Kosovo is uniek – er zullen nog vele volgen

Wie beweert dat een onafhankelijk Kosovo hét recept is voor instabiliteit in de regio, vergeet dat de situatie waarin Kosovo zich sinds 1999 bevond onhoudbaar was, meent Timothy Garton Ash.

Als het ene volk de banden verbreekt met het andere, dan mag het dit alleen doen als het plechtig zweert zich te houden aan internationale voorwaarden. Voor Kosovo betekent dit dat het zich moet houden aan afspraken met de EU, OVSE, NAVO, het Internationale Strafhof voor voormalig Joegoslavië en het integrale voorstel van de Speciale VN-Gezant Martti Ahtisaari, „met inbegrip van een versnelde aanpassing van de wetgeving zoals vermeld in Bijlage XII”.

Te midden van alle ophef rond de Kosovaarse onafhankelijkheidsverklaring hebben maar weinigen zich de tijd gegund om vast te stellen wat een uitzonderlijk document dit is. Het is zo omgeven met voorwaarden, verplichtingen en beperkingen, veelal aangaande de bescherming van de resterende Servische minderheden, en het staat zo vol toezeggingen aan het adres van de internationale beschermers dat het ook een áfhankelijkheidsverklaring is. De laatste paragraaf begint met: „Wij bevestigen hierbij duidelijk, uitdrukkelijk en onherroepelijk dat Kosovo wettelijk verplicht zal zijn om de bepalingen in deze Verklaring na te leven, en wel in het bijzonder de gestelde verplichtingen in het kader van het Plan Ahtisaari”. We kunnen de westerse adviseur bijna over de schouder van de Kosovaarse opsteller horen dicteren. Dit is minder een geval van ‘in één klap was Kosovo vrij’ dan ‘in één klap kon Kosovo geen kant meer op’.

De werkelijkheid ter plaatse zal natuurlijk nogal verschillen van de fraaie woorden op het papier. De Kosovaarse Albanezen hebben een belangrijke stap naar zelfbestuur gezet. Ze hadden zondagavond iets te vieren in de straten van Pristina. Hun geschiedenisboeken, zelfs als die met subsidie van de EU worden gemaakt, zullen glorieus het mythische verhaal verkondigen van de eeuwenlange nationale strijd die culmineerde in deze dag. Ik zou de komende jaren niet graag als Kosovaarse Serviër in een van de enclaves ten zuiden van de rivier de Ibar wonen. Ik rouw om de mooie Servische kloosters in Decani, Pec en Gracanica, die nu meer dan ooit eilanden in een vreemde zee zullen zijn.

De positie van de Serven ten noorden van de brug over de Ibar bij Mitrovica is een ander verhaal. Ondanks de tijdelijke sluiting door de NAVO van de grens tussen hen en Servië, nadat een plaatselijke menigte twee grensposten in brand had gestoken, zal de realiteit van hun dagelijkse sociale, economische en culturele integratie met Servië doorgaan. Feitelijk is Kosovo al opgedeeld. En zo zal het zeker blijven totdat Kosovo en Servië, als ze beide lid van de EU zijn, gaandeweg en waarschijnlijk eerder na decennia dan jaren, op een situatie mogen hopen die te vergelijken is met die van België: formeel één land, in de praktijk grotendeels verdeeld, maar met een kader waarin vrede en vrijheid voor zijn burgers verzekerd zijn.

Door de unieke Europese context is dit een ander verhaal dan dat van de meeste gebieden die zich elders op de wereld willen afscheiden. De Europese Unie gaat immers naadloos over van een imperiumstijl op een expansiestijl. Ziehier de 21ste-eeuwse Europese stijl van dekolonisering: van protectoraat tot EU-lidstaat zonder intussen ooit volledige, soevereine onafhankelijkheid te verwerven.

De Kosovaarse Albanezen hebben, op papier althans, de prijs aanvaard. Mochten ze in de verleiding komen hun belofte te breken, dan zullen er duizenden Europese vertegenwoordigers aanwezig zijn – geruggesteund door NAVO-troepen – om hen weer op het rechte pad te brengen.

Deze internationaal gecoördineerde ‘verklaring van afhankelijke onafhankelijkheid’ is het minst slechte resultaat. Wie tegenwerpt dat hierdoor nieuwe instabiliteit in het gebied zal ontstaan, gaat voorbij aan het feit dat de onzekerheid waarin Kosovo al sinds het einde van de oorlog van 1999 (dankzij VN- resolutie 1244) verkeert, zelf instabiel en onhoudbaar was.

Niemand die zijn verstand gebruikt zou in die onzekerheid serieuze investeringen doen. Een breekbare vrede werd herhaaldelijk verstoord door rellen. De werkloosheid bedraagt meer dan 40 procent. Zonder een oplossing van de statuskwestie kan er niets stabiels en blijvends worden opgebouwd. En voor het buurland Macedonië, dat vanwege zijn Albanese minderheid de grootste invloed ondervindt, is een onafhankelijker Kosovo een stabiliserende factor. (Dit geldt uiteraard niet voor Bosnië.)

Ondanks de wreedheden uit de jaren van Milosevic is de regeling niet helemaal rechtvaardig. Maar uiteindelijk is dit ook voor Servië het minst slechte resultaat. Het is afschuwelijk als je arm moet worden afgezet, maar soms is dit de voorwaarde tot genezing. In hun hart weten veel Serven dat. En in Belgrado, níét in Pristina, hoorde ik deze grap: de Serven zijn bereid alles voor Kosovo te doen, behalve er te gaan wonen.

Voorlopig zal er een uitbarsting van woede en rouw volgen. Dat kan ook niet anders. Maar daarna heeft Servië een keus: nog decennia blijven mokken in machteloze wrok, zoals Hongarije na het Trianon-verdrag, of de Europese weg naar nationale wederopbouw kiezen., zoals Hongarije nu. En Europa heeft op zijn beurt de plechtige verplichting om die weg open te houden.

Het zal nog vele jaren duren voordat Kosovo in de Verenigde Naties zijn zetel inneemt tussen Kiribati en Koeweit (of Koerdistan, als dat eerder is). Rusland, dat als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad een vetorecht heeft, kan en zal dit tegenhouden. Maar veel Kosovaren zijn in Zwitserland geweest en zullen zich misschien herinneren dat deze aloude en fanatiek onafhankelijke Alpenrepubliek pas in 2002 VN-lid is geworden. Wat in de eerste plaats telt, is de werkelijkheid ter plaatse en de mate van erkenning door andere landen. Het lidmaatschap van internationale organisaties zal volgen, met waarschijnlijk als sluitstuk het lidmaatschap van de VN.

Is dit een precedent, zoals sommigen vrezen en anderen hopen? Natuurlijk is het dat. Elke onafhankelijkheidsverklaring is een precedent. De door Rusland gesteunde leiders in Zuid-Ossetië en Transnistrië overwegen stilletjes het voorbeeld van de door Amerika gesteunde Kosovaren te volgen. Baskische en Catalaanse separatisten zien wat hier gebeurt en de Spaanse regering heeft met opmerkelijke scherpte op de onafhankelijkheidsverklarting gereageerd – deels omdat die midden in een harde verkiezingscampagne komt. Kosovo is hét verhaal op de website van de UNPO, de organisatie van landen en volken die niet vertegenwoordigd zijn in de grote internationale organisaties en die 69 leden heeft – van Abchazië tot Zanzibar. „Kosovo is een bijzonder geval”, aldus de Kosovaarse onafhankelijkheidsverklaring, om dan nog eens te beklemtonen dat dit geen precedent is.

Maar alle andere 68 leden van de UNPO zijn ook bijzondere gevallen. Liberalen hebben universele regels voor de behandeling van individuen; maar ze raken altijd in verwarring over groepen – zowel over de positie van groeperingen binnen een land (getuige het debat over het multiculturalisme) als over de vraag welke groepering het recht op zelfbeschikking mag uitoefenen. Ze hebben geen consistent antwoord op de vraag van de nationalist: „Waarom zou ik een minderheid in jouw land moeten zijn als jij ook een minderheid in dat van mij zou kunnen zijn?” De Kosovaarse verklaring van afhankelijke onafhankelijkheid is de minst slechte stap vooruit, maar laten we niet doen of het geen precedent is. Beide uitspraken zijn waar: Kosovo is uniek en er zullen meer Kosovos volgen.

Timothy Garton Ash is hoogleraar Europese Studies aan de Universiteit van Oxford en is verbonden aan het Hoover-instituut van de Stanford-universiteit. Zijn laatste boek is Free World.