Nieuwe natie wordt geheel afhankelijk van EU

Kosovo’s onafhankelijkheid heeft rampzalige gevolgen, meent Fjodor Loekjanov. ‘Pristina weet heel goed dat de onafhankelijkheid geen van zijn dringende problemen zal oplossen.’

De eenzijdig afgekondigde onafhankelijkheid van Kosovo zal verstrekkende gevolgen zal hebben.

Ten eerste een volkenrechtelijk gevolg: omdat de goedkeuring van de VN-Veiligheidsraad ontbreekt, overschrijdt dit proces de volkenrechtelijke grenzen. Formeel wordt de provincie bestuurd door de VN-missie die in 1999 is ingesteld krachtens Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad. Maar de facto voert de VN deze taak niet uit. De echte macht zal bij de missie van de Europese Unie komen te liggen. Onder verwijzing naar die resolutie houdt de EU vast aan haar recht zo’n orgaan in te stellen, maar de legitimiteit is twijfelachtig.

Praktisch gezien wordt Kosovo een nieuw soort internationaal protectoraat, en de plaatselijke autoriteiten zullen sterk beperkt zijn in hun handelen. De mogelijkheid bestaat dat Kosovo met zijn westerse bondgenoten in conflict raakt, maar waarschijnlijk is dit niet. Pristina weet heel goed dat de onafhankelijkheid geen van zijn dringende problemen zal oplossen, zoals de economische crisis, de hoge werkloosheid en de criminalisering van de maatschappij die daarvan het gevolg is. En als Belgrado economische druk op Pristina uitoefent, kan de situatie in Kosovo nog weleens verslechteren.

Op lange termijn zal de economie van Kosovo geheel afhankelijk zijn van de EU, en de internationale financiële instellingen zullen nauwelijks in staat zijn hulp te bieden aan een provincie met zo’n vage status.

Ten tweede is het onmogelijk de kans op gewapende conflicten uit te sluiten. Belgrado en Pristina zitten er geen van beide op te wachten, maar er zijn genoeg radicalen onder de Kosovaren en de Serviërs die tot provocaties in staat zijn. De Serviërs die op Kosovaars grondgebied blijven, verkeren in een uiterst moeilijke situatie.

De autoriteiten in Kosovo en hun westerse bondgenoten is veel gelegen aan het welzijn van de Servische minderheid. Elk incident kan rampzalige morele gevolgen voor de zelf geproclameerde provincie hebben. Het is niet duidelijk hoe lang de EU en de NAVO de volledige verantwoordelijkheid voor de veiligheid in de provincie zullen dragen.

Deze gebeurtenis zal onaangename repercussies in Bosnië en Macedonië hebben. Halverwege de jaren negentig, toen de staat Bosnië-Herzegovina conform de Dayton-akkoorden verrees, kregen de etnische gemeenschappen – Serven, Kroaten en moslims – geen zelfbeschikking. De internationale beschermers van de Bosnische soevereiniteit dwongen deze drie gemeenschappen om zich in één staat te verenigen. De nieuwe staat was gebaseerd op het non-etnische beginsel.

Maar de onafhankelijkheid van Kosovo berust wel op een etnisch beginsel. Dit stelt de Bosnische Serviërs in staat zelfbeschikking en aansluiting bij Servië te eisen. Een Bosnische herverdeling brengt grote problemen voor heel Europa met zich mee.

Macedonië is een land met een snel groeiende Albanese minderheid. De Albanezen hebben een hoger geboortecijfer dan de Slaviërs. Ook al is de gedachte van een Groot Albanië meer een politiek verhaal, de Albanezen zelf zouden zich weleens als een verdeelde etnische gemeenschap kunnen zien.

Ten derde zal Kosovo een precedent scheppen dat van invloed zal zijn op de ontwikkelingen in andere delen van Europa. Deze invloed zal vermoedelijk niet beslissend zijn in stabiele en welvarende EU-landen met een separatistisch potentieel zoals Frankrijk, België, Spanje en Groot-Brittannië. Maar het geval Kosovo kan wel als katalysator werken. Misschien niet als zodanig (het is belachelijk het Vlaamse en Kosovaarse separatisme te vergelijken), maar wel door het probleem van de zelfbeschikking weer aan de orde te stellen.

Instabiele landen als Bosnië, Macedonië, Georgië, Moldavië en Azerbeidzjan zullen de uitwerking van het scenario in Kosovo wel voelen. Hun minderheden zullen dit als een regelrecht precedent uitleggen.

Ten vierde is er een algemeen probleem dat niet alleen aan Kosovo gekoppeld is. Internationale instellingen worden zwakker en mengen zich minder in de oplossing van dringende kwesties. Het onvermogen van de grote mogendheden om het over de gedragsregels eens te worden leidt tot de afbraak van bijna alle wereldorganisaties.

Het volkenrecht verandert steeds meer van een grondslag tot besluitvorming in een instrument ter legalisering van voldongen feiten.

Fjodor Loekjanov is een Russisch politicoloog en redacteur van het Moskouse tijdschrift Russia in Global Affairs.

©RIA Novosti