Het begint richting voetbal te ruiken

Verlosser, godenzoon of gewoon God zelf: de kwalificaties van de nieuwe informele technisch adviseur van voetbalclub Ajax namen in de loop van de avond steeds religieuzer vormen aan. Of in de woorden van Matthijs van Nieuwkerk, de presentator van De wereld draait door die altijd even stilvalt, wanneer hij moet toegeven zijn grote held Johan Cruijff nooit te hebben ontmoet: „Het was bijna een Bijbels tafereel, toen Cruijff gisteren naar de Arena was neergedaald.”

Jan Mulder meende zelfs in het voertuig waarmee zijn voormalige teamgenoot Cruijff zich aan de slagboom meldde - op het eerste gezicht een degelijke Audi - een teken te zien. Het herinnerde hem aan gemeenschappelijke ritjes in de jaren zeventig in Cruijffs Citroën Maserati: in vijftig minuten van Amsterdam naar Brussel. Dat moet een inderdaad hemelse snelheid van tweehonderd en vijftig kilometer per uur zijn geweest.

In de loop van de dag moesten we het aanvankelijk stellen met een simpel communiqué van het Ajaxbestuur. Na een bezoek van het erelid aan de ledenraad had hij gehoor gegeven aan het verzoek „het voetbaltechnisch beleid vorm te geven”. De vroege editie van NOS Sport kondigde een nadere toelichting van het orakel aan in een allang gepland gesprek van Jack van Gelder met de voetbalanalyticus in de voorbeschouwing van de wedstrijd Arsenal-AC Milan. De tekst van de aankondiging in beeld was nauwelijks ironisch bedoeld: „Cruijff spreekt”.

Dat gesprek vond plaats in de studio in Hilversum. Buiten wachtten de verslaggevers met draaiende camera’s en achtervolgden Cruijff tot in de lift: „Wilt u één seconde blijven staan, alstublieft?”

We moesten wachten tot kwart over acht. De toelichting was vervat in typisch Cruijffproza. Het ging niet goed met zijn oude club en dus was hij naar de ledenraad getogen: „Ik wist niet hoe laat het begon en dus dacht ik, ik ga maar eens kijken”. Aan die spontane inval was wel een column in De Telegraaf voorafgegaan, waarin Cruijff zijn diensten al had aangeboden. De sollicitatie lukte, maar wat de opdracht nu precies behelsde, daar viel moeilijk chocola van te maken. Geen technisch directeur, geen bestuurlijke positie, maar er is een vorm A en een vorm B, en dan kies je gewoon de beste. Het moet vooral bij Ajax weer meer over het spelletje gaan, en die ommezwaai is gemaakt: „Het begint weer richting voetbal te ruiken.”

Diverse commentatoren kwamen later op de avond met exegesen. Bij Nova zat Cruijffs goede vriend Frits Barend, die net nog op de gang van de Hilversumse studio met Johan gesproken had. Hij mag gewoon een nieuwe trainer aanstellen en zich overal mee bemoeien, zonder officiële taakopdracht: „Zie het maar als een ceremoniële functie, net als de koningin die zegt geen macht te hebben, maar ondertussen achter de schermen heel veel invloed heeft.”

Of zoals Cruijff het zelf formuleerde naast Van Gelder: „Natuurlijk heb ik een plan, maar dat ga ik natuurlijk niet vertellen.”

Zo simpel is het dus: weg met de bestuurders en de rimram, gewoon recht voor z’n raap de problemen oplossen. Als er iets niet goed gaat in Nederland, dan komen de ereleden en andere verlossers uit de hemel gevallen en staan hun beste vrienden in de talkshows te applaudisseren. Pim, Rita, Hans en Johan spreken een taal die gewone mensen begrijpen kunnen en gaan ons voor naar het paradijs van vóór de globalisering en de beursgang.

Toen Cruijff in 1988 zijn andere oude club, Barcelona, terugleidde uit de woestijn, waren de consequenties ook politiek van aard. Heel Catalonië juichte en hervond zijn autonome trots.

Het zou mooi zijn als het hier ook lukte: de geldwisselaars de tempel uit, Ajax weer winnaar van de Champions League en het land verliest zijn chagrijn door plezier in aanvallend, creatief en effectief voetbal. Johan Cruijff is een prettiger soort goeroe dan de messianistische politici, aan de juistheid van zijn boodschap wordt door bijna niemand getwijfeld. Maar ook Cruijff genereert een licht onaangenaam stemmende pluimstrijkerij van elkaar op de buis verdringende adepten.