Belgrado zaait wind en oogst storm

Nieuwsanalyse

Serviërs demonstreerden massaal tegen het verlies van Kosovo. Het geweld kwam van hooligans die de vrije hand kregen van de regering.

Het is niet waarschijnlijk dat ‘de autoriteiten’ de hand hebben gehad in de rellen van gisteren, de meest gewelddadige in Belgrado in decennia. Maar ze hebben er wel de weg voor geëffend en ze hebben niets gedaan om het geweld – absoluut voorspelbaar – te voorkomen.

Buiten Servië is onderschat hoe boos, hoe verbitterd en hoe vernederd de Serviërs zich voelen door het verlies van Kosovo. In de Europese Unie is de afgelopen maanden geredeneerd dat Servië een akkoord moet worden aangeboden om het verlies van Kosovo te compenseren. Het is een wat absurde en naïeve gedachte – Servië kan überhaupt niet worden gecompenseerd, met wat dan ook, voor het onvrijwillige verlies van vijftien procent van ’s lands grondgebied.

Hoe diep de geslagen wond is, was te zien op de grote betoging in het centrum van Belgrado, waar 150.000 mensen uit het hele land naar toe waren gekomen – een betoging die door de regering was georganiseerd om de burger de mogelijkheid te geven stoom af te blazen. Overigens waren de twee pro-westerse partijen in de regering tegen die betoging, omdat die het naar hun oordeel alleen maar moeilijker zou maken weer een pro-Europees beleid op de rails te zetten. Maar de derde partij in de regering, die van de anti-Europese premier Vojislav Koštunica, zette door, gesteund door de ultra-nationalisten in de oppositie.

De rellen die vervolgens uitbraken hebben met Kosovo alleen indirect te maken. De relschoppers waren voetbalhooligans die in Belgrado uitstekend georganiseerd zijn en die in letterlijk alles een aanleiding zien om de straat op te gaan, of het nu Kosovo is of een verloren wedstrijd. Ze trokken gisteren, zoals altijd, in kleine groepjes naar hun doelwitten, vielen aan, en trokken zich terug toen de politie kwam, om zich vervolgens te hergroeperen.

De Servische autoriteiten bleven in gebreke: de ambassades waren niet bewaakt, hoewel de Amerikaanse ambassade al eerder deze week was aangevallen en hoewel de hooligans openlijk hadden aangekondigd gisteren weer in actie te zullen komen. Sterker nog: uitlatingen van diverse ministers na het geweld van eerder deze week konden worden opgevat als een open uitnodiging aan de hooligans.

Vervolg Servië: pagina 5

Belgrado effende weg voor geweld

Koštunica’s ministers en hun bondgenoten bagatelliseerden het geweld van maandag en spraken niet van hooligans maar van ‘boze jongeren'. Sterker nog, de ultra-nationalisten vonden dat als er iemand iets te verwijten viel, het de politie was die de Amerikaanse ambassade maandag moest beschermen.

Nog verder ging de minister voor Kosovo, Slobodan Samardzic, die zei dat het geweld tegen de Amerikaanse ambassade „in overeenstemming met het beleid van de regering” was. Dat geweld was „misschien niet plezierig, maar wel legitiem”. „Een ruit inslaan is ook democratie”, zei zijn collega van Telecommunicatie Velimir Ilic. Het taalgebruik van mensen als premier Koštunica, dat de afgelopen maanden steeds venijniger en steeds agressiever werd jegens vooral de VS en de EU, droeg verder bij tot de sfeer waarin de hooligans gisteren toesloegen.

De regering had het geweld dus niet alleen kunnen verwachten, maar stemde er stilzwijgend mee in en nodigde er zelfs toe uit. Daarom was de politie niet bij de ambassades die het voorspelbare doelwit van de hooligans waren, de ambassades van landen die verantwoordelijk worden gehouden voor het verlies van Kosovo of die Kosovo hebben erkend.

De omvang van het geweld echter is „rampzalig slecht ingeschat”, zoals het Servische nieuwsbulletin VIP het vandaag uitdrukt. „Heel Servië”, schreef VIP, is schuldig aan „onderschatting van de agressiviteit, en het gevoel verloren te zijn, bij de generaties die zijn opgegroeid in de tijd van oorlog en sancties (1990-2000) en die slechts een aanleiding nodig hebben om over te gaan tot geweld en misdaad”. Het is een probleem dat bekend is bij Servië’s jeugdwerkers en psychiaters – die een verbijsterend boek open kunnen doen over de psychische problemen van de hele bevolking van Servië – maar niet bij politici als Koštunica die een beetje geweld wel zinvol achtten, die wind zaaiden en storm oogstten en die het imago van Servië weer sterk hebben beschadigd.

Fotoserie en video van plunderingen: zie nrc.nl/kosovo