Als er ergens oorlog komt kan de daling zo weer omslaan

Het aantal asielverzoeken dat in Nederland is ingediend heeft in 2007 het laagste punt bereikt sinds 1988. De drastische daling is niet veroorzaakt door het strengere asielbeleid van de laatste jaren, zeggen deskundigen.

Vorig jaar juli was een gezin uit Congo het eerste dat werd toegelaten op grond van het generaal pardon. Hier het vierjarige zoontje met zijn identiteitskaart. Foto Evelyne Jacq Nederland, S'Hertogenbosch, 04-07-2007 Stadhuis, Raadhuis. Staatsecretaris Albayrak van Justitie reikt de eerste verblijfsvergunning uit onder de regeling afwikkeling nalatenschap oude vreemdelingenwet, pardonregeling, aan een asielzoekersgezin in aanwezigheid van burgemeester Rombouts. Het gezin bestaat uit Dieuci Nathanael Koyande Zawali (2003 S'hertogenbosch), Mauwa Zawali (1987, Kinshasa), Koyande Bembone (1968, Kinshasa), Vipero Botari (1968, Kinshasa) Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

„Politici moeten niet de pretentie heben dat ze met beleid de aantallen asielzoekers kunnen bepalen”, zegt Teun van Os van den Abeelen. Als voorzitter van het Adviescommissie voor vreemdelingenzaken (ACVZ) adviseert hij de regering. „Verdonk of Albayrak, het maakt nauwelijks wat uit voor de instroom van nieuwe asielzoekers. Die laat zich niet door nationaal beleid bepalen, die is afhankelijk van andere dingen.”

„Ik geloof zeker niet dat het Nederlandse beleid in de afgelopen jaren een rol heeft gespeeld bij de daling”, zegt onderzoeker Arno Sprangers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). „De aantallen asielzoekers zijn in bijna heel Europa gedaald.”

„Nederlandse politici hebben snel de neiging om veranderingen toe te schrijven aan het beleid van deze of gene minister”, zegt hoogleraar migratierecht Kees Groenendijk aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. „In België en vooral in Duitsland is het aantal nieuwe asielzoekers nog sterker gedaald dan in Nederland, en die landen hebben niet eens hun beleid verscherpt.”

De deskundigen ergeren zich aan de reacties van Haagse politici op de cijfers van het CBS over de verder dalende instroom van nieuwe asielzoekers. Vorig jaar vroegen 9.760 mensen asiel aan in Nederland, bij 7.100 gevallen ging het om een eerste poging. De instroom is sinds 1988 nog nooit zo laag geweest.

‘Rechts’ moet zijn ‘paniekzaaiende’ woorden intrekken, zeiden Kamerleden van linkse fracties. Die hadden in de hitte van de verkiezingsstrijd geroepen dat Nederland zou worden overspoeld door asielzoekers als gevolg van een generaal pardon. Naima Azough van GroenLinks wil zelfs dat premier Balkenende zijn woorden alsnog intrekt.

‘Links’ juicht te vroeg, reageerde onder andere Kamerlid Henk Kamp (VVD). Het generaal pardon, dat afgelopen jaar na de machtwisseling in het kabinet werd afgekondigd, kan alsnog een aanzuigende werking hebben, zei hij. „Wat we nu zien is een effect van de strengere vreemdelingenwet uit 2000, maar vooral de goede uitwerking van het beleid van Rita Verdonk”, zei Kamerlid Wim van de Camp (CDA) deze week in de Volkskrant.

„Ondanks het pardon is de instroom van asielzoekers minder geworden, terwijl de rechtse sceptici van die regeling vreesden voor een aanzuigende werking ervan”, constateert Van Os van den Abeelen. Nederland kent als enige in de Europese Unie een categoriaal beleid. Dit betekent dat mensen uit bepaalde oorlogsgebieden automatisch worden opgevangen, omdat terugsturen onverantwoord zou zijn. Ook dit beleid had geen aanzuigende werking, zo bleek uit een studie van de ACVZ twee jaar geleden. Ook andere Europese landen, die dus geen categoriaal beleid kennen, stuurden in het verleden nauwelijks asielzoekers uit Bosnië, Kosovo, Afghanistan en Irak terug.

Volgens deskundigen is het Nederlands asielbeleid de afgelopen jaren niet wezenlijk veranderd, ook al geldt sinds 2001 het als streng omschreven nieuwe asielbeleid dat nog is opgesteld onder Cohen. Sindsdien kunnen asielzoekers voor slechts één soort verblijfsstatus in aanmerking komen. Dit om eindeloos doorprocederen tegen te gaan en de beslistermijn op een aanvraag te verkorten.

Ook dit heeft volgens onderzoeker Arno Sprangers van het CBS geen verandering teweeggebracht. „Het percentage asielzoekers dat uiteindelijk mag blijven is ook na 2001 niet veranderd, dat is nog steeds één op de drie”, zegt Sprangers.

Ondanks pogingen daartoe is het asielbeleid in de Europese Unie nog steeds niet geharmoniseerd. Toch zijn bijna in alle lidstaten de aantallen asielzoekers gedaald. In de afgelopen vijf jaar is het aantal nieuwe aanvragen gehalveerd. Slovenië kende een daling van 70 procent, Litouwen 60, Cyprus, Oostenrijk en Frankrijk rond de 40 procent. In 2006 kwamen bijna 200.000 asielzoekers naar alle 27 landen van de Europese Unie. In 1992, toen de piek was bereikt, bedroeg dat aantal 678.000 voor de 15 lidstaten die de EU toen nog telde.

De daling is een gevolg van een complex van factoren, zeggen deskundigen. De situatie in de herkomstlanden noemen ze het meest doorslaggevende factor. De crisis op het Balkan, eens een van de grootste leveranciers van asielzoekers, is voorbij. Ook de situatie in landen als Irak en Afghanistan is rustiger geworden. „Europese landen bemoeilijken met strenge grenscontroles het vluchten naar Europa”, zegt hoogleraar Groenendijk.

Asielzoekers baseren hun eindbestemming zelden op nationaal beleid, zeggen de deskundigen. Ook uit een studie van de Europese Commissie wordt duidelijk dat asielzoekers eerder kiezen voor een land waarmee ze al een band hebben. Zo kiezen veel asielzoekers voor de Europese landen die vroeger hun vaderland gekoloniseerd hebben. Of men kiest voor een land waarvan ze de taal spreken. „Soms zijn ze gewoon afhankelijk van de smokkelroute van mensenhandelaren”, vertelt Groenendijk. Ook is de aanwezigheid van de gemeenschap uit het herkomstland een reden om te kiezen voor een bepaald land (zie inzet).

De daling kan ook weer plotseling omslaan, menen deskundigen. Mocht de situatie in het Midden-Oosten verder escaleren, dan komen automatisch meer asielzoekers naar Europa – en dus naar Nederland, zeggen ze.

ACVZ-voorzitter Van Os van den Abeelen: „Mensen in het Midden-Oosten hebben meer geld, zijn daardoor mobieler. In Kenia is de situatie weliswaar ook geëscaleerd, maar daar merken we weinig van. Die mensen zijn zo arm dat ze de sprong naar Europa niet kunnen maken.”