zojuist in Marokko opgerolde terreurnetwerk wijkt nogal af van andere bendes: geen paupers, maar middenklasse en banden met de beroepsmisdaad.

Marokko lijkt nog niet bekomen van de verbazing na het oprollen van een moslimterreurnetwerk met vertakkingen naar België. Volgens de autoriteiten werd het opgezet en geleid door Abdelkader Belliraj, een 50-jarige emigrant die een tot dusver onopvallend bestaan leidde in een villa in het Belgische Evergem. De eerste protesten zijn te horen tegen de arrestatie van de vijf politici onder de 32 verdachten. „Pure verzinsels”, zo brieste Lahcen Daoudi, vooraanstaand politicus van de fundamentalistische Parti de la Justice et du Développement (PJD) over de aanklachten tegen zijn collega’s, onder wie een partijgenoot.

Maar zelfs als de politieactie met enige terughoudendheid bekeken wordt – bij het oprollen van veronderstelde terreurbendes kijken de Marokkaanse autoriteiten vaak niet op een verdachte meer of minder – wekten de details die vrijgegeven werden door minister van Binnenlandse Zaken Chakib Benmoussa verrassing onder terreurexperts en diplomaten. Het terreurnetwerk wijkt immers op een groot aantal punten fundamenteel af van de bendes die in Marokko bekend waren.

Belliraj wordt bijvoorbeeld omschreven als een professionele crimineel die behalve een reeks roofovervallen ook zes moorden in België op zijn naam zou hebben staan. Het is het eerste geval van een grootschalige financiering en organisatie van terreuractiviteiten in de Maghreb door beroepscriminelen in Europa. „Financiering van terreur kwam altijd al uit illegale middelen, maar niet op zo’n structurele manier”, aldus sociaal geograaf en directeur van het Nederlands Instituut in Marokko Paolo de Mas. Hij publiceerde onlangs over de invloed van migrantennetwerken op het proces van wederzijdse radicalisering in Marokko en Nederland.

De groep rond Belliraj past in dat plaatje: het betreft immers Marokkanen die al in de jaren tachtig betrokken waren bij radicale moslimgroepen waarvan de oorsprong terug gaat tot de Moslimbroederschap. Een deel van hen week uit naar Europa toen hun vervolging in Marokko werd ingezet. Deze radicalen lijken nu terug te keren, beter georganiseerd en met ruime financiële middelen.

De Belgisch-Marokkaanse hoofdverdachte voldoet allerminst aan het profiel van marginale rommelaars en kruimeldieven, zoals zijn geëmigreerde landgenoten die waren betrokken bij de treinaanslagen in Madrid in 2004. Belliraj was volgens de gegevens van de Marokkaanse autoriteiten betrokken bij professionele overvallen als die op het hoofdkantoor van Brink’s in Luxemburg (buit 17,5 miljoen euro) en systematische witwaspraktijken. De reeks van zes moorden in België tussen 1986 en 1989, waaronder die op de joodse voorman Joseph Wibran en de gematigde imam van de Brusselse Grote Moskee, Abdullah al-Ahdal, suggereert bovendien dat Belliraj al twintig jaar geleden actief was als moordenaar in radicaal-islamitische kring.

De professionele criminaliteit zou daarmee al veel langer en veel hechter verweven zijn met moslimextremisten. Belliraj wordt immers neergezet als sleutelfiguur in het netwerk van Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb, samenwerkingsverband van de Islamitische Marokkaanse Strijdersgroep (GICM) en de Salafististische Groep voor Prediking en Strijd (GSPC) dat vorig jaar werd afgekondigd. Hij wordt ervan verdacht al sinds 1992 terreurgroepen in Marokko te hebben opgezet. Hij zou bovendien contact hebben gezocht met Hezbollah in Libanon voor het gebruik van trainingskampen. Dat is opnieuw opmerkelijk: de shi’ieten van Hezbollah en extremistische sunnieten als Belliraj staan doorgaans tegenover elkaar.

Ook de werkwijze van de bende valt op. Hier geen onhandig uitgevoerde zelfmoordaanslagen zoals vorig jaar in Casablanca. Volgens minister Benmoussa betrof het een zorgvuldig opgezet netwerk met een bovengronds gedeelte rond een politieke beweging en met brede contacten in de maatschappij en een ondergrondse cel voor het opknappen van het vuile werk. Dat zou moeten bestaan uit doelgerichte moordaanslagen op ministers, hoge legerofficieren en joodse Marokkanen.

De organisatiegraad verklaart ook de docenten, hoogleraren en vijf politici in plaats van de paupers uit Marokko’s krottenwijken die doorgaans de hoofdmoot vormen bij arrestaties onder radicalen. Onder de gearresteerde politici bevinden zich behalve de twee leiders van ‘Alternatieve Beschaving’ , een tot afgelopen woensdag legale partij, ook het lid van de PJD, en een politicus van de linkse splinterpartij PSU. Vier van de vijf gearresteerde politici worden bijgestaan door Mustafa Ramid, fractieleider van de PJD die tevens een bloeiende advocatenpraktijk heeft. Een verwevenheid van belangen die de partij nog wel eens in de problemen kan brengen.