Hoe de rode premier de kroon redde

Koningin Juliana was Den Uyl dankbaar voor zijn discrete aanpak van de smeergeldaffaires rond prins Bernhard. Dat blijkt uit een politieke biografie over de oud-premier.

Koningin Juliana heeft oud-premier Joop den Uyl toen hij op sterven lag bedankt voor de wijze waarop hij Nederland in 1976 heeft behoed voor een crisis in de constitutionele monarchie. Juliana liet haar waardering blijken in een handgeschreven brief. De politicologe Anet Bleich onthult de brief in haar biografie Joop den Uyl, 1919-1987. Dromer en doordouwer, waarop ze vandaag aan de Universiteit van Amsterdam is gepromoveerd.

„Ik ben u intens dankbaar voor de zware ‘operatie’ die u indertijd op mijn man hebt uitgevoerd en die uiteindelijk tot zijn herstel geleid heeft. Uw oude ‘praatpaal’ Juliana”, schreef de moeder van koningin Beatrix in november 1987 aan Den Uyl. De kort daarvoor teruggetreden politieke leider van de PvdA was in het najaar van 1987 ernstig ziek en zou vlak voor Kerstmis sterven.

Prinses Juliana doelde vermoedelijk niet alleen op de Lockheed-affaire, die in 1976 tot uitbarsting kwam, maar ook op een andere en vergelijkbare omkoopaffaire rond de vliegtuigfabrikant Northrop waarin haar echtgenoot eveneens verstrikt was geraakt.

Prins Bernhard had sinds de jaren zestig voor Lockheed en Northrop gelobbyd bij de Nederlandse regering, opdat het kabinet zou kiezen voor de aanschaf van hun gevechtsvliegtuigen, de Starfighter en de Cobra. Beide bedrijven zouden hem hiervoor via via hebben betaald. Dit werd als omkoping beschouwd.

Door deze affaires heeft het voortbestaan van de monarchie indertijd serieus op het spel gestaan. De zaak had kunnen uitdraaien op een diepgaande constitutionele crisis omdat koningin Juliana zich niet wilde neerleggen bij eventuele strafvervolging van haar man en prinses Beatrix liet blijken niet bereid te zijn haar moeder op te volgen als die wegens de kwestie zou aftreden.

Bleich levert daarvoor in haar biografie aanvullend bewijs dankzij interviews met toenmalig minister Wim Duisenberg van Financiën en andere bewindslieden uit het kabinet-Den Uyl.

Dat prins Bernhard van Lockheed smeergeld heeft ontvangen, is nooit onomstotelijk bewezen. De speciale ‘commissie van drie’, onder voorzitterschap van de jurist A.M. Donner, die de kwestie namens het kabinet moest onderzoeken, heeft geen volledige klaarheid weten te scheppen.

Toenmalig premier Den Uyl heeft de tweede affaire met Northrop, waarmee een bedrag van 750.000 dollar was gemoeid, bewust niet in de openbaarheid gebracht. De onderzoekscommissie had daarover in een bijlage van twaalf pagina’s apart gerapporteerd.

Vervolg Den Uyl: pagina 3

Zaak Northrop viel ‘buiten opdracht commissie Donner’

Vervolg van pagina 1

In een multomap schreef Den Uyl op 12 augustus 1976, toen hij de tekst van het rapport ontving: „12-8. Cie van 3, ‘wij’ zijn er niet meer. [...] Stuk Northrop persoonlijk”.

Dat er behalve de Lockheed-affaire ook een Northrop-affaire is geweest, was bekend. Het toenmalige dagblad Het Vrije Volk maakte al in 1977 gewag van het bestaan van de aparte bijlage die de commissie van drie had toegevoegd aan haar eindrapport. Naar aanleiding van die publicatie vroeg het Tweede Kamerlid Fred van der Spek van de republikeinse Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) toen opheldering in de Kamer. In zijn antwoord ontkende premier Den Uyl het bestaan van de bijlage niet. De commissie had deze twaalf pagina’s over het smeergeld van Northrop toegevoegd om te voorkomen dat de regering „zou worden verrast indien deze gegevens door anderen te berde zouden worden gebracht”. Maar de bijlage was, aldus Den Uyl in 1977, geen integraal onderdeel van het eindrapport van de commissie omdat deze „zaak buiten haar taakopdracht” viel.

In 2005 publiceerden dezelfde journalisten van Het Vrije Volk in het Rotterdams Dagblad meer over de bijlage. Het weekblad Vrij Nederland volgde een paar maanden later met nieuwe details. Ook NRC Handelsblad heeft over de Northrop-affaire bericht.

Bleich heeft dankzij de auteurs van de publicatie in Vrij Nederland inzage in de bijlage gekregen. Op grond daarvan concludeert de biografe dat prins Bernhard van 1968 tot 1973 via een Zwitserse advocaat in totaal 750.000 dollar heeft ontvangen. „Wat deed Den Uyl met deze figuurlijke tijdbom die de commissie-Donner bij het scheiden van de markt had toegespeeld? Helemaal niets. Hij borg het document op in een kluis waar het zich tot op heden bevindt en nam over de Northrop-affaire een oorverdovend zwijgen in acht”, schrijft Bleich.

De Lockheed-affaire kwam begin 1976 aan het licht tijdens hoorzittingen in het Amerikaanse congres over de vraag of de grote internationale (wapen)ondernemingen wel oorbaar opereerden. In februari verklaarden twee topmanagers van Lockheed daar dat een „hoge Nederlandse regeringsfunctionaris (...) steekpenningen zou hebben ontvangen”. Daarmee werd, zo bleek, de Prins der Nederlanden bedoeld. Het kabinet-Den Uyl besloot de verdenkingen te laten onderzoeken door een driemanschap, zoals de sociaal-democratische premier Willem Drees in 1956 had gedaan toen koningin Juliana en prins Bernhard in conflict waren geraakt over de gebedsgenezeres Greet Hofmans. De commissie werd gevormd door A.M. Donner (rechter bij het Europese hof van justitie), M.W. Holtrop (ex-president van De Nederlandsche Bank) en H. Peschar (voorzitter van de Rekenkamer), respectievelijk lid van ARP, VVD en PvdA.

Deze commissie concludeerde uiteindelijk dat prins Bernhard zich ontvankelijk had getoond voor omkoping. Zo stelde ze bijvoorbeeld vast dat een aanbod van 500.000 dollar „alle trekken vertoont van een poging tot omkoping” die door de prins blijkbaar niet als „onoorbaar of ongepast” is ondervonden. Prins Bernhard ontkende tegenover de commissie echter dat hij dit of ander geld daadwerkelijk had ontvangen, inclusief een cheque van 100.000 dollar die was uitgeschreven op naam van een niet bestaande persoon, genaamd Victor Baarn.

De commissie liep zodoende dood in haar onderzoek en concludeerde omineus in dubbele ontkenningen: „Z.K.H. heeft ook met betrekking tot deze 100.000 dollar uitdrukkelijk verklaard, dat hij het bedrag niet heeft ontvangen, noch erover heeft beschikt. De Commissie heeft geen bewijzen van het tegendeel gevonden”.

Recensie van Joop den Uyl, 1919-1987. Dromer en doordouwer: morgen in bijlage Boeken

Artikelen uit 2000 en 2005 over de Northrop-affaire op nrc.nl/binnenland