Het eten wordt te duur, klagen de Marokkanen

De prijzen van tal van basisvoedingsproducten stijgen snel op de wereldmarkt. In diverse landen smeult sociale onrust. Marokko heeft een traditie van voedselrellen.

De markt op het Djema El-fna plein in Marrakesh. Foto AFP Morocco, Marrakesh, the souks on Djema El-Fna square hemis.fr;AFP

Het is druk op de dagmarkt van de Yacoub el Mansour, de volkswijk pal achter het busstation bij de uitvalsweg rond Rabat. Ghita Belrhali klemt haar portemonnee tegen haar grijze kaftan en schikt haar zwarte hoofddoek recht, terwijl ze nauwgezet de koopwaar in de groentestal inspecteert. Op de houten schappen, onder een overkapping van zeildoek tegen de zon, liggen felrode aardbeien, zoete sinaasappelen en vuistgrote artisjokken op een koper te wachten.

De stevige plastic draagtassen raken snel gevuld met het avondeten van de familie Belrhali voor de komende dagen: een kilo tuinbonen voor 3 dirham (27 cent), vier kilo aardappels voor 2 dirham de kilo, kilo’s uien, rapen, wortels en courgettes. Twee zware tassen vol groente voor 25 dirham (2,27 euro). „Dat is te doen, net zo duur als vorig jaar”, beaamt Belrhari terwijl ze lachend de groenteman betaalt.

Maar even voorbij de stal met gescalpeerde koeienkoppen, de levende kippen en de bedelaar met het enorme opgezwollen been, daalt de stemming. Bij de kruidenierswinkel staat een groepje vrouwen op verontwaardigde toon de prijzen door te nemen. Een liter zonnebloemolie ruim 13 dirham, 4 duurder dan een jaar geleden. Suiker: 6,5 dirham, bijna 1 duurder. Spaghetti, 12 dirham, 4 duurder, net als de linzen. Prijsstijgingen van 10 tot 50 procent. „Dat komt hard aan”, zegt Belrhali. De andere vrouwen knikken. „Ik houd mijn mond”, zegt de kruidenier. „Mijn schuld is het niet.”

Marokko kreunt onder de prijsstijgingen van de basisproducten van het voedsel. Melk en kaas, honing en meel, kip en eieren zijn de afgelopen maanden in rap tempo in prijs gestegen. Zelfs de couscous werd een stuk duurder. En nu het er niet op lijkt dat de hausse gevolgd wordt door een snelle daling, begint het te knellen voor de regering van de toch al weinig populaire premier Abbas el Fassi. Die heeft het verbeteren van de koopkracht uitgeroepen tot een prioriteit. Maar met een inflatie die volgens velen aanzienlijk hoger uitvalt dan de officiële 2 procent is dat geen eenvoudige opgave.

De sterk verhoogde voedselprijzen zijn een zorg die in Marokko aanzienlijk verder reikt dan de huishoudportemonnee. Met een gezinsbudget dat vaak onder de 200 euro per maand ligt, betekent duur voedsel sociale onrust. Marokko kent een bloedige geschiedenis van voedselopstanden, zoals de broodoproeren in de jaren zestig en tachtig in Casablanca, die de autoriteiten in het nauw brachten. Vorig jaar tijdens de ramadan sloeg de vlam in de pan in Segfour, een stadje nabij Fez. Een door een mensenrechtenorganisatie georganiseerde protestmars tegen de hoge voedselprijzen liep volledig uit de hand. Duizenden demonstranten bekogelden de politie, trokken plunderend door de straten en staken auto’s in brand. 300 mensen raakten gewond.

Net als veel andere landen aan de zuidkant van de Middellandse Zee, kent Marokko een uitgebreid systeem van subsidiëring van basisconsumptiegoederen dat het leven van de burger enigszins betaalbaar moet houden. Maar dit systeem kraakt in zijn voegen onder druk van de gestegen prijzen op de wereldmarkt. Voor dit jaar heeft de regering 21 miljard dirham (1,9 miljard euro) uitgetrokken om de prijzen laag te houden, een substantieel deel van de totale overheidsbegroting. Nu vooral de basisproducten die geïmporteerd moeten worden, zoals graan en suiker, maar ook olie en butagas aanhoudend duur blijven, staat de subsidiëring onder druk. En dat wordt er niet minder op als de droogte aanhoudt en de graanoogsten tegenvallen.

De directeur van de compensatiekas voor de prijssubsidie, Najib Benamour, verklaarde tegenover het zakendagblad l’Economiste, dat de afschaffing van de prijssubsidies op korte termijn niet aan de orde is. Wel wordt volgens hem nagedacht over een verbetering van het systeem: omdat het een algemene prijssubsidie betreft, komen de subsidiegelden vooral de hogere inkomens ten goede. Die consumeren nu eenmaal meer. Zo wezen eerdere studies uit dat maar eenderde van de subsidie bij de allerarmsten terechtkomt.

Koren op de molen van de islamistische Parti de la Justice et du Développement (PJD), die na een tegenvallend verkiezingsresultaat de oppositie tegen de regering heeft aangescherpt. „Om de koopkracht op peil te houden zijn adequate middelen nodig en daarvan is amper sprake”, zo waarschuwt PJD-econoom en parlementariër Najib Boulif. In plaats van de middenklasse zou de subsidiëring ten goede moeten komen aan de naar schatting zeven miljoen Marokkanen op het platteland die leven op de rand van of onder de armoedegrens.

Er worden studies verricht naar nieuwe prijssubsidiesystemen, maar een duidelijke oplossing is nog niet voorhanden. Onder druk van de openmarktovereenkomsten met de Europese Unie zijn rechtstreekse productsubsidies uit den boze. Niet uitgesloten wordt dat de oplossing ligt bij het invoeren van voedselbonnen voor de allerarmsten.