Avontuur

Ik moest laatst een gedicht voorlezen in de Arminiuskerk in Rotterdam. En ik zag werk van Rietveld studenten in de Amsterdame Oude Kerk. Ik dronk koffie in een boekhandel en ik ging naar de kapper in een platenzaak. In de Centrale bibliotheek van Amsterdam vond ik muziek en film, maar op de eerste twee verdiepingen was geen boek te bekennen.

Het deed me verlangen naar een boekwinkel met alleen maar boeken. Een koffiehuis met alleen maar koffie. Ik heb het niet nodig dat andere mensen proberen van mijn leven een belevenis te maken. Het leven is al ingewikkeld genoeg.

In een gedicht van Robert Gray, ‘Illusies’ uit de bundel Grafschrift herkende ik de conservatieve melancholicus die in mij was opgestaan. Gray zet een rij illusies onder elkaar. Eén ervan is: „Dat de behoefte om te ‘vernieuwen’ betekent dat we alles op z’n kop moeten zetten. (Cultuur is identiteit)”. De dichter laat zien dat het avontuur overal op de loer ligt. Wanneer Gray in een trein zit, heeft hij het idee dat hij op volle zee terecht is gekomen.

In ‘Reis: De Noordkust’ schrijft hij: „Vervolgens word ik wakker in een wiegende kooi,/ alsof ik aan boord ben van een klipper/ op volle zee,/ en het is de trein, die krakend en dreunend de wind verscheurt.” Het land raast voorbij, totdat hij alsnog bij zee terecht komt: „en nu splijt het land open naar de zee.” Hij laat zijn haar een beetje in de war. Alsof hij op volle zee op het dek van een schip staat, het haar in de wind.

In galerie Juliètte Jongma zag ik een zeefantasie van de Engelse kunstenaar Tim Braden. Aan een kleine houten lessenaar is een groot rood met wit gestreept zeil bevestigd. Het ziet er uit alsof dit bureau de zee op moet. Het zeil is echt en stevig, maar de zeewaardigheid van het bureau-schip is gedroomd.

Het werk staat op een landschap van Perzische kleden, kriskras over elkaar gelegd in de ruimte. De kleden vormen een zee, met de verschillende patronen als golven. Maar ze stellen ook moeilijk te lezen landkaarten voor.

Braden maakte van de galerie de toonkamer van een uit de hand gelopen jongensfantasie. Hij liet zich inspireren door een brief van Flaubert, die aan een vriend schrijft waarom hij zo van lezen houdt, met de mogelijkheid om op tijgers te jagen vanuit een leunstoel naast de open haard. Dit werk wil niet alleen een andere wereld verbeelden. De pogingen en de mogelijkheden om in een andere wereld terecht te komen worden verbeeld.

Braden noemt zijn installatie een klaslokaal voor avonturiers en verweeft elementen als een Engels hoorspel uit de jaren vijftig met sporen van een Engelse opvoeding. Hij schept een spannende, onmiskenbaar jongensachtige wereld van padvinders, kostschool, voetbal en het leger. De concrete kinderwereld is doorspekt met een volwassen melancholie.

De kunstenaar laat zien dat het maken van kunst een groot en aanstekelijk avontuur kan zijn. Maar hij is ook concreet. Terwijl ik naar een schoolbord kijk waarop met krijt een voetbalteam is getekend, voel ik de opwinding deel uit te maken van een team dat ongekende mogelijkheden heeft.

Ik zie ook dat de belofte is gemaakt van krijt. De voorstelling is niet afgemaakt, alsof ook de kunstenaar halverwege zag dat een avontuur niet door een ander kan worden ingevuld.