Tijdperk van ‘goedkoop geld’ eindigt

Prijsstijgingen van 65 procent voor ijzererts en 90 procent voor tarwe moeten worden doorberekend aan de klanten, want staalfabrieken en broodbakkerijen beschikken niet over winstmarges die groot genoeg zijn om schokken van deze omvang op te vangen. Dit zal de inflatieverwachtingen van klanten en producenten versterken. Alles wijst erop dat er een veel hogere en hardnekkiger inflatie in het verschiet ligt, waardoor een beleid van ‘goedkoop geld’ niet langer mogelijk zal zijn.

Het Koreaanse staalconcern Posco is de meest efficiënte staalproducent ter wereld. Posco verkoopt aanzienlijke hoeveelheden staal op de steeds groter wordende Chinese markt. Maar het concern heeft geen controle over zijn grondstoffenbasis, omdat Korea geen ijzererts heeft. Daarom kan de prijsstijging van 65 procent in dollars voor het door de Braziliaanse producent Companhia Vale do Rio Doce geleverde ijzererts alleen maar worden weerspiegeld in hogere staalprijzen voor de klanten van Posco.

Op dezelfde manier zal de stijging van 90 procent van de prijs voor wintertarwe van de afgelopen zes weken tot hogere broodprijzen leiden. Hoewel bakkerijen doorgaans schommelingen in grondstoffenprijzen kunnen opvangen, ontberen zij de financiële kracht om stijgingen van deze omvang te absorberen.

Door deze mechanismen worden prijsstijgingen van grondstoffen weerspiegeld in de consumentenprijzen, zij het met enige vertraging. De stijging van 1,4 procent in januari van de Amerikaanse importprijzen duidt erop dat dit proces zich aan het versnellen is. Tenzij de grondstoffenprijzen scherp gaan dalen, zullen de consumentenprijzen deze kostenstijgingen spoedig weerspiegelen.

De grondstoffenprijzen zijn gestegen door de buitensporige geldhoeveelheid in de wereld, in eerste instantie veroorzaakt door het soepele monetaire beleid sinds 1995 van Alan Greenspan en Ben Bernanke, de voormalige en de huidige voorzitter van de Fed (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken). De stijging van de grondstoffenprijzen is onlangs nog versneld door de renteverlagingen van de Fed, van 5,25 naar 3 procent, bedoeld om de geldmarkten weer te laten stromen.

Als de inflatie van de consumentenprijzen toeneemt, wordt een rente van 3 procent onhoudbaar. Als het beleid niet vrijwillig wordt herzien, zal de obligatiemarkt veranderingen afdwingen, door scherpe dalingen van de koersen van Amerikaanse staatsobligaties en het mislukken van nieuwe obligatieleningen van de Amerikaanse overheid. Daarom is het opmerkelijk dat het rendement op Amerikaanse staatsobligaties de afgelopen maand is gestegen van 3,28 naar 3,83 procent, ondanks de wereldwijde ‘vlucht in kwaliteit’.

Het tijdperk van lage inflatie lijkt ten einde te komen; het tijdperk van ‘goedkoop geld’ kan dan niet lang meer overeind blijven.

Martin Hutchinson

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com