Walvisbot diende voor speerpunt

De speerpunten van walvisbot

Mensen in de laatste IJstijd gebruikten walvisbeenderen om speerpunten te maken. Het is de eerste belangrijke bevestiging van het vermoeden dat de Cro Magnonmensen ook een kustgerichte levenswijze kenden, en niet alleen landinwaarts leefden en jaagden. Met bootjes de zee op, gingen de jagers niet, volgens de ontdekker, de Franse archeoloog Jean-Marie Pétillon. Aangespoelde walvissen zullen voor genoeg botmateriaal hebben gezorgd.

De ontdekking dat walvisbeenderen rond 15.000 jaar geleden vele duizenden jaren lang als gebruiksvoorwerpen dienden, wordt binnenkort gemeld in een artikel in het Journal of Human Evolution.

Tot nu toe waren uit de IJstijd vrijwel geen gebruiksvoorwerpen van maritiem materiaal bekend. In de IJstijd lag de kustlijn vele kilometers buiten de huidige kust en de meeste resten van laat- paleolithische kustculturen zullen onder water liggen. Pétillon ontdekte dat ongeveer zestig allang bekende, en meestal beschadigde, prehistorische voorwerpen uit de Pyreneeëngrot Isturitz, niet van diergewei waren zoals op de dozen stond, maar van walvisbeenderen – waarschijnlijk van grote walvissen. Door de sponsachtige structuur zijn botten van zeezoogdieren heel geschikt voor speerpunten en priemen.