Rrrrr

Het taalnieuws van afgelopen week was dat Beatrix haar ‘r’ kwijtraakt. Taalkundige Marc van Oostendorp analyseerde haar kersttoespraken van de afgelopen vijfentwintig jaar en kwam tot de conclusie dat de koningin vroeger vaker een r zei dan nu. ‘Aanvaarden’ is ‘aanvaden’ geworden.

Met de letter r is iets geks. Er zijn nogal veel manieren om hem uit te spreken. In Nederland schijnen we tweeëntwintig soorten r-en te hebben! Tweeëntwintig! Rrraarrr.

Er zijn drie r-en die het meest in het oor springen: de tong-r (zoals de Italianen), de keel-r (richting de Fransen), en de Gooise r (zoals de Engelsen). Vooral over de Gooise r bestaan veel misverstanden. Mensen die bijvoorbeeld het onvolprezen Kinderen voor Kinderenkoor willen nadoen, zingen vaak álle r-en als een Gooise r. Ha! Daar lachen de echte fans om. Want zo hoort het: ‘Kindugun for kindugun’ – alleen aan het eind van een lettergreep wordt de r een Gooise r, op andere plekken wordt de keel-r gebruikt.

Een heel andere sfeer wordt opgeroepen door de tong-r. Die klinkt naar het Polygoonjournaal, en heeft iets heel zorgvuldigs; lees de volgende zin met een rollende r voor en zie wat ik bedoel: ‘Zal ik de archiefmappen hier opbergen?’ (In West-Friesland hebben ze van nature een tong-r die rolt als een mitrailleur. De ‘slogan’ van Hoorn is: ‘Hoorn, zien en geloven’; een woordgrap die alleen werkt voor mensen uit de regio zelf, voor wie ‘Hoorn’ klinkt als ‘horen’).

Maar goed (‘Magoed’), logisch dat de koningin van dat gezeik met die r af wil zijn en hem maar helemaal overboord zet; net als veel andere Nederlanders.

Zoals met elke taalverandering is er meteen weer de overcompensatie die op de loer ligt. Mijn eigen taalnieuws is dat ik met enige regelmaat ‘waarneer’ hoor, in plaats van ‘wanneer’. En het bijzondere is, ik hoor het ook bij mezelf. Terwijl ik me er potdomme nog bewust van ben.