Partijen Oeganda zetten stap naar vredesverdrag

De regering van Oeganda en het Verzetsleger van de Heer (LRA) hebben een belangrijke stap gezet naar een vredesverdrag dat een einde moet maken aan de ruim twintig jaar durende rebellie in het noorden van Oeganda. De partijen zijn het eens geworden over de oprichting van een speciale rechtbank die zich gaat bezighouden met zware misdaden begaan tijdens de opstand. De berechting van de leiders van de LRA vormde tot dusverre een struikelblok op weg naar definitieve vrede.

Het akkoord is bekendgemaakt in Juba in Zuid-Soedan, waar beide partijen vredesoverleg voeren sinds zij anderhalf jaar geleden officieel het vuren staakten.

De nieuwe rechtbank zal zich buigen over aanklachten wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Minder zware misdaden zullen worden afgehandeld via een traditioneel verzoeningssysteem dat bekendstaat als mato oput.

Het akkoord geldt als een doorbraak omdat Oeganda en de LRA een alternatief creëren voor het Internationale Strafhof in Den Haag (ICC), dat arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd tegen enkele kopstukken van de LRA onder wie voorman Joseph Kony. De LRA-leiders hebben altijd gezegd dat ze geen definitief vredesverdrag zullen tekenen voordat Oeganda het ICC zo ver krijgt om de arrestatiebevelen in te trekken. De eis van de LRA geldt als onhaalbaar voor Oeganda, maar door mee te werken aan een inheemse berechting hoopt Kampala de rebellen gunstig te stemmen en hen alsnog te stimuleren om zich in te spannen voor een vredesakkoord. President Museveni heeft eerder beloofd dat de rebellenleiders niet zullen worden overgedragen aan Den Haag indien zij een vredesverdrag ondertekenen.

Kampala kan op zijn beurt claimen dat het uitzicht creëert op berechting van de rebellen, die door veel Oegandezen worden gevreesd. Het akkoord lijkt de kans te verkleinen dat het ICC overgaat tot vervolging van de LRA-leiders. Het strafhof mag enkel tot vervolging overgaan indien het betrokken land dit niet zelf doet.