Huil je, als je een voldoende hebt?

Nerds zijn lelijke, wereldvreemde jongens met suffe technische interesses en rare hobby’s. En ze zijn allemaal autistisch.

Of zit het toch anders?

„Als je in India zegt dat je studeert voor ingenieur, komen de meisjes in drommen op je af”, schreef premier Jan Peter Balkenende dinsdag in deze krant. Hij haalde een Indiase IT’er aan. Die had er nog aan toegevoegd: „En als je halverwege de avond aankondigt naar huis te gaan om nog wat computerberekeningen te analyseren, zijn ze echt niet meer te houden.”

Dat nerds de meisjes van zich moeten afslaan, is een onwaarschijnlijk scenario in Nederland. Hoe kan dat eigenlijk? En, vroeg Balkenende, leg je je neer bij dit soort culturele verschillen? Zelf had hij „groot respect voor mensen die op hun eigen manier het beste uit zichzelf halen”.

Wat is een nerd? En ben jij er één? Een paar ‘zelftestjes’ invullen op internet is genoeg om daarachter te komen.

Hier: heb je wel eens gehuild om een cijfer, terwijl het een voldoende was? vraagt De Nederlandse Nerd-test. Hoeveel partners heb je al gehad? Ben je wel eens achter de computer in slaap gevallen?

Weet je van jezelf dat je vet haar hebt? wil Doe De Nerd-test weten. Zijn je lenzen sterker dan +5 of -5? Zei je ooit in het openbaar: ‘Beam me up, Scotty!’? Heb je een wereldbol met bobbels op de plekken waar bergen zitten? Een vulpotlood? Een boek van Asimov? Spock-oren? Puistjes?

En dan de beslissende vraag: Heeft iemand jou wel eens een nerd genoemd?

De nerd is een uitvinding van de Verenigde Staten, schrijft de Amerikaanse kinderpsycholoog David Anderegg in zijn boek Nerds, Who They Are and Why We Need More of Them, dat recent is uitgekomen. Maar het enthousiast door de media uitgedragen stereotype bestaat hier ook. Kinderen leren wat een nerd is door films als Revenge of the Nerds. En van tv-programma’s als Beauty en de Nerd, waar de slimme nerd en de domme babe samen problemen moeten oplossen, zodat de nerd wat sexier en de babe wat intelligenter wordt. Studenten van de Universiteit Twente houden een jaarlijkse nerdverkiezing. De winnaars van 2005, tweelingbroers Erik en Arjan Snippe, kregen zelfs een eigen nerdshow op RTL5. En een tocht over internetfora met als zoekterm ‘ben jij een nerd’, levert talloze twijfelende tieners op die zich afvragen of ze ‘het’ per ongeluk zijn.

Opvallend is dat kinderen gemakkelijk een heel ingewikkeld stereotype leren, schrijft Anderegg. Een nerd, blijkt uit de vragenlijstjes en de televisieseries, is een onaantrekkelijke, onverzorgde jongen met een bril. Als het om een vrouwelijke nerd gaat, want die bestaat ook, moet dat er speciaal bij worden vermeld. Een nerd houdt van wiskunde en techniek en is een mama’s-kindje dat bij leraren slijmt. Hij kan niet sporten, maar wel alle afleveringen van Star Trek navertellen. Een nerd heeft geen vriendinnetjes en al helemaal nooit seks.

En dan wordt het lastig, stelt Anderegg. Want slim en mooi sluiten elkaar niet uit in de werkelijkheid, net zo min als dom en lelijk. Meiden kunnen ook van techniek en wiskunde houden. En van mama’s-kindjes verwacht je juist dat die braaf elke dag onder de douche worden gestuurd. Niet dat ze vet haar hebben. Het nerd-stereotype is niet lógisch.

Maar wel verklaarbaar, meent de auteur, want de nerd-haat zit diep in de Amerikaanse cultuur. Kijk maar naar oude Amerikaanse legendes als die van Sleepy Hollow, waar de enige intellectueel uit het dorpje wordt weggepest. En de stoere lomperik krijgt het meisje. De échte Amerikaanse man is een man van actie, niet van studie en reflectie. „Why the hell doesn’t anyone recognize Clark Kent as Superman?”, schrijft Anderegg. „Hoe kan Loïs Lane zij aan zij werken met een enorme, knappe collega, wiens intense fysieke aanwezigheid compleet verborgen blijft achter twee brillenglazen?”

Voor Ionica Smeets, „vroeger zelf de grootste nerd van de klas” en nu wiskundepromovenda, freelance journaliste en houder van het weblog Wiskundemeisjes, is het geen raadsel waar het negatieve beeld van studiebollen in Nederland vandaan komt. Smeets besteedt veel van haar tijd aan het onder de aandacht brengen van wiskunde bij scholieren en studenten. Ze trad op in de Nationale Rekentoets en was te zien in een school-tv-serie over wiskunde.

Met de beeldvorming van wetenschappers is van alles mis, zegt ze. „Neem de Draw-a-Scientist-tests, waarin kinderen een wetenschapper moeten tekenen. Het zijn altijd mannen die ze maken. En opvallend vaak nare, agressieve mannen.” De tekentest uit 1983 wordt in verschillende landen gebruikt om het beeld van wetenschappers bij kinderen te bestuderen.

Dat negatieve beeld wordt, zegt Ionica Smeets, door de media gecreëerd en in stand gehouden. „In de school-tv reeks bijvoorbeeld, kwam elke keer als het woord ‘wiskundige’ werd uitgesproken, een plaatje van een gekke professor met ontploft haar en een bril in beeld. Daar moest ik wel om lachen.”

Smeets komt de term ‘nerd’ vaak tegen. „Soms zijn wiskundeleraren heel enthousiast over een stuk op ons weblog en sturen ze al hun leerlingen erheen. Dan krijgen we reacties op de website als: Nerds! Hebben jullie geen leven ofzo? Ga wat leuks doen.”

Volwassenen kunnen er wel om lachen, ‘nerd’ komt niet in de buurt van kwalijke stereotypische aanduidingen als ‘nicht’ of ‘neger’. Kinderen en pubers daarentegen zijn als de dood om in de categorie te vallen en ermee gepest te worden. Met als gevolg, stelt Anderegg, dat ze bang zijn om uit te blinken in exacte vakken en een bètastudie te kiezen. Zo bang, dat de VS ingenieurs en technici uit andere landen moet halen.

Dat tekort aan exact opgeleide mensen heeft Nederland ook. „Natuurlijk” kent Robbert Dijkgraaf het nerd-stereotype, schrijft hij in een e-mail. Dijkgraaf is hoogleraar mathematische fysica aan de Universiteit van Amsterdam en wordt binnenkort president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

De effecten van die negatieve beeldvorming zijn reëel, zegt hij. „Opvallend in alle statistieken is dat Nederlandse scholieren uitgebreid in aanraking komen met exacte studies, vaak meer dan in andere landen, maar nog steeds veel te veel met hun voeten (tegen)stemmen bij de studiekeuze.” Ze rennen weg voor bètastudies.

Volgens Dijkgraaf speelt het imago daarbij een belangrijke rol. „Ik denk niet zozeer de angst om voor nerd te worden uitgemaakt, dan wel het vooruitzicht in een saaie en voorspelbare omgeving terecht te komen. Er wordt op school te weinig duidelijk gemaakt welke spannende wereld erachter ligt.” Problematisch is daarbij nog wel het gebrek aan vrouwen, zegt hij. Alhoewel er steeds meer zijn, „maakt dat het er niet echt gezelliger op”.

Anderegg kan in zijn boek maar één studie aanhalen die de effecten van het nerd-stereotype met cijfers onderbouwt. In Canada en Duitsland bleek dat de angst om nerd of streber genoemd te worden, samenhing met lagere resultaten voor wiskunde. Niet iedereen ziet die effecten. Wiskundedocent Paul Pashley van het Griftlandcollege in Soest bijvoorbeeld, is er zeker van dat zijn vmbo-leerlingen zich níét laten leiden door de vrees om voor nerd uitgemaakt te worden. „Maar één van de 99 leerlingen koos vorig jaar geen wiskunde”, zegt hij. Dat is heel veel, want de algemene trend heeft Anderegg wel mee: te weinig mensen die exact kiezen en een tekort aan ingenieurs en bèta’s.

Bestaat de nerd eigenlijk wel? Echte nerds zijn tegenwoordig nog moeilijk te vinden, vindt Dijkgraaf. Ten tijde van zijn studie in 1978 was hij „meer nerd dan welke natuurkundestudent in 2008 ook”. Nu, zegt hij, „dragen mijn studenten en jonge medewerkers geen dikke brillen of twintig pennen in de borstzak van een wit overhemd, maar hebben ze een vriendin, gaan ze naar de sportschool en op exotische vakanties. Ze zijn olympisch zeilkampioen of winnen een essayprijsvraag over emotie in de politiek, zoals twee van mijn Amsterdamse fysicastudentes.”