Nieuwe fiscale wet maakte legaal belasting ontwijken mogelijk

Eén jaar geleden trad de Wet werken aan winst in werking. De wet maakt het vooral voor multinationals mogelijk om, meer nog dan voorheen, winstbelasting te ontwijken.

Aftrekbaarheid van rente. In het verleden verhinderde de Wet op de vennootschapsbelasting dat Nederlandse bedrijven de rente over een door een buitenlandse dochter verstrekte lening mochten aftrekken van de winst (waardoor ze minder winstbelasting hoefden te betalen). Met de inwerkingtreding van de Wet werken aan winst per 1 januari 2007 is die bepaling aangepast. Aftrek van rente is nu zonder meer mogelijk als de buitenlandse dochter in het land van vestiging over de ontvangen rente minimaal 10 procent winstbelasting betaalt.

Een voorbeeld: een Nederlands moederbedrijf stort 250 miljoen euro kapitaal in een dochteronderneming op Cyprus. Die leent het terug aan het moederbedrijf tegen 10 procent rente per jaar. De betaalde rente van 25 miljoen euro is in Nederland volledig aftrekbaar. Op Cyprus betaalt de dochter 10 procent winstbelasting over de ontvangen rente, in plaats van het Nederlandse tarief van 25,5 procent. Dit is een eenvoudige constructie om 15,5 procentpunt vennootschapsbelasting in Nederland te ontwijken.

Staatssecretaris De Jager (Financiën, CDA) heeft de wet inmiddels gewijzigd. Door de wijziging is het vanaf 1 januari 2008 mogelijk dat een belastinginspecteur een zogenoemde ‘tweede toets’ doet en een lening kwalificeert als niet zakelijk – dat wil zeggen in het normale economische verkeer ongebruikelijk – ook als in het buitenland 10 procent of meer winstbelasting wordt geheven. Slaagt de belastinginspecteur hierin, dan is de rente niet langer aftrekbaar.

Eigen of vreemd vermogen . Hierbij gaat het om de interpretatie van de begrippen ‘lening’ en ‘kapitaal’. Wat in het ene land fiscaal als vreemd vermogen (lening) geldt, beschouwt het andere land als eigen vermogen (kapitaal). Dit kan voor de onderneming dubbel voordeel betekenen.

Een voorbeeld. Een Nederlandse moedermaatschappij verschaft een lening van 500 miljoen euro aan een dochter in Frankrijk. De te betalen rente is afhankelijk gesteld van de winst die de vennootschap in Frankrijk maakt.

In Nederland zijn voor het moederbedrijf sinds 1 januari 2007 zulke rente-inkomsten van de Franse dochter onbelast omdat zij als winstuitkering (dividend) worden aangemerkt. De Franse fiscus vindt daarentegen dat het geen dividend is maar rente, omdat sprake is van een lening. Het bedrijf mag in Frankrijk de betaalde rente dan ook van de winst aftrekken.

Met deze constructie wordt in het geheel geen vennootschapsbelasting betaald. Voordeel: 25,5 procent. Moederbedrijven kunnen hun dochter, afhankelijk van de winst van de dochter, zeer hoge rentes laten betalen. 50 procent is niet onmogelijk. Deze constructie is niet gerepareerd.

Octrooien. Om innovatie in het bedrijfsleven te bevorderen is de octrooibox ingevoerd. Bedrijven die immateriële activa ontwikkelen (bijvoorbeeld een uitvinding of technische toepassing) en die als octrooi hebben vastgelegd, kunnen daar gebruik van maken. Hierdoor worden opbrengsten uit deze zelf ontwikkelde activa belast met een laag tarief van 10 procent in plaats van het standaardtarief van 25,5 procent, een voordeel van 15,5 procentpunt. Sinds 1 januari 2008 is deze regeling zelfs nog verruimd.

Bedrijfsfinanciering. De meeste maatregelen van de Wet werken aan winst zijn per 1 januari 2007 ingevoerd. Een uitzondering is de zogeheten groepsrentebox. Die is opgeschort in afwachting van een oordeel van de Europese Commissie. De regeling behelst een lager belastingtarief voor rente-inkomsten die bijvoorbeeld een moederconcern ontvangt van leningen aan dochterbedrijven. Bedrijven betalen over die rente-inkomsten geen 25,5 procent winstbelasting, maar slechts 5 procent. Een voordeel van 20,5 procentpunt.

Het is de tweede keer dat ‘Brussel’ zich met een dergelijke Nederlandse belastingmaatregel bemoeit. Enkele jaren geleden ondernam Brussel al actie tegen de voorloper van de groepsrentebox, de regeling voor internationale concernfinancieringsactiviteiten (CFA), die 7 procent belasting hief over dit type rente-inkomsten. Deze CFA-regeling is onder druk van Brussel ingetrokken. Maar bedrijven die vóór 1 juli 2001 van de CFA-regeling profiteerden, mogen dat tot 2011 blijven doen. De Wet werken aan winst wil nu een soortgelijke regeling opnieuw invoeren, met een nog lager tarief.

Constructies met twee bv’s. Dit is de renteaftrek bij een zogenoemde BV1/BV2-constructie, in 2002 abrupt afgeschaft door toenmalig staatssecretaris Bos (Financiën, PvdA) en sinds vorig jaar door de Wet werken aan winst weer mogelijk.

Voorbeeld: een onderneming in de Verenigde Staten leent 500 miljoen euro tegen 10 procent rente aan een dochteronderneming in Nederland (BV1). Die hevelt dat bedrag over naar een tweede Nederlandse bv (BV2), waarmee zij een fiscale eenheid vormt. Het gevolg is dat de lening vanuit de VS naar Nederland voor de Amerikaanse fiscus niet meetelt. Hierdoor ontstaat de situatie dat in Nederland de betaalde rente van 50 miljoen euro aftrekbaar is, terwijl in de Verenigde Staten de rente-inkomsten niet belast worden.

Compensabele verliezen. De Wet werken aan winst bevat ook nadelige maatregelen voor bedrijven. Een daarvan is de beperking van de zogenoemde carry back van compensabele verliezen. Dat is de praktijk om verliezen met voorgaande belastingjaren te verrekenen. Werken aan winst beperkte de carry back-mogelijkheid van drie tot één jaar.

Dat neemt niet weg dat deze belastingbesparende maatregel redelijk uniek is in de wereld. Er zijn niet veel landen waar het mogelijk is al betaalde vennootschapsbelasting terug te krijgen door het verrekenen van nieuwe verliezen. In de Europese Unie kan het in driekwart van de lidstaten niet.